Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Vrijdag 12 september


Een drukke dag...

Vorige dag Volgende dag

Het wonder is geschied; we staan op met droog weer! En af en toe zijn er blauwe plekken in de lucht te vinden dus vandaag willen we zoveel mogelijk zien in de omgeving. We moeten ook wel want als het zaterdag ook weer zo slecht wordt dan hebben we alleen vandaag nog. Vakantie vieren relaxed? Dacht het niet.

We beginnen de dag met Hverir; een bizar stukje op aarde, waar de grond borrelt, sist en pruttelt. Er zijn hier erg mooie kokende modderpoelen en geothermische velden te vinden en doordat het vandaag wat minder grijs is dan normaal worden de kleuren alleen maar mooier en we kunnen er dan ook geen genoeg van krijgen. Grijs, blauw, rood, geel, bruin; geweldig! De zwavel stijgt ons soms wel even naar het hoofd, maar dat hebben we er graag voor over. Aangezien het zicht vandaag goed is besluiten we de Hverarönd op te lopen, een korte steile hike van ongeveer 30 minuten. Van bovenaf heb je een prachtig uitzicht over de omgeving; kraters, bronnen en solfatarenvelden met rookpluimen, erg mooi allemaal. Vervelender is het naar beneden lopen, het pad is vrij steil en doordat het de afgelopen tijd (en vooral nacht) erg hard heeft geregend is de grond erg zompig en kleierig geworden; aan onze bergschoenen hangt een kilo klei en al snel lopen we op plateauzolen van 10 cm al glibberend en glijdend onze weg naar beneden te zoeken.

Hierna rijden we naar het Krafla-gebied. Hier vinden we verschillende lavastromen en wederom een geothermisch veld. We doen de Leirhnjúkur trail en verbazen ons over dit schitterende landschap! De zwarte lavastromen zijn duidelijk te zien en de stoom komt overal uit de grond. Er zijn verschillende lavastromen en de meest zwarte is de recentste; in 1984 is hier de laatste uitbarsting geweest. Overal waar je kijkt is lava. Sterker nog; IJsland = lava. In de afgelopen 500 jaar is de helft van alle lava, die vanuit de ingewanden van de aarde op de buitenkant van de planeet is geworpen, in IJsland aan de oppervlakte gekomen en van de 200 bekende vulkanen zijn er 30 nog zeer actief. Je zou kunnen zeggen dat IJsland lijdt aan een ernstige vorm van geologische jeugdpuistjes.

Het landschap ziet er erg mysterieus uit en het lopen over de broze (en soms nog warme) lava is ook al zo bijzonder! Raar ook, om door zo’n actief gebied te lopen. We vinden het geweldig hier! Ik neem een stuk lava mee, leuk als souvenir, maar hopelijk krijg ik het zonder problemen mee naar NL... De lucht trekt ondertussen weer steeds verder dicht en onze fotomomentjes moeten we weer echt gaan zoeken; steeds als er ook maar een beetje blauwe lucht tussen de bewolking doorkomt, schieten we onze plaatjes in de hoop nog wat kleur in de foto te krijgen. Joehoe, fotograferen was nog nooit zo leuk. En dat nog wel in zo’n geweldig mooie omgeving.

Vervolgens rijden we naar de Viti krater, een enorme met water gevulde explosiekrater uit 1724, waar de wind ons weer de oren van het hoofd af blaast. Bij de Viti krater ligt eveneens een klein solfataren-gebiedje met kokende modderpoelen en dampende watertjes, fascinerend!

Daarna rijden we het Krafla-gebied weer uit en rijden we terug naar Reykjahlid. We gaan ons pakketje ophalen bij het visitor centre en jawel, de lader is gearriveerd! En tot onze verrassing blijkt het ook nog eens de goede lader te zijn (pech hebben begint te wennen geloof ik), dus onze dag kan niet meer stuk. Klein nadeel is wel dat we vanaf nu 220 V moeten zien te vinden op de campings, want laden op 12 V in de auto is er nu niet meer bij. Wild kamperen zal dus ook wel wat lastiger worden. Maar goed, we zijn al lang blij dat we weer kunnen laden en filmen.

