Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Dinsdag 9 september


Geluk bij een ongeluk...

Vorige dag Volgende dag

Alle ellende van gisteren is als sneeuw voor de zon verdwenen; we staan op met vriendelijker weer; het is zowaar ‘slechts’ licht bewolkt. We besluiten eerst maar eens een douche te gaan nemen. Het blijkt een douche te zijn met muntjes; voor 50 ISK kan je 4 minuten douchen. Niet helemaal wat ik voor ogen had, maar goed. Ik stop een muntje in het apparaat en vol vertrouwen wil ik onder de douche stappen. IEEKKK! Ijs- en ijskoud. Ik draai en draai aan de knoppen maar het blijft ijswater wat er uitkomt. Net zolang totdat er geen water meer komt. De 4 minuten zijn om, grrr. Waarom heb ik dit nou weer? Nieuw muntje dan maar. Nu doet ie helemaal niets. Ik begin er in mijn koude nakie erg tabak van te krijgen en besluit dan maar met het laatste muntje onder een koude douche te springen (bikkel, hè). In Afrika is me dat vorig jaar ook menig maal gelukt. In sneltreinvaart doe ik mijn wasrondje en als ik binnen 2 minuten klaar ben en ik me net af begin te vragen of iemand hier zit te stinken (zwavelgeur) dan wordt het water zowaar warm. Nog 2 minuten om even bij te komen dus. En Martijn? Ach die heeft uiteraard heerlijk warm gedouched...

Even later tijdens ons ontbijt zegt Martijn dat hij straks nog even de gemaakte band moet controleren voordat we het binnenland in gaan. Zo gezegd, zo niet gedaan; we ruimen op, wassen af, draaien het dak naar beneden, installeren ons in de auto met de kaart en de GPS en we gaan op weg richting de F 821. Na zo’n 50 km te hebben gereden, check ik nog even of Martijn de band heeft bekeken. Eh, nee dus. Auto langs de kant, kijken en na 10 tellen staat Martijn met de vreugdevolle mededeling dat de band zo slap is als een vaatdoekje. Haha, wat een lol, grapje van Martijn. Ehh... toch? Ik kijk Martijn aan en die ziet er niet echt uit alsof ie een grapje maakt en voorzichtig vraag ik nog een keer kleintjes; ‘echt?’ Echt dus. Balen! Noodgedwongen moeten we onze binnenlandroute afbreken en gefrustreerd keren we terug naar Akureyri, gelukkig wel een wat grotere plaats. We zoeken een garage op en meteen willen ze de band weer maken. “Euh, maar we willen er nog het binnenland mee in.” “O, waar dan?” “Nou, Sprengisandur, Laki, Landmannalaugar.” “O. Nee, dan kan je beter maar een nieuwe kopen.” En zo staan we enige tijd later weer buiten met een spiksplinternieuwe band onder onze auto. Een goed gevoel, ware het niet dat de inhoud van onze portemonnee dat goede gevoel wat onderdrukt. Duur grapje, zo’n band.

Het is inmiddels te laat om nog aan de binnenlandroute te beginnen (we wilden de F 821 – F 881 en de F 26 rijden) en dus besluiten we om rustig verder te rijden richting Húsavík. In de haven van Akureyri is het erg druk met auto’s en er staan allemaal mensen te kijken bij de baai. Nieuwsgierig als we zijn stoppen wij ook maar en gaan een kijkje nemen. Er blijken twee northern bottlenose whales in de baai te zwemmen, iets wat erg zeldzaam is! Later blijkt dat het zelfs de kranten gehaald heeft! Is die lekke band toch nog ergens goed voor geweest.

We rijden verder en na enige tijd bereiken we de Godafoss waterval, een mooie waterval waar we de nodige tijd verblijven. Daarna rijden we de ringweg verder om Mývatn (een meer) heen. We willen naar de Dettifoss waterval via een binnenlands weggetje, de F 862. Het is inmiddels echter al laat en als we het smalle weggetje in rijden liggen er erg veel stenen. We kunnen niet harder dan 20 km per uur rijden en het weggetje staat dan ook bekend als een zeer slechte weg. En alsof dat al niet vervelend genoeg is, denk ik onderweg een mooie foto te kunnen maken en ik wil uitstappen, maar de wind slaat op de deur en ik houd hem bijna niet. Ik hang er met mijn hele gewicht aan en met veel moeite krijg ik hem weer dicht. Dag foto. Wat een snertwind ook hier weer. Ik vind er niets aan zo en dan hebben we pas 4 km van het 20 km hobbelige en stenige traject gehad. We hebben geen zin om op zo’n kort stukje weer een band aan gort te rijden dus we besluiten om te draaien en via de gravelweg 864 naar Dettifoss te gaan. We zien dan weliswaar de minder mooie kant van de waterval, maar in die kl*t*weg hebben we beide geen trek. Twee lekke banden op één dag vinden wij (en onze portemonnee) wel een beetje te veel van het goede.

Eenmaal bij de Dettifoss waterval wachten we eerst tot de ergste regen weer een beetje over is en Martijn maakt van de gelegenheid gebruik om zijn accu van de videocamera in de auto op te laden. Dan ineens kijkt hij mij verschrikt aan. De lader wil de accu niet laden en geeft aan dat de lege accu vol is. Lekker dan; hebben we net een nieuwe videocamera gekocht kunnen we straks niet meer filmen. Weer een nieuw probleem...

We laten de lader echter nu voor wat hij is en lopen naar de waterval toe. De Dettifoss waterval is erg indrukwekkend; er buldert een enorme hoeveelheid water van de wand, prachtig om te zien. We blijven hier een tijdje en daarna rijden we verder richting Húsavík waar we ’s avonds op een klein veldje kamperen. Martijn probeert de hele avond de lader aan de praat te krijgen; hij verknipt alle kabels en schroeft alles los en vast wat maar mogelijk is, tot op heden nog zonder resultaat. Het ene idee na het andere idee passeert de revue, maar niets werkt. Dat kan er dan ook nog wel bij...

’s Nachts vraag ik me af of de Dettifoss misschien verplaatst is door een aardbeving; zo’n beetje precies boven ons dak ofzo. SJESUS wat een water op ons dak... En last but not least komt die ellendige wind weer opzetten en ik hou mijn hart vast voor morgen, als we een walvisvaart willen doen...

 

Vorige dag Volgende dag