Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Woensdag 10 september


Op zoek naar de walvissen

Vorige dag Volgende dag

Wonder boven wonder is de storm van vannacht weer gaan liggen en is het zo goed als droog. De wolken boven ons voorspellen niet veel goeds, maar we durven het toch aan de walvisvaart te gaan doen. Bij Nordur Sigling kopen we onze kaartjes en we slenteren wat rond in de haven met fotogenieke vissersbootjes. Martijn belandt in de enige electronica zaak die er is en probeert een lader voor onze videocamera. Het lijkt erop dat hij het doet en dus wagen we het erop. Vanavond weten we zeker of het ook echt werkt. Op hoop van zegen.

Dan is het tijd om aan boord te gaan van de Bjössi Sör, op zoek naar de walvissen. Met alle pech die we tot nu toe hebben gehad heb ik mijn wensenlijstje al behoorlijk bijgeschaafd; jumpende humpback whale vlak voor de boot, 30 meter lange spuitende blue whale en killer whale die een andere walvis aanvalt zijn verruild voor een ‘simpel’ dolfijntje. We krijgen extra pakken die we over onze kleren aan moeten doen aangezien het op zee behoorlijk koud kan zijn. Ik hijs me in deze geweldig slank afkledende outfit en binnen luttele seconden zit de hele boot vol waggelende Michelin-mannetjes.

Als we de haven van Húsavík uitvaren wordt ons meteen verteld dat de meeste grote walvissen al zijn vertrokken naar warmere wateren en dat de kans dat we deze zien niet zo heel groot is. Ach ja, dat viel te verwachten in september. Maar we zijn nog maar net vertrokken of onze gids meent een minke whale gezien te hebben, die 2 of 3 keer onderdook. Ik weet niet wat die zeelucht met je doet na zoveel tijd, maar ik kan er toch niet veel van maken dan een eenzame meeuw drijvend op het water... al zal dat ongetwijfeld aan MIJN ogen liggen. We blijven nog even wachten, maar als de minke whale zich niet meer laat zien varen we verder. Helaas wordt het weer er ook niet beter op; voor de verandering begint het weer eens te regenen. Omdat ze niet zo slim zijn geweest de charmante Michelin-mannetjespakjes ook meteen waterdicht te maken, krijgen we lekker over alle lagen nog een stijve knal oranje lichtgevende regenjas. Buiten het feit dat het allemaal erg oncomfortabel zit, ziet het er nogal afschrikwekkend uit en ik vraag me af of zo’n drijvend stoplicht op zee niet alle walvissen meteen doet vertrekken. En eigenlijk hoop ik ook niet dat er NU een walvis gesignaleerd wordt, want dan ben ik zwaar de pineut; mijn fotocamera zit veilig onder al mijn lagen kleding gestopt (ooit 3 borsten gezien?) en ik kan er onmogelijk snel bij.

En alsof de duivel ermee speelt; ‘eleven o’clock, humpback whale!’ Hè ja, waarom nou een humpback whale, waarom geen ‘miezerig’ dolfijntje ofzo... hadden die humpback whales niet al lang in het Caraïbisch gebied vakantie moeten vieren? Druk doende om mijn fototoestel uit zijn benarde positie te bevrijden, de lensdop ergens weg te werken om dan ineens ‘one o’clock’ te horen. Snel naar de andere zijde van de boot en helaas weer te laat. Die beesten zijn gewoon te snel. Of mijn camera te traag. Of, nog waarschijnlijker, de bediener van de camera is te traag. Anyway, Martijn stond al wel in de startblokken en is erin geslaagd de walvis vast te leggen. Maar als je weet dat 1) de walvis erg ver weg was, 2) de boot behoorlijk op en neer deinde en 3) het regende en het erg donker was, dan moet je maar niet vragen of de foto’s goed gelukt zijn...

    

Later zien we nog 2 dolfijnen en na een warme chocolademelk en een IJslands zoet broodje varen we weer terug naar Húsavík. Na een hapje gegeten te hebben en wat boodschappen gehaald te hebben verlaten we Húsavík weer via de 87 richting Mývatn, onze bestemming voor de komende dagen. We rijden een rondje om het meer via de 848 die op de ringweg uit komt en maken verschillende stops. Helaas zitten we nog steeds in de regen en ik vraag me af hoe slecht het dan in het zuiden wel niet moet zijn als het in het noorden al zo slecht is... We zijn notabene voor het betere weer naar het noorden gegaan!

We stoppen bij een aantal mooie pseudo-kraters en daarna rijden we door naar Dimmuborgir waar we een kleine wandeling maken tussen het gesteente en de vreemde rotsen. Vervolgens zoeken we een fijne camping op in Reykjahlid en we plaatsen onze Dodge. Bij de receptie hangen de weersverwachtingen en als ik de moed bijeen geschraapt heb om te kijken (in sommige gevallen kan je beter niet kijken) blijkt het weer de komende dagen iets beter te worden met minder regen en er staat zelfs een zonnetje bij getekend! Morgen zou nog wel een slechte dag worden, maar de vrijdag beter en de zaterdag zelfs nog beter! En laten we nou net zaterdag naar het zuiden moeten rijden omdat we al vanuit NL een gletsjerhike over de Vatnajökull gletsjer hebben vastgelegd. We besluiten te gaan bellen met Mountainguides waar we de tocht geboekt hebben en gelukkig kunnen we de tocht ook maandag nog doen, wat tevens de laatste mogelijkheid is om een gletsjerhike te doen. Zondag wordt dus nu een rijdag en de zaterdag kunnen we nog mooi in Mývatn blijven!

Later blijkt de gekochte lader helaas ook niet te werken voor de accu van onze camera en dus gaat Martijn weer aan de slag. Alles wordt vakkundig uit elkaar gehaald, kabeltjes knipt ie opnieuw open en als ik het slagveld zie wat hij heeft aangericht dan vraag ik me af of we straks überhaupt nog wel iets kunnen laden. Maar wederom; niets werkt. Het gaat er naar uitzien dat we deze vakantie niet veel meer te filmen hebben. Mooi balen. Alweer.

 

Vorige dag Volgende dag