|
Home | Welkom | Route | Reisverslag | Foto's | Film | Info | Contact |
||
|
Beijing | Xi'an | Chengdu | Panzhihua | Lijiang | Dali | Shilin | Yangshuo | Hong Kong | Guangzhou |
||
|
30 september Al toeterend op weg naar Lijiang. Fit ben ik nog niet, maar mijn koorts en mijn misselijkheid ben ik kwijt, het was gisteren kort maar hevig. Ik denk de 8 uur durende busrit naar Lijiang wel aan te kunnen en als we de bus instappen regent het pijpenstelen. Alweer regen, het begint eentonig te worden. Meteen als we Panzhihua uitrijden zitten we in de bergen. We rijden over een redelijk smalle weg en komen onderweg van alles tegen. Zo moeten we na een bocht accuut op de rem omdat er een vrachtwagentje met schapen in de greppel ligt. De schapen hangen aan de tralies aan de buitenkant van de vrachtwagen en zijn zojuist geslacht. Keel door gesneden. Er liggen er ook een paar op de grond, met bloed op de weg. Niet leuk om te zien dus. We rijden verder en bij elke bocht is het een verrassing wat we nu weer aantreffen. Onze chauffeur krijgt ondertussen steeds telefoon en zo te horen zijn het ‘long-distance-phone-calls’; hij schreeuwt zo hard in zijn mobieltje dat ze het aan de andere kant van de wereld horen. En onze chauffeur houdt van toeteren. Hij
toetert als ie in wil halen, als hij inhaalt, als ie ingehaald
heeft, als ie mensen ziet, als er dieren op de weg lopen en hij
toetert voor een bocht of voor zijstraten. Zo goed als de hele weg
toeteren dus. Om gek van te worden. Dan weer een bocht en vol in de
ankers! Er lopen tientallen schapen en geiten op de weg en ze gaan
niet meteen aan de kant. Onze chauffeur heeft weinig geduld en rijdt
er zowat overheen, tot onze grote ergernis. Als ze dan eindelijk aan
de kant zijn krijgen we te maken met buffels op de weg. Zo gaat dat
de hele rit door. En maar toeteren natuurlijk. We stijgen
ondertussen behoorlijk en rijden langs diepe afgronden. En het moet
gezegd worden; de rit door de bergen is adembenemend. Na ongeveer 9
uur en 270 km gereden te hebben komen we dan eindelijk aan in Lijiang.Trouwens, afstanden zijn hier sowieso nogal relatief. We reizen hier soms 1200 km in een nacht, soms ook tweehonderd kilometer in 8 uur. Grappig is dat je hier gewoon doorreist van de ene stad naar de andere om het een dagje of 2 te bezoeken, terwijl je afstanden aflegt die je anders pas overweegt als je daar een maand op vakantie gaat. We zijn ondertussen al een keer of vier van Eindhoven naar Spanje gereden wat afstanden betreft. En we gaan nog verder. Maar goed, we zitten nu in Lijiang. Lijiang ligt op 2400 m, dus ’s nachts koelt het flink af. We hebben een hotel dat erg gunstig ligt, vlakbij het oude centrum waar van alles te doen is. We nemen snel even een kijkje in de ontelbare kleine straatjes met kabbelende beekjes en we moeten toegeven dat er een gezellige sfeer heerst en dat het hier waarschijnlijk aardig toeven is. Op een plein wordt een kampvuur gemaakt, de muziek gaat aan en een aantal vrouwen in traditionele kleding beginnen te dansen. Al snel doen de ‘gewone’ Chinezen ook mee en wordt het een groot dansfestijn.
