|
|
17 en 18 september
Onze reis kan beginnen!
Eindelijk is het dan zover; onze rugzakken zitten
volgepropt met anti-muggenmelk, de nodige rollen wc-papier,
reisliteratuur, een hele reisapotheek aan medicijnen en, vrees ik,
toch weer te veel kleren. Ondanks de hoeveelheid die we bij ons
hebben, is er toch altijd het gevoel dat we iets vergeten zijn, maar
met wat contant geld, pinpassen en onze vliegtickets moeten we toch
een heel eind komen. We zijn er klaar voor!
We hebben een rechtstreekse vlucht met China Southern Airlines. Het
vliegtuig vertrekt mooi op tijd en doordat we ’s nachts vliegen
kunnen we redelijk slapen. Na een voorspoedige vlucht van 9 ½ uur
landen we op het vliegveld van Beijing.
We gaan op zoek naar de reisleidster die ons op het vliegveld zou
ophalen. Al snel zien we een bordje van Shoestring en maken we
kennis met onze reisleidster Julia, een Chinese meid van 24 jaar.
Het is een opmerkelijke verschijning; rokje aan, open schoentjes met
hakjes, een hoop glimmertjes en vooral haar blauwpaarse nagels met
glittersteentjes vallen op. Niet echt een persoon die je voor ogen
hebt als je een avontuurlijke reis boekt… Dan maken we kennis met de
rest van de groep, die totaal uit 20 personen bestaat. Het is een
mengelmoes van alleenreizenden en stellen en de leeftijden lopen erg
uiteen. Wij behoren in ieder geval tot de jongsten van de groep.
Tijdens de busrit van een uur naar het hotel vertelt Julia het een
en ander over de reis en over Beijing en terwijl we de omgeving
bekijken valt meteen al op dat de stad er erg schoon uit ziet. Langs
de snelweg zijn mooie bloemperken aangelegd en alles staat in bloei.
Wat een andere binnenkomst dan dat we hadden verwacht!
Eenmaal in het hotel dumpen we onze spullen en gaan we naar een café
waar een breefing wordt gehouden. Daarna worden we een beetje
wegwijs gemaakt waar we boodschappen kunnen doen, waar we kunnen
internetten, etc. Al snel is de dag om en we besluiten op zoek te
gaan naar een leuk eettentje voor ons avondeten. We kiezen voor een
restaurantje niet te ver van ons hotel en ploffen neer aan een
tafeltje. We kijken rond. Gezellig is anders. Van sfeerverlichting
hebben ze hier blijkbaar nog nooit gehoord. Het is een piepklein
tentje en buiten wat Chinezen zijn wij de enige westerlingen die er
zitten. We krijgen de kaart en oeps, er staan alleen maar Chinese
karakters op! Dat is wel even slikken, want als we proberen Engels
te praten tegen het personeel, staan ze te kijken of we Chinees
tegen ze spreken (spreekwoordelijk dan). Niks, nakkes, nada, ze
begrijpen werkelijk geen woord van wat we zeggen, maar lachen
geblazen is het natuurlijk wel, zowel voor ons als voor het
personeel. Twee meiden staan om de hoek verlegen te giechelen om ons
gestuntel, maar dan brengen onze taalgids en het point it-boekje een
uitkomst. Dit laatste boekje is een boekje met allemaal plaatjes van
artikelen, je kunt het zo gek nog niet bedenken en het staat er wel
in; van kip tot fiets, van lepel tot fototoestel. Je hoeft dus
alleen maar het plaatje aan te wijzen. Dit doen we dus ook en
wederom hilariteit. Dit gaat leuk worden deze vakantie! Uiteindelijk
bestellen we een aantal gerechten en zien we wel wat we
voorgeschoteld krijgen.
