Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Vrijdag 19 september


Landmannalaugar deel 2; water, veel water

Vorige dag Volgende dag

8.45 uur. We rijden over een slechte gatenkaas-weg vol plassen naar de F 225, Landmannaleid. De F 225 zou vergeleken met de F 208 vanuit het zuiden veel beter te doen moeten zijn en veel minder rivierdoorsteken hebben. Plan is dus om eerst te kijken hoe deze F 225 is om dan vervolgens, na Landmannalaugar bezocht te hebben, de F 208 naar het zuiden te nemen.

Een half uurtje later beginnen we aan onze weg door het binnenland. Het zicht is erg slecht en regelmatig krijgen we fikse buien over ons heen. Maar niet alleen het zicht en het weer zijn slecht; de weg zelf is nog erger! We rijden met een gemiddelde van 25 botten-door-elkaar-rammelende kilometers per uur over scherpe lavastenen, door diepe plassen en soms banen we ons off road een weg, omdat de weg zelf gewoonweg niet fatsoenlijk te berijden is. Er ligt ontzettend veel water op de weg en daardoor kunnen we de stenen niet goed zien liggen. De spanning stijgt weer tot ongekende hoogte... (Waarom doen we dit eigenlijk? Moet dit leuk zijn?) Dit is ongetwijfeld de slechtste weg die we tot nu toe hebben gereden! De weg, voor zover er dan sprake is van een weg, is veranderd in een complete rivier en dan hebben we de echte rivierdoorsteek nog niet eens gehad. Er zou maar één rivierdoorsteek in deze route zitten, nou dat kan kloppen, maar dan is het wel één hele grote. De complete route is nl. één grote rivierdoorsteek als je het mij vraagt... Maar ook die gedachte verdwijnt weer als sneeuw voor de zon als de echte rivierdoorsteek zich aankondigt. Het is een onduidelijk geheel met eilandjes en we weten eigenlijk niet zo goed hoe we de rivier moeten nemen. De weg waar we uit moeten komen ligt behoorlijk ver weg, maar we zien verder geen sporen lopen. Martijn besluit naar een van de eilandjes te rijden en daar verder te kijken. En zo staan we dan even later in het midden van de rivier met aan alle zijden water. Ik heb het er niet helemaal op en wil het liefst zo snel mogelijk naar het droge. Nou ja, droge, minder natte dan. Martijn niet, die bekijkt nog even rustig alle hoeken van het eilandje om vervolgens tot de conclusie te komen dat hij het ook niet weet en we maar gewoon moeten gaan. Nee, dat helpt.

Op goed geluk rijden we erdoor en de rivier blijkt wel heel breed te zijn, maar gelukkig niet zo heel diep. Even later staan we dan ook weer aan de overkant. Zo, die enige rivierdoorsteek hebben we gehad, vanaf nu is het alleen nog maar ‘slechte-weg-rijden’.

Helaas... een 2de rivierdoorsteek. En een derde. En nog een. En nog een. Echte rivierdoorsteken. De kleine stroompjes reken ik dan nog niet eens mee. Waar al dat water dan toch vandaan komt? Drie keer raden, echt moeilijk kan het niet zijn...

Dan nog 2 rivierdoorsteken bij Landmannalaugar zelf en jawel; we zijn gearriveerd! Hallelujah. Als we aankomen bij de blokhut blijken we tot nu toe de enige mensen te zijn die het vandaag gewaagd hebben hier naartoe te komen...