Dansen voor muziek. We besluiten vandaag lekker rustig aan te doen en lopen wat rond in het oude centrum. Je kan goed merken dat de nationale vakantie voor de Chinezen is begonnen, want overal lopen nu wel tien keer zo veel mensen rond. Na vandaag staan we dan ook weer in een viertal Chinese fotoboeken. Nogal wat Chinezen willen graag met ons bleekscheten op de foto. Raar maar waar. De Chinezen zien er hier in Lijiang heel anders uit dan dat we tot nog toe hebben gezien. Veel bruiner, met een getekend gezicht vol rimpels. Je kan merken dat we hier relatief dichtbij Tibet zijn. De Naxi, het volk dat Lijiang als spirituele hoofdstad heeft, stammen nl. af van Tibetaanse nomaden. De Naxi dragen kleurrijke traditionele kleding, wat erg mooi is om te zien. Er wordt weer flink wat afgedanst en geamuseerd kijken we toe. We bezoeken Mu’s Palace, maar we vinden er, na al talloze tempels gezien te hebben, niet veel aan. We lopen de heuvel op om van het uitzicht over de stad met het oude centrum te genieten en houden Mu’s Palace dan voor gezien. We ploffen neer bij restaurant Mama Fu voor een lunch en we ervaren dat Lijiang toch wat Westerser is georiënteerd, want hier spreken ze enkele woorden Engels. Hoera! We bestellen een aantal gerechten en niet veel later krijgen we een sissende plaat met noodles en kip voorgeschoteld. De deksel wordt eraf gehaald en het vet spettert in het rond. Martijn en ik vliegen van tafel af, we ontwijken de spetters en wachten tot het gesis over is. Tja, dat krijg je als je ‘sizzling chicken with noodles’ besteld… Na de overheerlijke lunch lopen we naar het Jade Spring park, waar we schrikken van de entreeprijs. 60 Yuan per persoon, zo’n 6 euro! Voor Chinese begrippen is dat erg duur, we hebben voor de meeste parken die we hebben bezocht niet meer dan 15 Yuan betaald.
Maar goed, we willen het park toch zien, dus betalen we, enigszins
met tegenzin. Het park blijkt, in vergelijking met de eerder
bezochte parken, niet eens bijzonder te zijn en buiten het meer en
de 5596 m hoge Jade Dragon Snow Mountain waarvan de toppen helaas in
de wolken zijn gehuld, zien we niet veel. Wel kunnen we, tussen de
wolken door, nog wat sneeuw op de berg ontwaren, maar erg veel stelt
het niet voor. Martijn aan het werk... Vandaag hebben we een bezoek aan de Jade Dragon Snow Mountain, de berg van 5596 m op het programma staan, maar het is vreselijk bewolkt. Aan alle kanten hebben we te horen gekregen dat we niet naar boven moeten gaan als het bewolkt is, omdat je dan niets ziet en het zonde van het geld en de tijd zou zijn. Al hadden we graag bij dat bordje van 4500 m gestaan. Jammer, we stellen het dus even uit, misschien wordt het vanmiddag beter weer. Tijd voor plan B dus; we gaan fietsen huren. Vlakbij het hotel huren we mountainbikes voor een dag voor 20 Yuan, en dan krijg je er ook nog een gratis zelf gemaakt plattegrondje bij en een flesje water. We gaan op pad met zijn negenen richting Baisha en al na 5 minuten fietsen nemen we een verkeerde afslag, blijkt later. We fietsen en fietsen en komen piepkleine dorpjes tegen waarvan de bewoners ons aanstaren. Het is ook wat; 9 van die vreemde snuiters op een fiets… We rijden een hobbelige zeer slechte zandweg in met losse keien die uit lijkt te komen bij een soort van vuilnisbelt, totdat we ineens beseffen dat dit haast niet de goede weg kan zijn. We bekijken het primitief getekende plattegrondje nogmaals, en inderdaad; we zitten verkeerd. Terugfietsen dus. Dan ineens knapt de ketting van de fiets van een van onze reisgenoten. Wat nu? In ieder geval lopen tot het laatste dorpje, misschien dat daar toevallig een fietsenmaker is. Nou, we hebben geluk, want er is een plaatselijke fietsenmaker. Je moet alleen niet vragen wat voor een. Martijn, die tijdens zijn studententijd in een fietsenwinkel heeft gewerkt, steekt zijn handen uit zijn mouwen en gaat aan de slag. Intussen hebben zich weer aardig wat mensen verzameld rondom de fiets en Martijn en ze volgen Martijn’s handelingen vol verbazing op de voet. Het is wat, zo’n witneus die even laat zien hoe je een ketting van een fiets repareert! Hilariteit alom. Ook de fietsenmaker zelf staat er met zijn neus bovenop. Ineens beginnen zijn ogen te twinkelen en verschijnen er dollartekens in zijn ogen. Deze techniek moet ie onthouden!
Als de ketting eenmaal gemaakt is laten we de fietsenmaker
verbouwereerd en blij achter, hij heeft er in ieder geval weer iets
bij geleerd. Mooi toch? |
||