Home  |  Welkom  |  Route  Reisverslag  |  Foto's  |  Film  |  Info  |  Contact      

 

    Beijing  Xi'an  Chengdu  |  Panzhihua  |  Lijiang  |  Dali  |  Shilin  |  Yangshuo  |  Hong Kong  |  Guangzhou

 
26 september
Bamboe, panda's en spicy eten.

Volledig verkouden en beroerd staat Martijn op. Fijn. Ook ik voel me niet super, maar dat ligt aan het feit dat ik weer eens geen oog dicht heb gedaan in de trein. Het weer is hier helaas ook niet zo best, we zitten weer in het overbekende Hollandse weer; regen.

Eenmaal bij het hotel kunnen we gelukkig al wel op de kamer. We frissen ons wat op en besluiten naar het Panda Breeding Center te gaan, aangezien het nog vroeg is en je vroeg naar de panda’s moet gaan. Dit omdat ze eigenlijk alleen actief zijn tijdens het voederen ‘s ochtends, voor de rest zijn het weinig actieve luilakken.

De reuzenpanda komt in het wild alleen in China voor. Recent genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat hij een verre verwant van de beer is. Hoewel de wilde populatie van 1200 dieren lijkt toe te nemen, leven er verder slechts 120 panda’s in dierentuinen, zodat de soort nog steeds – ondanks succesvolle fokprogramma’s in China – met uitsterven wordt bedreigd. De panda leeft voornamelijk van bamboe. Zijn kiezen zijn geschikt voor het vermalen van de stengels, maar zijn darmkanaal heeft moeite met de vertering, waardoor ze dan ook het grootste deel van de dag etend en slapend moeten doorbrengen. Panda’s krijgen niet veel jongen, aangezien ze slechts een korte paartijd hebben (eenmaal per jaar in de lente) en uiterst kieskeurig zijn in hun partnerkeuze, iets wat natuurlijk ook niet meewerkt om de panda voor uitsterven te behoeden. Daar komt nog bij dat een panda maar 1 jong verzorgt, ook al worden er meerdere jongen geboren. Die jongen zijn dan helaas ten dode opgeschreven. In fokcentra worden de verstoten jongen echter liefdevol opgevangen door ‘mensenmoeders’ waardoor er vele kleine panda’s alsnog de kans krijgen op te groeien tot een volwassen pandabeer.

Op naar de panda’s dus. We charteren een taxi zonder al te veel problemen (we raken geoefend!) en enige tijd later staan we bij de panda’s. Eerst maar eens naar de nursery, waar 3 kleine babypandaatjes in couveuses liggen. Erg schattig om te zien. Minder schattig zijn de bewakers die alle mensen met foto- of filmapparatuur nauwlettend in de gaten houden. “No picture” staat er overal. Kan ik me iets bij voorstellen, al die Chinezen die voor het glas staan te flitsen. Maar zonder flits mag ook niet. En zelfs filmen mag niet. Zonde! Toch slaag ik erin stiekem een foto te nemen met de camera voor mijn buik en dan maar wat op goed geluk te schieten. Niet de allerbeste foto, maar toch.

We laten de babypanda’s achter ons en gaan nu voor het grotere werk. We zijn net op tijd bij de voederplaats en we zien 3 grote panda’s op hun gemak liggen smikkelen van de bamboestengels. Het zijn net een soort van zitzakken die neergeploft zijn, lekker onderuit liggend op hun rug of kont. Erg leuk om te zien en ik kan me maar met moeite los maken van dit lekkere drietal.

Even later komen we bij de rode panda’s. Het zijn panda’s maar ze doen mij meer denken aan een kruising tussen een vos en een wasbeertje. Deze soort is een stuk actiever en het wordt dan ook een sport om ze goed vast te kunnen leggen op de foto.

Na nog een tijd te hebben genoten van de panda’s nemen we weer een taxi en laten ons afzetten bij het hotel. Martijn, die zich nog steeds niet lekker voelt, gaat even wat slaap inhalen en ik dood de tijd met wat nuttige dingen, zoals kleding wassen en inlezen voor de rest van de reis.