We nemen hierna een overheerlijke IJslandse hotdog met alles erop en eraan (het begin van onze verslaving is gemaakt) en rijden naar de Hverfell krater, een krater die de omgeving van Mývatn behoorlijk domineert. De Hverfell is een bijzonder mooie, grotendeels uit as opgebouwde ringvormige explosiekrater, waarvan de diameter ruim 1 km bedraagt. Hij is 2500 jaar oud, in slechts enkele dagen opgeworpen en op de 140 m diep gelegen bodem vormt een kleine heuvel het restant van de laatste uitbarsting. De krater is vooral van een afstand erg mooi om te zien, maar vanaf de kraterrand zelf is er een mooi uitzicht over de omgeving. We lopen omhoog en eenmaal boven gekomen worden we zowat van de rand af geblazen, niet normaal. Maar we hebben een mooi uitzicht over de pseudo-kraters in het Mývatn meer, dat dan weer wel.

’s Avonds lopen we weer even naar de receptie om het weer van zaterdag te bekijken en wederom is er weer van alles veranderd. (Misschien wat slimmer om gewoon helemaal niet meer te kijken?) De donkere, bijna zwarte wolken met de 9 regendruppels eronder getekend (ja, ik heb ze geteld!) hebben plaats gemaakt voor een lichtgrijs wolkje met 3 regendruppeltjes. Jottum! Net nu we vandaag in sneltreinvaart alle bezienswaardigheden ‘afgewerkt’ hebben... IJsland is een land van improviseren, dat hebben we inmiddels wel door.

Met gemengde gevoelens zoeken we ons ‘hokje’ op en pakken een flinke borrel om te vieren dat we vandaag onze eerste droge dag hebben gehad (je moet wat, toch?). In een vlaag van verstandsverbijstering (en een tikje te veel alcohol vrees ik) krijg ik ineens een geweldig idee; waarom gaan we morgen niet naar Askja? We hebben immers al een binnenlandroute moeten laten schieten vanwege de lekke band, nu hebben we een dag over en Askja is een mooie binnenlandroute. Het is echter mijn mond nog niet uitgerold (wanneer leer ik eens eerst na te denken), of ik krijg meteen al weer spijt van mijn ‘prachtige’ idee. Want wat staat ons dan weer te wachten? Veel geluk hebben we tot nu toe nog niet gehad.

Als de Jack Daniels wat verdampt raakt raken we er serieus over aan de praat. Askja, waarom eigenlijk ook niet? Rivierdoorsteken, ruige wegen, stenen, lava, alleen zijn in de middle of nowhere, geen gsm-bereik; wat wil een mens nog meer? De lekke banden, zandstormen en pech met niemand in de buurt heb ik voor het gemak maar even overboord gegooid, maar het blijft (hoe verrassend) toch steeds maar weer hardnekkig de kop op steken. Vaag begint me iets te dagen. Was het ook niet juist die Askja route die behoorlijk heftig was? Met diepe rivierdoorsteken?

We besluiten daarom de eigenaar van de camping maar eens te raadplegen, een aardige man, weliswaar een beetje een vreemde vogel. We vragen hoe de toestand van de Askja route is, hoe de waterstand is, of de route momenteel nog wel bereden wordt en of het met onze 4X4 te doen is. Vrijwel meteen krijgen we een enthousiast “no worries” en daar blijft het dan ook wel zo’n beetje bij. Dit vinden we iets te weinig info en dus vragen we door. En dan volgt de o zo bekende en vaak gebruikte vakantieslogan “Aaah, no problem”. Nee, dáár wordt je wijzer van. Vervolgens krijg ik het beste advies dat ik ooit gehad heb; “Tell him he is the best driver and everything is going to be o.k.” Euhhh...

Ik weet niet of de alcohol nou naar mijn kop aan het stijgen is of dat meneer de eigenaar ook het nodige achter de kiezen heeft, maar zijn antwoorden komen mij niet helemaal helder over. Ook Martijn zie ik bedenkelijk kijken. Ik kijk ‘mister no worries’ een beetje onzeker aan, waarop hij ons aanwijzingen geeft hoe we de rivieren door moeten steken (“just go, don’t worry”) en laat hij even zien hoe hoog het water in de rivieren staat; ‘slechts’ tot onder zijn kruis. En dat zegt dan een man van minstens 2 meter lang. En tot slot vermeld ie ook nog even dat er geen excursies meer naar Askja gaan dus dat het lekker rustig is (“nice and quiet”). Alles leuk en aardig, maarre...

Weinig wijzer geworden besluiten we er toch maar voor te gaan de volgende dag. Maar dan wel heel vroeg weg, zodat we als we pech hebben we in ieder geval nog mensen achter ons hebben zitten. Hoop je dan. We maken alles klaar voor de volgende dag en vallen uiteindelijk in een onrustige slaap.

 

Vorige dag Volgende dag