Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Zondag 21 september


Landmannalaugar deel 3; sneeuw!

Vorige dag Volgende dag

Na een erg koude nacht worden we opgetogen wakker als we naar buiten kijken; half bewolkt! En geen wonder dat het vannacht zo koud was; op de toppen van de bergen ligt een vers laagje sneeuw! Vol goede moed rijden we naar het beginpunt van de F 208. Het is nog vroeg en voordat we daadwerkelijk aan de route beginnen willen we eerst nog wel wat mensen vragen naar de toestand van de weg en de rivieren. In de verte zien we een boer op een tractor, dus we gaan er op af. De boer blijkt zelf pas nog in Landmannalaugar geweest te zijn en zegt dat het met onze auto te doen moet zijn. Poeh, gelukkig, altijd spannend want het zal niet de eerste keer zijn dat we onze plannen om moeten gooien deze vakantie. We wagen het erop en rijden de weg met het bordje F 208 in. De weg, die vrijwel meteen weer door lavavelden gaat, is in eerste instantie redelijk vlak en goed te doen vergeleken met de F 225.

Even later komen twee Nederlandse mannen ons tegemoet die we uiteraard ook nog even vragen naar de route en ook zij zeggen dat het met onze auto te doen moet zijn, al hebben zij dan wel een jeep met een grotere bodemvrijheid dan wij. En wij zijn door de camperunit natuurlijk ook wel wat zwaarder. Verder zouden er wel 2 serieuze rivierdoorsteken zijn, waarvan er één smal maar diep is. Opletten dus. Daarna komen we alweer een auto tegen (wat is het ineens druk hier?), en deze auto zit helemaal onder de sneeuw! Ook hier weer het een en ander gevraagd en we schijnen wel wat sneeuw onderweg te krijgen, en ja, ook op de weg. Hmmm, das minder. Maar goed, sneeuw rijden hebben we vaak genoeg gedaan en dus weerhoudt niets of niemand ons er meer van om via de F 208 naar Landmannalaugar te rijden. Denken we.

In de verte zien we sneeuw op de toppen, erg mooi en we hebben nog niet in de gaten dat diezelfde sneeuw wat later voor behoorlijk wat ellende gaat zorgen... Maar eerst de eerste rivierdoorsteek. We kunnen de diepte niet echt inschatten (waarom hebben we niet gevraagd welke rivier zo diep was?) en we vinden het lastig om onze weg te bepalen. Als Martijn denkt de juiste route te hebben gevonden, gaan we ervoor. De neus gaat naar beneden, naar beneden, en nog steeds naar beneden en net als we denken het diepste gedeelte van de rivier gehad te hebben gaan we nog verder naar beneden. Hellup...! Dit is ongetwijfeld de diepste rivier die we tot nu toe gehad hebben en ik hoop toch echt dat dit ook die diepe rivier was waar die Hollanders het over hadden... Niet dat er dus nóg een diepere is. Maar gelukkig hebben we het diepste punt bereikt en de neus gaat al weer langzaam omhoog, pfffff. Eenmaal veilig op het droge probeer ik nog een zachte ‘nog een keer?’ uit te persen, we willen deze diepe rivierdoorsteek immers wel vastleggen op film en foto, maar Martijn kijkt me met zo’n verontwaardigde blik aan (hoe durf ik het te vragen) dat verder onderhandelen waarschijnlijk niet zoveel zin heeft momenteel.

Wel stoppen we even om te kijken tot hoe hoog het water is gekomen en na een vluchtige blik blijkt dat het water tot aan de koplampen heeft gestaan! Dat betekent in ons geval dat het water zo’n 90 cm diep is geweest! Na deze korte stop wil Martijn de auto weer starten en deze slaat voor het eerst deze vakantie af... Toch ergens wat water binnen gekregen? Niet echt bevordelijk voor mijn gemoedsrust in ieder geval. Want dat is zo’n beetje het enige dat we nog niet gehad hebben; pech met de auto.

Na een paar kilometer kondigt zich de tweede rivier aan en gelukkig is deze minder diep. We rijden verder en het wordt steeds witter; de bergen, de lava en zelfs de weg heeft een sneeuwlaagje gekregen! We klimmen flink en hoe hoger we komen hoe dikker het pak sneeuw wordt; de stenen op de weg zijn verdwenen onder een laag poeder van zo’n 20 cm. Normaal gesproken vinden we sneeuw erg leuk, we gaan niet voor niets elk jaar minstens 1 keer naar de sneeuw, maar hier had ik toch liever de kleuren van IJsland gezien! Eén voordeel; hoe meer sneeuw hoe minder last we schijnen te hebben van de stenen. Maar, alsof het al niet avontuurlijk genoeg was, begint het ook nog eens vreselijk te sneeuwen en te waaien! En we klimmen alleen maar hoger want we moeten straks een pas over. Goed, nu hebben we dus meer water in de rivieren waardoor de doorsteken moeilijker gaan, sneeuw op de weg waardoor we de weg en de stenen niet meer zien en nu belanden we als klap op de vuurpijl ook nog in een heuse sneeuwstorm! Het zicht is helemaal weg, we zien niet meer waar de weg loopt, alles is wit, geen kip te bekennen en geen dekking met je gsm... Kortom; peentjes zweten. AARRGGGHH! En dan dachten wij nog wel dat we alle weersomstandigheden al wel zo’n beetje gehad hadden...

