Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Maandag 15 september


Ijs, watervallen en steenmannetjes

Vorige dag Volgende dag

4.00 uur. Wat een nacht. Het giet en het giet en... het giet. Hopelijk is de regen morgen over want dan hebben we een 5 uur durende gletsjerhike over de Svinafellsjökull-gletsjer geboekt. Ik lig me op te winden over het slechte weer dat al de hele vakantie met ons mee lijkt te reizen (hoe komen ze erbij dat september vaak nog heel aardig weer heeft?) en ik kan de slaap maar niet vatten.

7.00 uur. Eindelijk mag ik opstaan. En het weer; same same. We hebben beiden geen zin om in deze stromende regen 5 uur op zo’n gletsjer te zitten, en dus lopen we naar de tent van Mountainguides om te vragen hoe of wat. Een gids van Mountainguides zegt dat het met dit weer geen doen is en dat 5 uur dan inderdaad wel erg lang is. We mogen de tocht omzetten naar een 2 uur durende tocht over de gletsjer als we willen. En dat is natuurlijk beter dan niets! Je gaat dan wel niet zo ver de gletsjer op, maar het is wel een leuke kennismaking met het lopen over het ijs en de gletsjer. En 2 uur is lang genoeg in dit weer. En dus staan we even later bij de verzamelplaats en krijgen we crampons (stijgijzers) aangemeten. Eenmaal aan de voet van de gletsjer krijgen we van de gids ieder ook nog een ijsbijl overhandigd met de mededeling; “You can use this for help, but most important; this looks incredibly good on pictures” en daarna gaan we op pad. In eerste instantie wel wat onwennig, je moet je voeten wat harder op het ijs stampen, maar later als volleerde ijsklimmers en we verbazen ons over het feit dat je zoveel grip hebt op het ijs!

De gids vertelt; “Het gebied onderaan de gletsjer bij Skaftafell was tot 1967 bijna onbewoond. Dit doordat het erg afgelegen lag, door de zandvlaktes die zich 100 km naar het oosten en 300 km naar het westen uitstrekken. Deze spoelzandvlaktes zijn gevormd door het smeltwater van de gletsjers. Er lopen verschillende smeltwaterrivieren door deze vlaktes naar de zee. Vroeger stroomden deze rivieren via een willekeurige weg naar zee. Nu moet men de loop van de rivieren regelen, omdat ze onder de bruggen, die zijn gebouwd, door moeten stromen. Met de komst van de bruggen en de ringweg is dit gebied minder afgelegen geworden en iets meer bewoond. In 1996 barstte de vulkaan onder de gletsjer uit. Door het water dat smolt raakte het meer, dat onder de gletsjer lag, overstroomd. De grote hoeveelheid water zorgde ervoor dat de gletsjerkap meters omhoog werd gedrukt. Een grote hoeveelheid water stroomde onder de gletsjer door, nam grote ijsblokken mee en overstroomde het hele gebied aan de voet van de gletsjer bij Skaftafell. Het water sleurde bruggen, elektriciteitsmasten en een gedeelte van de ringweg mee. Een grote brug die er was gebouwd werd totaal verwoest. De overblijfselen van de brug zijn nog langs de ringweg te zien.”

Verder legt hij uit hoe het komt dat het ijs soms wit, soms blauw en soms grijs/zwart is. De grijze/zwarte kleur komt van gruis en vulkanisch stof. Als het ijs blauw is dan heeft het een grotere dichtheid (erg opeengepakt ijs) en heeft het ijs nog weinig zon gezien. Als de zon nl. op het ijs staat dan zet de lucht dat in het ijs zit uit en vervolgens barst het ijs. Als hier sprake van is dan is het ijs wit. Tot slot vertelt hij dat de gletsjer op het steilste stuk per dag 2 meter zakt. Een behoorlijke snelheid dus.

We springen vervolgens over spleten, lopen door scheuren, zien watervallen en het feit dat je zo op een gletsjer loopt vinden we waanzinnig! Als we later weer terug keren naar het beginpunt vinden we het eigenlijk toch wel heel jammer dat we niet de 5 uur durende hike hebben kunnen doen, maar ja, dat ellendige weer hè.

Terug op de camping en werk aan de winkel. Aangezien het nog steeds regent en ons dakje dus ook nog steeds lekt beseffen we dat we het probleem beter van buitenaf aan kunnen pakken. Gelukkig hebben ze bij het visitor centre van Skaftafell een trap en zit Martijn even later op het dak. Met een mooie KOMO vuilniszak en een hele rol ducktape plakt hij het raampje vakkundig dicht. Het lijkt erop dat dit probleem ook weer overwonnen is. Nu nog iets vinden op de hoeveelheid vocht die sowieso in de camper zit; inmiddels is nl. ook de hele matras nat en vochtig van de regen die door de ventilatiegaten is gekomen en de kussens van het zitgedeelte voelen ook een beetje zompig aan. Onze kachel maakt dan ook overuren, maar het vocht raken we maar niet kwijt. Als het nou ook maar eens even droog zou blijven...

’s Middags wandelen we naar de Svartifoss. Deze 20 meter hoge waterval is bekend vanwege de prachtige basaltformaties. Deze basaltzuilen maken hem inderdaad bijzonder, de waterval zelf stelt niet zo heel veel voor. Daarna wandelen we naar de voet van de Skaftafellsjökull. Een indrukwekkende gletsjertong waar we niet te dichtbij kunnen komen in verband met drijfzand. De spleten in de gletsjer zijn goed te zien en het is bizar hoe het allesverwoestende ijs zijn baan heeft gevonden tussen het gebergte. Er liggen een hoop stenen, de meeste mooi rond geslepen. We zien, zoals we wel vaker in IJsland gezien hebben, op elkaar gestapelde stenen; de zogenaamde steenmannetjes. In IJsland is het een bijgeloof dat als je een steenmannetje bouwt, dit geluk brengt. Bovendien beschermt het je op je reizen. Gezien de hoeveelheid pech die we deze vakantie al gehad hebben (ter herinnering; lekke band op eerste dag, gemaakte band weer lek, lader van de videocamera die niet werkt, lekkend dak, al onze plannen die niet door konden gaan en last but not least het slechte weer) vind ik het wel eens tijd worden ook wat geluk te krijgen. En dus bouwen we samen een steenmannetje onder aan de Skaftafellsjökull gletsjer. En voor de zekerheid nog maar één extra.

’s Avonds overnachten we nog een keer op de camping bij Skaftafell en ik heb medelijden als ik een paar mensen zie met een tentje. De hele avond zitten ze in de auto en pas laat zetten ze snel het tentje op (in de hoop het tentje misschien droog op te kunnen zetten?). Nee, wij dan; wij hebben tenminste een kacheltje, we hebben licht, we kunnen rechtop staan en we hebben stromend water. Dat laatste hebben zij uiteraard ook, maar wij hebben het dan ook nog uit de kraan ;-). Ons motto voor de rest van de vakantie wordt dan ook; ‘het kan altijd erger’. En daar houden we ons dan maar zo’n beetje aan vast.

 

Vorige dag Volgende dag