Even
later zitten we dus ‘gezellig’ onder de tl-verlichting met een
aantal megaschalen vol lekkernijen, maar waarvan we niet echt weten
wat we nu daadwerkelijk eten. Desondanks smullen we van onze eerste
Chinese maaltijd en al gauw worden de schalen leger, al duurt het
wel wat langer door het eten met stokjes… Net als we denken het
redelijk op te hebben worden er nog even een paar schalen gebracht
en als laatste krijgen we nog een hele bak soep met noodles en
eieren erin na, om de laatste gaatjes te vullen. Pfoe… Het gaat er
allemaal niet meer in, en meteen hebben we ons lesje geleerd voor de
rest van de vakantie; niet op stap zonder een taalgids en
plaatjesboekje en niet al te veel bestellen… We krijgen de
rekening uiteindelijk en verbaasd kijken we naar het totaalbedrag.
Maar liefst 47 Yuan! Dat is zo’n 4 euro 70 en dan hebben we
gerechten besteld voor 6 man terwijl we maar met zijn tweetjes zijn…

19 september
Welcome to China!
6.15 uur. De wekker gaat vroeg. We doen vandaag een excursie naar de
hutongs, de Chinese wijken, maar we willen eerst nog ‘even’ naar het
Tian Tan park en de Temple of heaven. We gaan te voet vanuit ons
hotel, maar stiekem lopen we er langer op dan we dachten. We moeten
om half 9 klaar staan voor de excursie dus lopen we in een stevig
tempo door. Wat een drukte al op deze vroege ochtend! Het verkeer
raast al toeterend voorbij, naast elkaar en door elkaar, het maakt
ze allemaal niet uit. Auto’s met daartussen fietsen, riksja’s en
ezels met karren. Maar remmen is blijkbaar voor mietjes. Stoplichten
worden genegeerd en we worden een aantal keren bijna van onze sokken
gereden. Ongelofelijk.
Na een tijdje stevig doorstappen staan we uiteindelijk in het Tian
Tan park. Wat een rust! De herrie en drukte laten we achter ons en
we lopen het inmense park al genietend door. Overal staan mensen te
dansen, te bewegen en vooral Tai Chi is erg populair. Er zijn mensen
die met zwaarden staan te zwaaien en mensen die achteruit trappen
aan het aflopen zijn. Terwijl we onze ogen uitkijken en het
spektakel op de voet volgen, weerklinkt plots een luid schrapend
keelgeluid achter mij. Verschrikt kijk ik om en ik zie nog net hoe
een Chinese man een kwak speeksel op de grond laat vallen, net naast
mijn fris gewassen voeten. Dan is zijn neus blijkbaar aan de beurt.
Hij knijpt zijn neus half dicht om hem dan in de vrije lucht te
snuiten, waarna hij de slijmsliert met zijn vingers afknipt. Met een
sierlijke zwaai beland de sliert dan ergens bij Martijn zijn voeten.
Tevreden veegt de man zijn handen aan zijn broek af en gaat weer aan
de wandel. Vol ongeloof en afschuw kijk ik Martijn aan. Dan schieten
we in de lach; welcome to China!

Ineens beseffen we dat het
park wel heel erg groot is en dat we het
niet meer halen om de Temple of Heaven te gaan bekijken. Balen, maar
de beslissing om nog een keer terug te gaan is al snel genomen. We
moeten zowat rennen om nog op tijd voor de excursie te zijn, maar
even later zitten we dan toch bezweet en heet in de bus richting de
hutongs, de Bell Tower en de Drum Tower.
We beginnen met een wandeling door de hutongs, een wirwar van nauwe
steegjes die de stad doorkruisen, en meteen leren we de charme
kennen van het oude Beijing. Hutongs worden gecreëerd door de muren
van binnenplaatshuizen. Muren spelen in de Chinese psyche een
belangrijke rol; zelfs in de veilige hoofdstad voelde men de
behoefte om zich erachter terug te trekken. Een muur zorgt voor
privacy en houdt geesten buiten die niet om hoeken kunnen. Hutongs
zijn vaak heerlijk ingewikkeld; de lokale bevolking vindt met gemak
de weg in deze privé-wereld, maar voor ons is het een groot
schemergebied. Men beweert zelfs dat er in Beijing meer hutongs zijn
dan haren op een koe. Tegenwoordig zijn er echter beslist minder dan
vroeger; helaas hebben er veel plaats moeten maken voor flats en
nieuwe hotels. Ook in verband met de ‘modernisering’ van Beijing
voor de Olympische Spelen van 2008 zullen er nog vele verdwijnen.