Als kers op de slagroom dient zich daar ook nog de volgende rivier aan. We stoppen voor de rivier. Vind ik dit leuk? Nee! Ik begin me ondertussen echt af te vragen waar we mee bezig zijn, is dit geen gekkenwerk? En ook Martijn ziet er ineens wat gespannen uit. Na enig beraad komen we tot de conclusie dat het niet echt verantwoord is momenteel. En ook al zitten we ongeveer al op de helft, we weten helemaal niet wat er nog gaat komen. Net als we willen gaan keren om terug te rijden, sla ik een kreet van opluchting; een auto!

De auto komt vanuit een andere richting (F 235) en stopt naast ons voor de rivier. Er zitten 4 stevige IJslandse kerels in en we vragen of zij ook naar Landmannalaugar gaan. Vol enthousiasme roepen ze “Yes!”. Vervolgens vragen we of het goed is dat wij achter hen aan rijden zodat we niet alleen zijn. “No problem” en terwijl wij de auto starten en de gordels om doen staan ze al aan de overkant van de rivier. “Ehh... zag jij hoe ze de rivier namen?” “Nee. Jij?” “Neuhhh...” Ok, rijden dan maar! Zo gezegd, zo gedaan, rivier doorkruist en al mijn doemscenario’s zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat wil je ook met 4 van die grote IJslandse ervaren mannen. Ha, kom maar op met die rivieren!

En dus gaan we vol goede moed op pad. Binnen luttele seconden zijn de IJslanders echter uit het oog verdwenen, ze scheuren over de bochtige wegen alsof hun leven er vanaf hangt. We hebben erg veel moeite om ze bij te houden, reden we eerst soms tergent langzaam (zo’n 20 tot 30 km/uur) over sommige slechte stukken met stenen, nu razen we er met zo’n 50 tot 60 km per uur overheen! En rivierdoorsteken? Ach, peuleschilletjes. Uitstappen om te kijken hoe je hem moet nemen? Onzin. Das voor watjes. Gewoon doorrijden en wij volgen dan maar. Tijd voor foto’s? No way, raggen met die hap.

Eindelijk is het dan tijd voor een pauze. Hèhè. Martijn vraagt of ze altijd zo rijden en in koor krijgen we: “HE does,” wijzend op de bestuurder. Hebben wij weer. Dé Schumacher van IJsland die ons door het ruige binnenland moet loodsen. De mannen vertellen dat de meeste binnenlandse wegen vanaf 1 oktober gesloten worden, omdat de toestand van de wegen dan te slecht wordt en het binnenland onbegaanbaar wordt. Verder wordt ons ook nog even doodleuk verteld dat het afgelopen juli en augustus schitterend weer is geweest, dat het nu ruim 2 weken aan een stuk geregend heeft (precies de tijd dat wij in IJsland zijn) en dat het weer uitzonderlijk slecht is de afgelopen weken. Ja, zelfs voor IJsland. En bedankt.

Dan vervolgen we onze race door het binnenland en doe je hier normaal gesproken minstens een halve dag op, anderhalf uur later en zo’n 17 rivierdoorsteken verder staan we bij de hut in Landmannalaugar, blij dat we het gehaald hebben. En nog belangrijker; met alles nog werkend, inclusief volle en hele banden.

Wat minder leuk is; de prachtig gekleurde ryolietbergen waar Landmannalaugar om bekend staat en waar wij speciaal voor terug kwamen, zijn verstopt onder een wit laagje sneeuw. Geen kleur te bekennen dus. Weer een tegenvaller, maar als het stopt met sneeuwen en er een heel voorzichtig zonnetje door wil breken hebben we goede hoop dat de sneeuw nog wel weg zal smelten.

We pakken ons dik in met mutsen en handschoenen en we gaan alvast op pad. Helaas kunnen we ook dit keer de Bláhnúkur-hike niet doen, want het pad is volledig ondergesneeuwd, en dus doen we een hike langs de rivier en door het lavaveld. Lopen door het lavaveld is ook nog een hele onderneming, want ook het lavaveld ligt onder de sneeuw en we zien niet goed waar we lopen. Best verraderlijk met al die scheuren en spleten tussen de rotsen, om over de gladheid maar niet te spreken. De omstandigheden zijn in ieder geval ideaal om weer een nieuw avontuur tegemoet te gaan...

Maar boven verwachting slagen we erin de Brennisteinsalda te bereiken, een mooi gekleurde ‘regenboog’-berg, weliswaar nu ook in een wit jasje. In de omgeving liggen verschillende geothermische velden en het is een vreemd gezicht de stoompluimen uit de grond te zien komen met daaromheen sneeuw. Het wordt nu meer dan duidelijk dat IJsland een land is van vuur en ijs! We willen verder klimmen, maar het weer slaat plotseling weer om en we besluiten terug te lopen. Helaas hebben we door de sneeuw de ryolietbergen nog steeds niet goed kunnen zien.

Daarna nemen we nog een naar later blijkt verstandig besluit; we blijven vannacht hier in Landmannalaugar. We nemen de gok dat de sneeuw morgen weggedooid is, al zal het in ons geval wel betekenen dat we morgenvroeg wakker worden met nóg meer sneeuw...

’s Nachts begint het weer te regenen (gelukkig geen sneeuw), steekt er weer de bekende harde wind op en wordt het weer een nacht met vrij weinig slaap...

 

Vorige dag Volgende dag