Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Zaterdag 13 september


Het ruige binnenland

Vorige dag Volgende dag

7.15 uur en we zijn al op pad. Een half uurtje later staan we bij het begin van de Öskjuleid, F 88, naar Askja. Askja, een asvulkaan, had de laatste eruptie in 1961. Grote hoeveelheden vulkanische as vielen op de daken van Leningrad, 2500 km verder. Het land ten noorden en ten oosten van Askja werd verschroeid en vergiftigd door dikke lagen as en dichterbij de Askja liepen de lavastromen over het land, verlatenheid met verlatenheid bedekkend. Askja domineert het noordoosten van IJsland en heeft het ontzagwekkendste landschap ter wereld geschapen. Naar die woestenij, even afgelegen en woest als het oppervlak van de maan, gaan wij toe.

De weg is in tegenstelling tot de Kjölur route minder bottenrammelend en we kunnen dan ook redelijk door rijden. We zien geen bandensporen dus dit houdt in dat wij vandaag de eersten (en misschien ook wel de laatsten) zijn die hier rijden. Het weer is redelijk; het is wel zwaar bewolkt, maar tot op heden nog droog. Na een behoorlijke tijd rijden zie ik op de GPS de eerste rivierdoorsteek in beeld komen. Als de rivier dan ook echt in zicht komt, begint het wel een beetje te kriebelen. Toch wel spannend, zo’n eerste rivierdoorsteek. We zetten de auto stil en stappen uit om te kijken hoe diep de rivier is en hoe we zullen rijden. En of het nou door het stromende water komt of van de zenuwen; beide hebben we hoge nood... Eenmaal geloosd zullen we er toch echt aan moeten geloven willen we in Askja komen en dus rijden we de rivier in. Spannend als je dan midden in de rivier zit, maar voor ik het besef staan we al weer aan de overkant. Ik sla een kreet van opluchting, zie de glinstering in Martijn zijn ogen en ik hoor mezelf “nog een keer!” roepen. (Zei IK dat?) Ik stap uit met film- en fotocamera en Martijn rijdt er nog een keer doorheen, want dit moet natuurlijk wel even vastgelegd worden. Zo gezegd, zo gedaan en op naar de volgende rivierdoorsteek, die niet lang op zich laat wachten. Deze rivier is wel een stuk breder en de diepte is een beetje moeilijk in te schatten. Hij ziet er serieuzer uit dan de eerste en ik weet nu waarom we daarnet (en nu weer) hoge nood hadden! Laten we zeggen dat het niet lag aan het stromende water ;-).

Na voor de tweede keer geloosd te hebben durven we ook deze rivier aan en voorzichtig rijden we er doorheen. Hij is dieper dan de eerste en ook behoorlijk lang en ik ben dan ook blij dat we ook nu weer de overkant gehaald hebben. Na deze rivierdoorsteek moeten we een lavaveld doorkruisen op een erg smal weggetje met aan weerszijden scherpe lavastenen en rotsen. Het vergt met de grote Dodge behoorlijk wat stuurmanskunsten en we zien amper waar de weg loopt door de grote neus van de Dodge. Ik begin me al lichtelijk af te vragen wat te doen in geval van een tegenligger...

Gelukkig niemand te bekennen en even later komen we ineens bij een derde rivierdoorsteek. Vreemd, want op de kaart stonden maar 2 rivierdoorsteken aangegeven. Zou er een nieuwe rivier gevormd zijn door de hevige regenval van de afgelopen tijd? Hij doet niet veel onder voor de 2 eerdere doorsteken. Na de rivier doorgestoken te hebben komen we bij een (nood)hut waar een man bezig is spullen op te ruimen. De route wordt nl. binnenkort gesloten. We maken van de gelegenheid gebruik om de toestand van de weg verder naar Askja te vragen en we vragen meteen of de F 910 ook goed te berijden is, aangezien we deze evt. terug willen nemen richting Egilstadir. Over de rivierdoorsteken op die route weet de man niet zoveel te vertellen maar het zal zo ongeveer zijn zoals de Askja route. We denken er nog even over.

We rijden verder richting Askja langs de imposante Herdubreid berg die het landschap al bijna de gehele route domineert, maar niet echt dichterbij lijkt te komen. Rond de middag komen we bij Askja aan, een grotendeels met lava opgevulde ingezakte krater (caldera). We willen uitstappen maar we krijgen de deuren niet open vanwege de wind die er op staat! Met veel moeite wurmt Martijn zich uit de auto en komt mij vervolgens helpen uitstappen, voordat de deur eruit vliegt met Lonneke eraan (leuk..) of voordat we dadelijk de tocht kunnen vervolgen met een geplet Lonneke (ook leuk...). Al met al zegt dit al weer genoeg over het weer; storm! In de verte zien we de eerste zandstormen al en wetende dat dit gebied erg vaak getroffen wordt door zandstormen en dit erg gevaarlijk kan zijn, willen we niet te laat aan de terugrit beginnen. Wel willen we nog de Askja krater op en naar de Vitikrater lopen en dus rijden we de 9 km lange F 984 in naar de caldera. De Askja is echter erg groot (46 km2) en de wind/storm is niet te harden! En de grote caldera van de Askja is mooi, maar niet als het stormt. Er staat een bordje dat je erg op moet passen in geval van zandstormen, omdat je dan je oriëntatie verliest en kan verdwalen. Nergens staat echter een bordje met de afstand. Gelukkig biedt de gps uitkomst; het zou zo’n 2 km lopen zijn. Toch wel ver in dit weer. En als we zien dat er super onheilspellende wolken boven de randen van de krater uitkomen, het nog harder begint te blazen in de krater en de vlakte veranderd in een stuivende zandmassa, breken we onze wandeling af en keren terug naar de auto. Balen, maar het weer is gewoon te slecht.