We lopen door de straatjes en we zien mannen onhandig liggen te
slapen in hun riksja’s, we zien piepkleine winkeltjes waar ze de
vliegen te lijf gaan door met meppers keihard op het vlees te
meppen, kleine theestalletjes en bejaarde Chinezen die rondhangen
bij een soort van speeltuin voor volwassenen. Ook zien we kleine
kindjes met luierpakjes aan waar een gat bij de billen zit. Als een
kind dan ‘moet’ dan kan ie het gewoon laten lopen. Lekker
gemakkelijk, zo op straat. Blehh…We fotograferen heel wat af en
ineens vraagt een Chinees of wij op een speeltoestel willen gaan
staan zodat hij een foto van ons kan maken! Strange… Normaal zijn
wij degenen die foto’s van Chinezen maken, nu maken ze foto’s van
ons! Natuurlijk weer een dolle boel. We worden overigens overal van
top tot teen bewonderd, blijkbaar zijn we een echte
bezienswaardigheid. Mijn blonde haren en blauwe ogen doen er nog
eens een schepje boven op. Een vreemde gewaarwording, maar onwijs
leuk!
We bezoeken vervolgens de Bell Tower. In deze toren hangt een 4,5 m
hoge en 42.674 kg zware klok, die in 1420 werd gegoten. De enorme
klok werd geluid als de stadspoorten ’s avonds dicht gingen.
Tegenwoordig kunnen bezoekers tijdens het Lentefestival de klok
luiden, dit zou dan geluk moeten brengen.
Na de Bell Tower krijgen we nog een theeceremonie. Hier wordt
uitgelegd hoe je de thee moet drinken en krijgen we een aantal, niet
al te lekkere, theesoorten voor geschoteld. Daarna gaan we naar de
Drum Tower. Deze trommeltoren is gebouwd op de noord-zuid-meridiaan
die de Verboden Stad en het Tian’an Men-plein doorsnijdt. De toren
heeft 25 trommels en men sloeg op de trommels om de uren aan te
geven.
Tijd voor de riksja-tour door de hutongs. Eenmaal fietsend nemen we
de omgeving in ons op en tegelijkertijd verbazen we ons over de
kracht van ons iele bestuurdertje. Met het grootste gemak fietst hij
ons in het rond op een gammele fiets die elk moment uit elkaar
dreigt te vallen. Al scheurend door de nauwe straatjes komen we dan
ook al snel aan bij een Chinese familie waar we een lunch zullen
krijgen. Binnen een mum van tijd staat de hele tafel vol met lekkere
gerechten en vullen we onze magen. De een wat sneller dan de ander,
aangezien nog niet iedereen de kunst van het eten met stokjes eigen
is… Het eten schiet alle kanten uit, maar belandt (soms met toeval)
uiteindelijk toch wel in het bakje. En dan heb ik het nog niet over
al die glibberige dingen die haast onmogelijk met die gladde stokjes
zijn op te pakken. Lachen, gieren, brullen dus, en stiekem zijn wij
blij dat wij thuis ook al regelmatig met stokjes eten…
Dan gaan we naar de Lamatempel, de belangrijkste boeddhistische
bezienswaardigheid van Beijing. De Lamatempel had vroeger een
sinistere reputatie; de tempel werd, als relikwieënschrijn voor
angstaanjagende geesten en andere krachten uit het primitieve
Tibetaanse Boeddhisme, vaak geassocieerd met vreemde gebeurtenissen.
Vele jaren lang was de geheimzinnige tempel taboe voor de inwoners
van Beijing. Een aantal vreemdelingen verdwenen na een bezoek aan de
tempel, en de geruchten over mensenoffers maakten de angst en de
achterdocht alleen maar erger. Tegenwoordig wordt je echter begroet
door een uitbundige Toekomstige Boeddha, geflankeerd door de Vier
Hemelse Koningen.

