Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Woensdag 17 september


The day after...

Vorige dag Volgende dag

’s Morgens zitten er twee vaatdoekjes aan het ontbijt. Man, wat een nacht, hier moet er geen tweede van komen! Als de storm wat is gaan liggen en we beiden na een flinke sloot koffie weer een ietsiepietsie mens zijn geworden bekijken we de schade; grote containers liggen her en der verspreid, de weinige bomen die IJsland heeft zijn ontworteld en liggen op de weg, takken overal. Gelukkig niets aan onze auto, maar ik vraag me af hoe het geweest was als we niet achter dat gebouw gestaan hadden, maar op dat open veldje. Ik wil het eigenlijk ook niet weten ook.

Tsja, en nu? Het binnenland is nog geen optie nu en dus besluiten we de omgeving hier maar eens te bekijken. De Brúarfoss waterval hadden we nog niet gezien en Pingvellir zijn we in het begin van onze vakantie ook voorbij gereden, dus de keuze is snel gemaakt.

Als eerste dus de Brúarfoss waterval. Om hier te komen moet je ongeveer een half uur lopen op een smal paadje. Het pad is helemaal dichtgegroeid en soms moeten we ons dan ook flink door de struiken heen wurmen. Ineens komen we bij een watertje. Vreemd, in het boek stond niets over een rivierdoorsteekje, maar dit zal ongetwijfeld wel weer het gevolg zijn van de overmatige regenval van de afgelopen tijd. Het riviertje is best wel breed en we moeten dan ook echt flink zoeken naar een smaller stukje met veel stenen om aan de overkant te komen. Maar rondom de rivier ligt heel veel vol met water gezogen mos dus goed genoeg om alsnog natte voeten te krijgen... Eenmaal bij de Brúarfoss waterval gekomen wacht ons weer een teleurstelling; de waterval is helemaal grijs en bevat (hoe verrassend) veel meer water dan normaal. En dit terwijl de Brúarfoss normaal een hele mooie felblauwe geul heeft! En deze blauwe geul maakt deze waterval nou juist zo speciaal. Maar bij ons stroomt er zoveel water doorheen dat de blauwe kleur verdwenen is en er alleen een vieze grijze massa te zien is... tja, wat zal ik ervan zeggen. Maar niets denk ik.

Dan weer terug over de smalle paadjes en als we eenmaal weer bij de auto staan en het lijkt alsof Martijn tot aan zijn knieën in de drek heeft gestaan, ben ik blij dat ik voor deze gelegenheid mijn gamaschen maar eens uitgeprobeerd heb!

Dan staat Pingvellir op het programma. We rijden via de onverharde weg 365, die we in begin van de vakantie ook al gereden hebben naar Pingvellir. Maar wat is de weg slecht! De weg is helemaal kapot gereden en bestaat uit veel kuilen die vol water staan. En dat terwijl we deze gladde gravelweg vorige keer zo snel en goed hebben kunnen rijden! Dat bewijst maar weer dat een weg per keer kan verschillen; is ie gisteren nog goed te berijden, een dag later kan het één gatenkaas zijn...

Pingvellir is een nationaal park en ligt precies op de breuklijn tussen de Noord Amerikaanse en de Euraziatische plaat, als je dus op de ene plaat staat dan ben je op het Noord-Amerikaanse continent en als je op de andere plaat staat ben je op het Europese continent. Pingvellir zou heel mooi moeten zijn, maar met dit weer heeft het maar een troosteloze aanblik. Zelfs de IJslandse vlag die je op alle foto’s en folders ziet ontbreekt en er staat alleen een lelijke, kale paal. We lopen wat rond en bij het kerkje zijn werklui aan het werk met grote tractoren. Nee, dit is niet wat we ervan verwacht hadden al zal de harde wind en de regen hier ongetwijfeld ook aan mee werken.

Na Pingvellir besluiten we richting Landmannalaugar te gaan rijden, in de hoop dat we nu wel het binnenland in kunnen gaan. We rijden via Selfoss, waar we eerst nog even de nodige boodschappen doen, richting Landmannalaugar en uiteindelijk belanden we op een camping in Leirubakki. Het is er, in tegenstelling tot de rest van IJsland, een drukte van belang; een filmploeg is bezig een tv-serie op te nemen, dus dit keer zijn we op een heuse filmset beland!

Bij de receptie vragen we nog even naar de weersvooruitzichten en volgens de vrouw aan de balie wordt het morgen een stuk beter dan vandaag. Aha, dat willen we horen! En dus plannen we morgen Landmannalaugar via de Landmannaleid, F 225.

We zetten de auto neer op het meest beschutte plekje op de camping, maar ’s avonds laat treffen we weer een ongenode gast; storm! Het tentdoek begint weer luid te klapperen, de auto schud heen en weer en we zien de bui al weer hangen voor de rest van de nacht... dat wordt weer een nachtje niet slapen! We overwegen om in het hotel te gaan slapen dat bij de camping hoort, maar aangezien dat nogal prijzig is schakelen we eerst over op plan B; we verbouwen de camper. Het zitgedeelte (banken en tafel) bouwen we om tot bed, we draaien het dak naar beneden en even later liggen we lekker ‘knus’ met zijn tweetjes op een 1-persoons, 90 cm breed bedje. Beetje behelpen (omdraaien of anders gaan liggen is onmogelijk), maar de camper vangt zo heel wat minder wind. Of het echter een rustig nachtje gaat worden valt nog maar te betwijfelen, maar goed, we hebben ook altijd nog plan C; een van ons op het 1-persoons bedje, de ander op de achterbank van de Dodge...

 

Vorige dag Volgende dag