We rijden een stukje terug naar een splitsing en besluiten ter plekke toch de F 910 te nemen in plaats van de F 88 weer terug. Op die route heb je nog minder kans om mensen te treffen, de Askjaroute is immers een populairdere route, maar we nemen de gok maar. De F 910 komt nl. wat meer naar het oosten uit, waardoor we een heel stuk weg afsnijden.

Eenmaal voor die route gekozen moeten we wel door blijven gaan, want we hebben niet genoeg benzine meer. Vanochtend helemaal vol getankt, maar met zo’n slurpert en een paar honderd kilometer door het binnenland kunnen we het ons niet veroorloven om weer terug te moeten rijden. Goed voor dat extra vleugje spanning, zullen we maar zeggen. Na een paar kilometer na de splitsing wordt de weg ineens erg slecht, sterker nog, je kan eigenlijk helemaal niet van een weg spreken. Het is een vlakte met overal grote rotsen en keien waar we zelf een weg tussen moeten vinden. Martijn rijdt zo langzaam dat lopen nog sneller zou zijn, en ik hou mijn hart vast voor de banden als ik al die scherpe stenen zo zie. Ik begin lichtelijk spijt te krijgen dat we de ‘vertrouwde’ F 88 niet terug hebben genomen. Op deze manier gaat dit ritje nog erg lang duren, als we het al redden zonder lekke banden dan. Lonneke’s ‘overactiv imagination’ begint weer op volle toeren te draaien. En Martijn, ha, die kan niet eens denken; die is veel te druk bezig met sturen en stenen omzeilen en dat is maar goed ook. Stilzwijgend zitten we naast elkaar en we zijn blij als het einde van de stenenvlakte in zicht komt. Komen we net even op adem en meteen wacht ons al het volgende probleem; zandstormen! Overal waar je kan kijken zand, stoffig geel zand. Het stuift over de vlakte en om ons heen, we zien geen hand voor ogen (laat staan stenen) en we hebben geen idee of we wel goed rijden en of we nog op de ‘weg’ zitten. Met een slakkengang gaan we vooruit, maar gelukkig gaan de zandstormen na een tijdje liggen en wachten we op het volgende avontuur. What’s next? Dat volgende avontuur kondigt zich aan in de vorm van 3 rivierdoorsteken. Drie terwijl er maar twee op de kaart stonden, ik vraag me toch af of al die regen voor meer rivieren heeft gezorgd of dat die bordjes aan het begin van de route misschien dateren uit vroeger tijden, toen er nog geen sprake was van broeikaseffect, smelten van de ijskappen en klimaatveranderingen. De doorsteken gaan goed, we raken geoefend, en opgelucht bereiken we uiteindelijk een wat grotere weg (923) met minder kuilen en stenen. Een hele reeks ervaringen rijker belanden we tegen het einde van de middag in Egilstadir, een plaatsje waar we willen overnachten.

Echter, we hebben nog een heel traject te rijden naar het zuiden en we kunnen natuurlijk wel kijken hoe ver we nog kunnen komen. En dus zitten we even later weer in de auto, op weg naar de oostfjorden. De verharde ringweg wordt verruild voor een gravelweg en net als we 5 minuten op de onverharde weg aan het rijden zijn komt er uit het niets een tegenligger met een noodgang op ons af. PATS! De stenen vliegen ons om de oren en er zit een grote barst in de voorruit. Kan het ons ook een keertje meezitten a.u.b.? (= vriendelijk verzoek).

Het weer wordt er helaas ook niet beter op, want de bewolking hangt laag en de regen valt met bakken uit de hemel. De fjorden zijn desondanks mooi felgroen en overal stromen kleine en grote watervallen naar beneden. De toppen zijn gehuld in een dikke laag mist en we hebben geen idee hoe hoog de bergen zijn. Vervelend genoeg is het, als je richting zee kijkt, boven zee veel beter weer. De wolken lijken dan ook ter plekke te ontstaan boven land en blijven tegen de bergen aanhangen. Deze aanblik van de lucht blijft de rest van de rit aanwezig en wederom rijden we, net zoals de rest van de dag, helemaal alleen. We besluiten de ringweg een stukje af te snijden door een zijweggetje te nemen (939) en binnen luttele seconden zitten we in een zware mist. We zien geen hand voor ogen en dat is misschien ook maar goed ook, aangezien het een smal weggetje is langs een afgrond. Maar ach, we zijn wel wat gewend.

Bij Höfn houden we het rijden voor gezien en we zoeken een camping op. Eenmaal in ons ‘hokje’ wordt duidelijk dat we een klein souvenirtje hebben meegenomen vanuit het binnenland; overal zand, stoffig geel zand...

 

Vorige dag Volgende dag