We struinen rond in de tempel en na elk gebouw komt er weer een
nieuw plein met verschillende tempels in zicht. We zien
verschillende monniken en de daken van de tempels zitten vol met
versieringen en beeldjes. Zo staat er op elke hoek van een tempeldak
een rijtje met dieren, de zogenaamde wachters, om de tempel te
beschermen tegen boze geesten en brand. We lopen enige tijd rond en
nemen de tijd voor deze mooie Tibetaanse tempel.
’s Avonds willen we een keer de beroemde
Beijing Roast Duck gaan
eten, dit is ten slotte hét gerecht van Beijing. Op aanraden van de
Lonely Planet kiezen we voor het, naar Chinese maatstaven, chique
restaurant Qianmen Quanjude Roast Duck Restaurant en we zien dat al
veel bekende personen ons zijn voorgegaan; er hangen oa. foto’s van
George Bush, Fidel Castro en Arafat aan de muur. We moeten wel een
nummertje trekken, want het is er erg druk. Je kan zien hoe de
eenden klaar gemaakt worden en er hangt een bord waarop staat
hoeveel eenden er al gegeten zijn sinds 1864; 115.255.196! Een hele
hoop eendjes dus. Na een goede 20 minuten wachten zijn we dan aan de
beurt en krijgen we een tafel toegewezen. Natuurlijk bestellen we
een hele Pekingeend, die gegeten wordt met sojasaus en
pannenkoekjes, en nog een aantal gerechtjes. Even later komt er een
kok met een trolley de eend aan tafel snijden. Hij snijdt mooie
dunne plakken en tot onze verrassing smaakt de eend echt lekker!
Na het eten besluiten we met een taxi naar Wangfujing Road te gaan, hier
zitten heel veel mooie winkels en er is een marktje met voedsel in
de buurt. We lopen wat rond en uiteindelijk belanden we op het
marktje. Chinezen steken alles wat eetbaar is aan een stokje, dus
zien we schorpioenen levend en wel aan een stokje gestoken,
zeepaardjes, haaitjes, sprinkhanen, torren, duizendpoten, en ga zo
maar door. We kijken onze ogen uit bij de enkele toeristen die, voor
de foto, stoer willen zijn door een duizendpoot haastig naar binnen
te werken, jakkes! Zij liever dan ik, al is het wel leuk om al die
commotie er omheen te bekijken.

20
september
Hijgen, zweten, puffen op de muur.
Vandaag is er weer geen uitslapen bij, want we gaan naar de Chinese
Muur! Om half 6 gaat de wekker en om 6 uur staat de taxi klaar die
ons naar Jinshanling zal brengen. De bedoeling is dat de taxi de
hele dag bij ons blijft; hij rijdt naar Jinshanling waar hij ons
afzet. Wij gaan daar dan 10 km over de Muur lopen naar Simatai, en
daar zal onze taxichauffeur dan ook zo’n 5 uur op ons wachten.
Daarna brengt hij ons weer terug naar Beijing.
De Grote Muur is ongetwijfeld China's beroemdste bouwwerk. Hij loopt
van de zee, bij de oostelijke provincie Hebei tot aan de
Gobiwoestijn, in de westelijke provincie Gansu. Hoe lang de Muur is,
is niet precies vast te stellen. In China staat hij bekend als de
'Muur van 10.000 Li'. Eén Li is 500 m; 5000 km lengte dus, maar
sommige boeken beweren dat de muur meer dan 6000 km lang zou zijn.
In ieder geval; lang is ie. En als je van alle stenen een vijf meter
hoge en één meter dikke muur zou maken, dan zou je ruim één keer
rond de aarde kunnen. De Muur is gebouwd om de diverse Chinese
staten te beschermen tegen invallen van nomadische ruitervolkeren
uit het noorden.

