Home  |  Welkom  |  Route  Reisverslag  |  Foto's  |  Film  |  Info  |  Contact      

 

    Beijing  Xi'an  |  Chengdu  |  Panzhihua  |  Lijiang  |  Dali  |  Shilin  |  Yangshuo  |  Hong Kong  |  Guangzhou

 
23 september
Regen en hippe Chineesjes.

Na een nacht niet slapen en aftellen tot de ochtend is het dan eindelijk 6 uur als we aankomen op het treinstation van Xi’an. Helaas is het weer hier niet zo mooi als in Beijing; het regent en het ziet er triest en somber uit. We worden afgezet bij ons hotel en tot onze schrik kunnen we pas om 12 uur op de kamer! Dat is balen, maar verder niets aan te doen. We dumpen onze rugzakken dus maar en gaan de stad in op zoek naar een ontbijt. Dit is langs de kant van de weg al snel gevonden en we slenteren wat door de straten van Xi’an. Het valt meteen op dat er veel winkels zijn en we zien aardig wat hippe Chineesjes.

We lopen naar de Bell Tower en de Drum Tower en bekijken de trommels op ons gemak. Het is niet erg groot dus hebben we het hier redelijk snel gezien. We lopen langs een marktje en door moslimwijken en gaan naar de Grote Moskee. De moskee, een serene oase van rust, bezit 4 binnenplaatsen maar is klein, dus ook hier hebben we het redelijk snel gezien.


’s Avonds gaan we met de taxi naar het Denfachang restaurant waar we een traditionele dumpling maaltijd krijgen. We zitten aan een ronde tafel met een glazen draaiplateau en krijgen 18 verschillende soorten dumplings voorgeschoteld. Dumplings zijn gestoomde, gekookte of gefrituurde kleine deeghapjes met vlees, vis of groenten erin, waanzinnig lekker! Het ziet er ook erg leuk uit, het zijn net kleine cadeautjes, dubbel feest dus!

    

24 september
Soldaatje spelen.

Om 7 uur staan we vandaag op. We moeten nog ontbijten en denken wel even een bakker of supermarkt in de buurt te vinden. Niet dus. Alle winkels in de omgeving zijn nog gesloten en even dreigt ons ontbijt in het water te vallen. Dan zien we ineens een man met een kapotte kar volgeladen met fruit, en we proberen duidelijk te maken dat we wel wat van hem willen kopen. Zijn handen zijn pikzwart van het sleutelen aan zijn kar, dus Martijn maakt de dozen open en weet er een tros bananen uit te vissen. Daar moeten we het dan maar mee doen. En ach, zo’n banaan is lekker voedzaam…

We gaan vandaag naar het Terracotta leger en proberen een taxi te regelen voor die dag. Al gauw houden we een paar taxi’s aan en het onderhandelen kan beginnen! Martijn pakt de kaart erbij en wat plaatjes van het Terracotta leger en 5 tellen later is er een verkeersopstopping in de straat! Mensen zetten hun auto’s stil, fietsers zijn afgestapt en voorbijgangers verzamelen zich om ons en de taxi’s heen. Ik kan er maar niet aan wennen, maar ook hier zijn we weer een bezienswaardigheid en worden we aangestaard en bekeken alsof we van een andere planeet komen...

Uiteindelijk spreken we een redelijke prijs af en vervolgens stappen we de taxi in. De weg begint redelijk goed, maar als we Xi’an verlaten en we op lokale weggetjes terecht komen, veranderd de weg in een regelrechte bultenmassa! De chauffeur past zijn tempo echter niet aan en bij elke bult word ik gelanceerd en zit ik met mijn hoofd tegen het dak aan. Wat een rit weer! En dan te bedenken dat er ook een express way was die maar 5 Yuan koste… (bleek achteraf).

Na een uur hobbelen en butsen zijn we een gratis massage rijker en staan we uiteindelijk bij het Terracotta leger. Het leger van terracottasoldaten werd in 1974 ontdekt door boeren die een bron aan het zoeken waren. De beelden werden gemaakt om het graf van Qin Shi Huangdi, een tiran die bezeten was van de dood en de erfenis die hij achter zou laten, te bewaken. Qin Shi Huangdi spaarde kosten nog moeite en huurde 36 jaar lang 700.000 mensen voor de bouw van zijn graf. Het complex zou ook 48 graven van bijvrouwen omvatten die levend met de keizer werden begraven, een lot dat ook arbeiders ten deel viel, om te zorgen dat de locatie en het ontwerp van het graf geheim zouden blijven. Een vreemd verhaal maar desondanks toch wel grappig en mooi om te zien. Bij de opgravingen kwamen overigens 3 putten aan het licht met meer dan 7000 soldaten, boogschutters en paarden. We lopen rond in de drie hallen, waarvan hal 1 de mooiste is en waar de meeste soldaten te zien zijn. In de andere hallen zijn ze nog bezig met opgraven.

