Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Zondag 14 september


Gletsjers, meren en ijsbergen

Vorige dag Volgende dag

Vandaag worden we weer met een vertrouwd geluid wakker; kletterende regen op het dak en harde wind... Deze ochtend doen we het wat rustiger aan en na een ‘uitgebreide’ douche van 4 minuten (jawel, weer op muntjes) vertrekken we rond half 11 richting Jökulsárlón, een 200 meter diep gletsjermeer waarin talloze ijsschotsen drijven, afgebrokkeld van een uitloper van de Vatnajökull gletsjer. De Vatnajökull is met 8300 km² de grootste gletsjer van de wereld buiten die op de polen en is ook groter dan alle andere gletsjers van Europa bij elkaar.

We vervolgen onze weg en het plan is om de F 985-weg omhoog te nemen, omdat je vanaf het uiterste punt een mooi uitzicht over de gletsjer hebt bij helder weer. Eén blik naar boven zegt ons echter al genoeg; te weinig zicht, en dus rijden we de afslag maar voorbij. Dan komen we bij Jökulsárlón. We parkeren de auto en kijken meteen al uit over het meer. Geweldig! In het meer liggen gigantische ijsschotsen die wit, blauw of zwart gekleurd zijn, erg mooi om te zien. De ijsbergen hebben de meest uiteenlopende vormen. Ze worden door de stroom of de wind meegedreven tot ze de bodem van het meer raken. Daarna breken en smelten ze net zo lang tot ze klein genoeg zijn om door de rivier naar zee afgevoerd te worden.

Gelukkig is het inmiddels gestopt met regenen en gewapend met handschoenen en mutsen - het is hier ineens erg koud - vermaken we ons prima rondom het meer. De ijsschotsen zijn voortdurend in beweging; het is een gekraak van jewelste als ze tegen elkaar aan botsen en zo nu en dan brokkelt er een stuk ijs af dat in het water valt. Sommige ijsschotsen worden bezet door talloze vogels en af en toe steekt een nieuwsgierige zeehond zijn kop omhoog tussen de ijsschotsen. We kunnen uren genieten van deze adembenemende omgeving!

Nadat we langere tijd rondom het meer hebben gelopen volgen we de ijsschotsen naar zee. Op het strand liggen verschillende grote en kleine ijsbrokken en sommigen zijn al meegenomen door de zee. Er staat helaas een harde wind en we beginnen het na een tijdje koud te krijgen dus zoeken we onze auto weer op om verder westelijk te rijden. We brengen nog een klein bezoekje aan de Breidálón en de Fjallsárlón, ook gletsjermeren, maar er drijven maar weinig ijsschotsen in het meer dus rijden we door naar Skaftafell N.P. waar we op de verlaten en inmiddels gesloten camping gaan staan.

’s Avonds begint het te stortregenen (het begint eentonig te worden), maar Martijn weet er een positieve draai aan te geven; “in ieder geval één geluk dat het met al die regen nergens lekt in de camper!” En bedankt. Vijf minuten later; “drup... drup... drup...” gevolgd door een “drupdrupdrupdrupdrup”... het kleine raampje in het dak lekt! Ook dat nog. En dus tovert Martijn zijn altijd handige ducktape tevoorschijn en plakt de randen van het raampje dicht. Helaas helpt het maar voor even want een paar minuten later heeft het water alweer een andere weg gevonden. Vervolgens eindigen we de avond met een volledig dicht getaped raampje. Met druppels.

 

Vorige dag Volgende dag