6 uur. We rijden door Beijing en het is nog opvallend rustig op de
weg, wat een verademing! We kunnen er echter maar kort van genieten,
want al snel wordt het drukker, barst het getoeter weer los en raast
het verkeer door elkaar heen. Shit, nog zo’n 3 uur rijden voor de
boeg. Links en rechts halen we in, we rijden met vijven naast elkaar
op een 2-baans weg, we hebben een aantal bijna-botsingen en ik heb
de nodige tenen-knijp-momenten… Sjesus, wat een rit. Maar het kan
altijd nóg erger. We verruilen nl. onze 2-baans-weg voor een smalle
weg door de bergen, en onze chauffeur presteert het om net voor een
bocht in zijn 4 (van terugschakelen hebben ze blijkbaar nog nooit
gehoord) met een slakkengang onze voorganger in te halen. Net als we
dan naast het voertuig zitten komt er dan ineens een ander voertuig
om de hoek en moeten wij als een gek op de rem om vervolgens weer
achter onze voorganger te gaan zitten… En dit herhaalt zich dus
voortdurend. Menige keren zitten we dan ook met vier voertuigen
naast elkaar op de weg, terwijl er maar plaats is voor twee. En dan
pas op het laatste moment beslissen wie er aan de kant moet, het
lijkt wel een spel. Onze chauffeur is er overigens zeer koel onder,
af en toe belt ie met zijn mobieltje. Hij lijkt zich totaal niet
druk te maken om het verkeer. En het maakt hem ook niet uit of ie
net voor een bocht in gaat halen. Ze zeggen dat er in China de
meeste verkeersdoden ter wereld vallen, nou, ik begrijp het
volkomen!
Even later gaat ie ineens 30 rijden. Wat is dit nou weer? We vragen
ons af wat er aan de hand is. Naar mijn idee zit ie half te dutten,
want hij slingert ook wat over de weg. Een slapende chauffeur,
krijgen we dat weer. Martijn vraagt wat er aan de hand is en waarom
ie zo langzaam rijdt en ineens is onze kamikaze-chauffeur weer bij
de pinken; er zouden snelheidscontroles zijn en daarom houdt ie zich
aan de snelheid. En al die andere voertuigen dan die ons met een
noodgang voorbij razen?
Na een 3 uur durende helse taxirit komen we, enigszins gebroken, aan
bij Jinshanling. Even bijkomen van de rit, wat eten en drinken en
dan kan de tocht dan eindelijk beginnen! Het weer is vandaag helder,
dus als het goed is kunnen we de muur mooi weg zien slingeren over
de bergtoppen, al is het wel wat heiig. Er is een kabelbaan omhoog,
maar we kunnen ook ongeveer een uur lopen. Aangezien we vandaag nog
een heel traject te lopen hebben, kiezen we om de kabelbaan omhoog
te nemen. Eenmaal in het hokje krijgen we spijt van deze beslissing.
Wat een oud, versleten en primitief bakje! We zijn blij als we boven
zijn en we nemen een pad dat naar de muur leidt. We worden opgewacht
door 2 Chinese meiden die ons willen begeleiden tijdens de tocht
naar Simatai. We hadden gelezen dat het aangeraden werd een gids te
nemen, dus we laten ze gewoon maar meelopen.
Het ziet er naar uit dat we de hele Muur voor ons alleen hebben, er
is geen mens te bekennen, geweldig! Een echt wereldwonder. Het
eerste gedeelte is geheel gerestaureerd en loopt gemakkelijk weg,
hoewel ook hier behoorlijk steile stukken zijn. We lopen van
wachttoren naar wachttoren. Nog 29 te gaan volgens onze gidsen. Dan
houdt het gerestaureerde deel abrupt op. We lopen nu verder over
brokkelige Muur, de kanteel-muren aan de zijkanten zijn weggeslagen,
ook door boeren die in de loop der eeuwen steen hebben gebruikt voor
huizenbouw. ‘Kelful, kelful’, roept onze gids steeds. Hoe verder we
komen, hoe steiler de klim. Wel serieus stevig werk om te beklimmen.