Na hier zo’n 2 uur rondgelopen te hebben nemen we onze taxi weer terug naar Xi’an en laten we ons afzetten bij de Grote Ganspagode. Deze pagode is 64 m hoog en is een vierkant stevig gebouw met een bakstenen exterieur en een houten interieur. Overal rondom ons zien we boeddhistische monniken in hun bruine of grijze gewaden druk bezig met hun mobieltje. Het is geen gezicht, maar blijkbaar zijn Chinezen en hun mobieltjes onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de TV trouwens, die vind je ook in iedere woning, al hebben ze verder niets anders. Stromend water, ho maar, maar wel een TV. En dus wel een mobieltje. Rare lui, die Chinezen.

Na enige tijd rond gelopen te hebben besluiten we dat we wat willen gaan winkelen en nemen een taxi naar het centrum. We kunnen niet slagen in de winkels, maar desondanks vinden we het leuk om al die hippe Chineesjes te bekijken, zoals zij het waarschijnlijk leuk vinden om ons te bekijken.

Even later komen we langs een marktje en willen we wel eens zien wat ze er allemaal verkopen. Het begint redelijk onschuldig met wat specerijen, dode eenden en vleesbrokken maar al gauw komen we bij het levend spul. We zien kikkers, vissen, schildpadden en nog veel meer beesten samengeperst in een emmertje of bakje. Dan zien we een klein hokje met allemaal bloedspetters op de muur en meteen wordt duidelijk dat we hier de plaats hebben gevonden voor de tussenweg; de weg van leven naar dood…

Alen worden op een plankje met een spijker geprikt en dan worden ze levend gevild. De aal kronkelt letterlijk of zijn leven ervan af hangt en de bloedspetters vliegen in het rond. Zelfs het gezicht van de ‘slachter’ zit onder de spetters, het is niet om aan te zien. Vlug lopen we door maar minder ranzig wordt het niet; we lopen over een glibberige deinende vloer vol met ingewanden, bloed, schubben en ander ondefinieerbare zooi. Ik walg er van om erover te lopen en houd mijn broekspijpen angstvallig omhoog, maar toch wint onze nieuwsgierigheid het van de ranzigheid en lopen we een stukje door. Als dan vervolgens de schubben en het bloed in de rondte vliegen en we echt uit moeten gaan kijken om zelf niet besmeurd te raken houden we het voor gezien en keren we terug. Gelukkig regent het, dus de grootste troep zal wel van onze schoenen spoelen. Hoop ik.


We gaan nog even internetten en in een mum van tijd komt er een nieuwsgierige bende van tien man over onze schouder meegluren naar al die vreemde tekentjes op het scherm. En dan wijzen ze met de vinger tot op het scherm en lachen ze gemoedelijk. Ach ja…

25 september
Nachtelijk bezoek...

Vandaag kunnen we een keertje uitslapen, en dat doen we dan ook. We hebben verder niets meer op het programma in deze stad en we douchen en ontbijten op ons gemakkie. We worden weer naar het treinstation gebracht en onze trein vertrekt klokslag 13.10 uur naar Chengdu. Het wordt een lange rit, maar liefst 17 uur afzien. Weer een rottig klein bedje, en dan zijn wij nog niet eens groot. Aan het einde van het middelste en laagste bed is een trapje, zodat je voeten geperst zitten tegen de spijlen. Maar als je het bovenste bed hebt is rechtop zitten er niet bij. Zelfs een Chinees slangenmensje zou daar een dubbele hernia van op doen! Pure horror dus voor langere mensen. Maar het kan erger; ons hokje is blijkbaar een broednest voor kakkerlakken, er marcheren zo’n tientallen van die monsters over mijn bed. En ook over die van Martijn. Aargh! Hebben wij weer. In eerste instantie wagen we nog een poging de beestjes naar een andere wereld te helpen, maar dat plan laten we al snel varen, het zijn er simpelweg te veel… Daar komt nog bij dat Martijn zich helemaal niet lekker voelt en vroeg naar bed wil gaan. Met flinke weerzin kruipt hij in zijn bed en probeert wat te slapen. Ik ga wat lezen in de reisboeken, maar ik kan mijn aandacht er nauwelijks bijhouden. Overal waar ik kijk zie ik kakkerlakken over mijn bed lopen, van klein tot smerig groot en ik zie het toch echt niet zitten om hier te gaan slapen. Ik loop wat door de trein en zie dat er behoorlijk veel bedden leeg zijn. Hmm. Na een vluchtige inspectie blijkt in een ander gedeelte maar een enkele verdwaalde kakkerlak rond te lopen, iets wat in ieder geval beter is dan de in-file-lopende kakkerlakken in mijn bed. Ik waag het erop en vraag of we onze bedden kunnen ruilen. Na enig heen en weer vergaderen mogen Martijn en ik uiteindelijk gaan verhuizen…


Vorige  Naar boven  Volgende