Landmannalaugar is een erg mooi met lava bedekt dal, omgeven door geel, bruin, rood, groen en grijsblauw gekleurde ryolietbergen. We willen dan ook de wandeling over de Bláhnúkur doen, maar de regen valt nog steeds met bakken uit de hemel. En dus zitten we zo’n 2 uur in de auto te wachten op beter weer, maar het weer blijft hardnekkig zijn best doen ons tegen te werken. De Bláhnúkur-trail kunnen we dus vergeten. Wel lopen we nog even een stukje over het lavaveld Laugahraun en wonder boven wonder zien we nóg een auto aan komen rijden! We vragen de mensen welke route zij gereden hebben, aangezien we de toestand van de F 208 richting zuiden wel willen weten voordat we hier aan beginnen. Zeker aangezien de F 208 moeilijker zou zijn dan de F 225, en wij vonden deze F 225 al een erg slechte weg! Bovendien zou je bij de F 208 veel meer rivieren moeten doorsteken, maar wij hadden er nu ook al 5 terwijl er maar één aangegeven stond.

Maar helaas; de betreffende mensen komen wel vanaf de F 208, maar vanuit het noorden. Dit gedeelte van de F 208 is met een gewone auto ook redelijk te berijden en heeft geen rivierdoorsteken. Volgens hen was deze route prima te doen. Vervolgens nemen ze een warm bad in de rivier en verdwijnen daarna weer net zo snel als ze gekomen zijn.

Tja, wat nu. De wandeling van een paar uur over de Bláhnúkur kan niet doorgaan, het weer is te slecht en het is inmiddels ook al laat geworden. We hebben 2 opties; 1) we gaan via de F 208 naar het noorden, blijkbaar een redelijk goed te berijden weg, of 2) we nemen de lange F 208 naar het zuiden, een weg die behoorlijk slecht is en veel rivierdoorsteken heeft. Maar tevens wel eentje die we graag willen rijden en die in het zuiden uitkomt, waar we ook juist naartoe willen. Dilemma.

En om het dilemma nog net even wat meer kracht bij te zetten rijden we een stukje door tot op de splitsing F 208 noord of zuid. Gaan we links of gaan we rechts? Doet ie het of doet ie het niet? Willen we spanning en avontuur of kiezen we voor veilig? Zijn we levensmoe of willen we nog wat jaartjes meegaan? Sjesus, het valt niet mee.

Dan ineens zie ik een twinkeling in Martijn zijn ogen en jawel hoor, daar komt dan de uiteindelijke weloverwogen en geen tegenspraak duldende beslissing; “We gaan er gewoon voor, we zien wel. Mocht het te erg worden dan draaien we gewoon om.” O.k...

Blij dat de beslissing is gevallen, maar ook wel wat kriebelig in de buik voor wat komen gaat, start Martijn de auto en net als we aan willen rijden, komt daar ineens een auto aan, weliswaar vanuit het noorden, maar misschien weten zij meer en gaan zij straks ook de F 208 zuid nemen. Het blijkt een IJslander te zijn en hij heeft de F 208 naar het zuiden al vele malen gereden. Kijk, daar hebben we wat aan!

We vragen hoe de toestand van de weg naar het zuiden is en of het met onze auto te doen is. Zijn eerste reactie echter, “Because of the heavy rain the past few weeks, the river crossings are very dangerous now; there is too much water”, doet onze plannen direct in de ijskast verdwijnen. Hij zegt dat hij zelf dit keer de F 208 zuid ook niet aandurft en raadt het ons ten zeerste af. Dan stapt hij uit, loopt eens inspecterend om onze Dodge heen, kijkt onder onze auto, vergelijkt onze auto met de zijne (die weliswaar iets lager is dan de onze), om dan vervolgens na een lange stilte van naar mijn idee minstens 5 minuten tot de conclusie te komen dat “we could take the risk”.

Ik kijk Martijn aan, en was ik straks nog meer het typje besluiteloos, nu ben ik standvastiger dan ooit en no way dat ik die F 208 naar het zuiden nu nog ga rijden! Gelukkig deelt Martijn mijn mening ook en dus laten we de F 208 zuid maar aan ons voorbij gaan en kiezen we voor de veilige F 208 noord. Dit is inderdaad een goed te berijden korte route en in een vloek en een zucht (letterlijk en figuurlijk) staan we alweer op asfalt. We rijden vervolgens naar Hella waar we een slaapplek voor de nacht vinden.

 

Vorige dag Volgende dag