Hellingen tot 70%, dus met beide handen en voeten naar boven
klauteren. Bovendien zitten er verraderlijke losse keien tussen, het
is echt goed opletten hier. We lopen over gevaarlijk smalle richels,
langs afgronden en vergeten bijna te genieten van de Muur. Mijn
hoofd is inmiddels stoplicht-rood gekleurd en als ik na een steile
klim een hoekje om kom met een nóg steilere klim in het vooruitzicht
vind ik het toch echt tijd voor een pauze. Bovendien zijn mijn benen
op de automatische piloot terecht gekomen, iets wat ook niet prettig
loopt en waardoor ik lichtelijk angst krijg van de trappen te
donderen. Wat een afzien, al die traptreden! Hijgen, zweten, puffen.
Mijn fles water met ORS-oplossing gaat in een keer op en na een paar
minuten verdwijnt het zweverige gevoel in mijn benen gelukkig weer.
Daar gaat ie weer. Een heel steil gevaarlijk stuk brokkelige Muur te
gaan, met hele hoge smalle onregelmatige treden. Alle foto- en
filmapparatuur in de rugzak opgeborgen, we kunnen rondbungelende
spullen niet gebruiken. Nu even niet. Handen moeten vrij zijn, want
het is echt handen- en voetenwerk. Ook Martijn heeft er moeite mee;
zijn hoogtevrees gaat hem parten spelen. Halverwege staat ie op een
brokkelige trap zich af te vragen waar ie in hemelsnaam aan begonnen
is, en vooral ook hoe dat ie er aan de andere kant weer af moet.
Maar ja, we zullen toch naar Simatai moeten, want daar staat onze
chauffeur ons op te wachten. Nog even doorzetten dus. Na vandaag kan
ik waarschijnlijk geen trap meer zien...
Na nog een paar zeer zware trajecten hebben we het ergste gehad en
na een tijdje komen we bij Simatai waar we opnieuw moeten betalen om
over de Muur te lopen. Onze gidsen verlaten ons en ze vragen ons een
boek te kopen van de Chinese Muur. Dat doen we dan maar en we nemen
afscheid. Het stuk Muur bij Simatai is geheel gerestaureerd en
hoewel het soms ook steile stukken bevat, is het een stuk prettiger
en gemakkelijker lopen dan het traject Jinshanling-Simatai. Geen
losliggende stenen of afgebrokkelde gedeeltes meer. Wat een
verademing! Ook hier zijn weer geen mensen en hebben we de Muur nog
steeds voor ons alleen, iets wat we allebei super vinden. We
genieten van de uitzichten, de Muur slingert mooi over de toppen, en
dan wordt het tijd om naar Simatai te gaan. We moeten nog een
hangbrug over aan het einde en ook hier staat weer een bewaker die
enkele yuans wil ontvangen voor het passeren van de brug. Moeten we
dadelijk soms ook betalen om weer van de brug af te moeten? Gelukkig
valt het mee. Na de brug krijgen we nog een kort steil stukje
omhoog, waar Martijn weer even moet slikken om zijn hoogtevrees te
overwinnen. Uiteindelijk lopen we nog een stukje verder naar de
andere kant van Simatai, totdat we niet verder kunnen. De Muur is
daar heel erg slecht, smal en gevaarlijk en is daarom ook verboden
terrein. Een geweldige ervaring rijker stappen we na zo’n 5 uur weer
in onze taxi. Op naar het volgende avontuur; hoe overleven we de 3
uur durende taxirit terug naar Beijing…
Nou, door je gewoon niet druk te maken? Geloof me, ik heb het geprobeerd,
en ik dacht dat het werkte, totdat er weer een tenen-knijp-moment
was, en ik weer met klamme handjes de rest van de rit heb
uitgezeten. Maar, uiteindelijk stonden we toch, na zo’n 3 uur
stressen, gelukkig zonder kleerscheuren weer bij ons hotel, een hele
opluchting…

21 september
Rondje Beijing.
Au, au, au… Alles doet zeer. Het bed uit komen kost me de grootste
moeite, mijn benen willen niet meewerken. Ik wist niet dat ik zoveel
spieren in mijn benen had, maar ik voel ze werkelijk allemaal.
Trappen loop ik af als een oud wijf, maar je moet er wat voor over
hebben, toch?
Vandaag gaan we voor de 2de keer naar het Tian Tan park en de Temple
of Heaven. Nu kunnen we op ons gemak rondhangen in het park. Dat
doen we dan ook. Daarna bekijken we de Temple of Heaven, wat we
beiden een heel mooie tempel vinden.
Achter het park ligt een markt waar we nog even gaan kijken en dan
nemen we een taxi naar het Tian’an Men-plein. Dit is het Plein van
de Poort van de Hemelse Vrede, een uitgestrekte betonvlakte in het
hart van het moderne Beijing. Het plein is de traditionele
verzamelplaats voor demonstraties, zoals bijv. de studentenprotesten
van 1989 die op een verschrikkelijke wijze werden beëindigd. Het is
inderdaad een immens groot plein! En overal staat bewaking strak
voor zich uit te kijken. Midden op het plein is veel bedrijvigheid;
mensen die vliegeren, Chinezen die allemaal dezelfde foto willen
maken, schreeuwende verkopers en militairen die over het plein
marcheren. We zien het beroemde portret van Mao Zedong en maken hier
natuurlijk ook de nodige foto’s van.

Dan gaan we naar de Verboden Stad. De Verboden Stad, een 32 ha groot
gebied, werd gebouwd toen de keizer de hoofdstad in 1421 van Nanjing
naar Beijing verplaatste. Het gebied was voor het gewone volk taboe.
Helaas wordt hier aardig wat gerestaureerd en staan veel gebouwen in
de steigers voor de Olympische Spelen van 2008. Toch blijven er
genoeg mooie gebouwen over en we komen er achter hoe groot het hier
is. Steeds als je denkt aan het einde te zijn, komt er nog een
compleet nieuw plein met gebouwen. En na elk vertrek wordt het ook
steeds drukker. Met megafoons worden toeristen rondgeleid, de een
schreeuwt er nog harder in dan de ander. En waarom? Ik weet het
niet. Als ze al niet doof zijn, dan worden ze het wel. Dat verklaart
misschien het feit dat je tegen Chinezen sowieso moet schreeuwen eer
ze je horen… Als we uiteindelijk wel aan het einde zijn gekomen nemen
we de achteruitgang en besluiten we naar het Beihai park te gaan.
Het Beihai park is een romantische plek voor stelletjes die in de
schemering van het ene paviljoen naar het andere slenteren en vanaf
de heuvel over de stad uitkijken. Het park bestaat grotendeels uit
een meer en een heuvel waarop een Witte Dagoba staat. (Een dagoba is
een pagode in Tibetaanse stijl.) De Dagoba is opgericht ter
gelegenheid van een bezoek van de Dalai Lama in de 17de eeuw.
We lopen wat rond in het park en weer is er die aangename rust. We
lopen de heuvel op voor de Dagoba en kijken uit over de Verboden
Stad. Dan wordt het tijd om weer terug te gaan naar het hotel en
ergens een hapje te gaan eten.

22 september
865
Keer hallo...
Vandaag gaan we naar het Zomerpaleis. We regelen een taxi die ons
daar naartoe brengt, blijft wachten en ons daarna afzet bij het
Beihai park.
Het Zomerpaleis bestaat uit een losse verzameling van keizerlijke
tempels, paviljoenen en zalen in een park rond het uitgestrekte
Kunming Lake. Ooit werd dit wonderland van adellijke extravagantie
door de keizerlijke familie als zomerverblijf gebruikt. Al wachtend
in de rij om tickets te kopen krijgen we voor het eerst te maken met
een klein Chinees vrouwtje dat voor staat te dringen of d’r leven
ervan af hangt. Ze heeft een parapluutje op tegen de zon en staat
Martijn in zijn nek te prikken. Boze blikken helpen niet echt en al
gauw maakt Martijn zich breder en steekt hij zijn ellebogen uit. Dat
gaat mooi niet lukken, mevrouwtje! Toch blijft ze net zo lang
wringen, draaien en duwen tot ze Martijn voorbij is. Maar dan is het
genoeg. Martijn tikt op d’r schouder, trekt een boos gezicht, duwt
het vrouwtje naar achter en bestelt 2 tickets voor het zomerpaleis.
Zo.
De Chinezen zelf vallen trouwens tot nu toe zeer goed mee, in
tegenstelling tot de gelezen verhalen over onbeschofte Chinezen. Al
spreken ze vaak geen woord Engels, ze proberen je toch meestal te
helpen. En er heeft nog niemand op onze tenen gespuugd, al scheelt
het soms niet veel…

In het Zomerpaleis kan je gemakkelijk een halve dag doorbrengen,
maar wij hebben helaas niet zo veel tijd vandaag (we worden om 15.30
uur opgehaald voor de treinreis naar Xi’an) en daarom besluiten we
alleen de hoogtepunten te gaan bekijken. We zien oa. de zeventien
bogen-brug, een 150 m lange brug naar een eilandje, en de Marmeren
boot.
Onderweg komen we veel Chinese schoolklasjes tegen en allemaal
roepen ze naar ons. “Hallo, hallo!” wordt er zo’n 865 keer geroepen.
Blijkbaar vinden ze ons reuze interessant en wordt er weer flink wat
af gegiecheld. Het valt ons trouwens op dat hoe jonger de kinderen
zijn, hoe beter ze Engels kunnen spreken. Als je bijv. iets vraagt
aan een kind van 13 jaar oud, dan snapt ie er niet veel van, vraag
je iets aan een 3-jarig (!) kind dan krijg je een Engels antwoord
terug! Een teken dat ze pas een aantal jaren bezig zijn met Engelse
les geven op de scholen. Over 20 jaar spreken de meeste Chinezen dus
gewoon Engels, wel handig maar ook wel jammer. China zal hierdoor
wellicht wat van haar charme verliezen…
Door de krapte in tijd lopen we snel door en na een goede 2 uur
lopen we weer richting taxi die ons bij het Beihai park afzet. We
zijn hier de dag ervoor ook al geweest, maar toen was het al laat en
we willen op zoek gaan naar het beroemde Negen Draken Scherm. Deze
muur van 27 m lang en 5 m hoog stond bij de ingang van een tempel en
was bedoeld om boze geesten af te weren. Het is een kronkelig
geheel, en telt meer dan 400 verschillende geglazuurde tegels. We
maken wat foto’s en lopen nog wat door het park. Dan is het tijd om
een taxi terug te gaan nemen en we lopen naar de weg. Shit, dat valt
tegen! Niemand van de taxi’s die we aanhouden wil ons meenemen,
blijkbaar hebben ze allemaal een eigen gebied waar ze in rijden. En
veel taxi’s zitten al vol. Wat nu? De tijd begint redelijk te
dringen en we worden al lichtelijk zenuwachtig. Maar dan is het
bingo, we mogen eindelijk meerijden gelukkig. Nu zijn we binnen een
half uurtje bij ons hotel. Toch? Dacht het niet… File, file en nog
eens file, er komt geen einde aan! We staan hartstikke vast en we
moeten nog een heel stuk rijden. De zenuwen slaan weer toe, en na
zo’n half uur te hebben stil gestaan kunnen we eindelijk een beetje
doorrijden. Snel nog even boodschappen doen voor de nachttrein en
precies 5 minuten voor tijd komen we, half bezweet aan bij ons
hotel. Pfff…

We vertrekken met de bus naar het treinstation waar we in een
theehuis gaan zitten wachten op de trein. Rond half 7 vertrekt onze
nachttrein en we installeren ons op de bedden. Onze coupé bestaat
uit 6 bedden, 3 boven elkaar aan elke kant. Om klokslag 10 uur gaat het licht uit
en worden we geacht te gaan slapen. Geacht te gaan slapen; ja,
maar werkelijk slapen; nee! Alle coupés zijn open dus hoor je wel de
nodige snurkende Chineesjes rondom je. En zelfs de oordoppen van
China Southern Airlines zijn niet bestand tegen het doortastende
geslurp van een dorstige theedrinker om 5 uur ’s ochtends…

Naar boven
Volgende
|
|