Als Martijn weer een klein beetje mens is geworden besluiten we wat te gaan winkelen in de omgeving van het hotel en ’s avonds gaan we eten in een restaurantje waar ze weer eens, hoe verrassend, geen Engels kunnen. Wel hebben ze een menukaart met foto’s van de gerechten. Het ziet er allemaal goed uit, we hebben alleen geen idee wat het allemaal is. Maar gelukkig is er hulp; er worden een jongen en een meisje van het type student bij geroepen die ook toevallig in het restaurant zitten te eten. Ze spreken vloeiend Engels en fungeren als tolk. Handig! Op aanraden van het stel bestellen we een aantal typische gerechten van hier; de Sichuan provincie. “Very spicy,” waarschuwen ze nog. Hoho, maar dat zie ik niet zitten. We zeggen dat we dat liever niet willen, maar zij regelen voor ons wel dat de kok het minder spicy maakt. Ok, bestel dan maar, we zien wel. Ondertussen vraag ik me af of het goed gaat komen, maar daar komen we snel genoeg achter. De gerechten zien er smakelijk uit, maar… Waar wij thuis voor een spicy schotel een half pepertje gebruiken drijven er hier een 100-tal rond, met daarbij nog een hele pot peperbollen! De Chinezen van Sichuan weten wel raad met peper, maar zelfs Martijn vindt dit veel te veel van het goede. Bij een klein hapje vlees waar alleen wat saus aan zit, staan onze monden al in lichterlaaie…

27 september
Groot, groter, grootst; de Giant Buddha.

Voor vandaag hebben we een excursie naar Leshan geboekt, de Giant Buddha die uitgehakt is uit de rotsen. We hebben een redelijke lange busrit van zo’n 2 ½ uur voor de boeg maar de snelweg is, op een paar vegende Chinezen na (wat een ‘hell of a job’!), zo goed als leeg en we kunnen goed doorrijden.

De Grote Boeddha van 71 m hoog is uitgehouwen uit het rode zandsteen van de heuvel Lingyun aan de verraderlijke samenvloeiing van de rivieren Min, Dadu en Qingyi. In 713 besloot een monnik een heiligdom in de rotswand te maken dat bescherming zou bieden aan passerende boten; het puin kon gebruikt worden om de rivier te beteugelen.

We lopen naar boven en al gauw staan we bij Boeddha’s hoofd. Een gigantische kop kijkt ons aan en meteen wordt duidelijk hoe groot deze Boeddha is. We lopen via smalle trappetjes naar beneden en als we eenmaal onderaan de 8 m lange voeten van de Boeddha staan beseffen we pas echt hoe enorm deze Boeddha is. Misschien leuk om wat maten te noemen; de schouders zijn 28 m breed, de neus meet 5,6 m, zijn oren zijn 7,5 m lang en zijn ogen zijn 3 m breed! Groot dus. En erg de moeite.

Na afgedaald te zijn, moeten we helaas ook weer omhoog via smalle trappetjes (voor mensen die slecht ter been zijn is China geen goed land!) en puffend komen we boven aan. We lopen verder en komen nog wat tempels en een vissersdorpje tegen. We mogen zelfs getuige zijn van een heuse vechtpartij. Plots stuiven 2 gasten op van een kraampje en beginnen aan elkaar te trekken en te schelden. Binnen luttele seconden bemoeit de hele groep zich met het tweetal en probeert de een de ander met zijn geschreeuw te overtreffen. Ook de vrouwen schreeuwen er rustig op los. Blijkbaar is Kungfu (grote mate van zelfbeheersing) nog niet doorgedrongen tot deze Chinese mensen. Na dit spektakel op veilige afstand te hebben gevolgd vervolgen we onze route. Daarna nemen we een speedboot terug en zien we de Boeddha nog eens vanaf het water.

Dan wordt het tijd om de bus weer eens op te zoeken en even later zitten we een beetje uitgeblust in de bus. De chauffeur is bezig zijn jasje al rijdend uit te doen en ineens komt die boom aan de zijkant wel heel dicht in de buurt… Voordat ik goed en wel in de gaten heb wat er gebeurt gaat het “BATS” en rammen we de boom. Spiegel kapot, maar verder valt het gelukkig mee. Dat was wel even schrikken… Maar ja, de chauffeur is nu in ieder geval goed wakker, denken we. Nou, blijkbaar heeft het allemaal niet zo veel indruk op hem gemaakt. Het is erg warm in de bus en de hele bus ligt te knorren. Behalve ik. Ik houd de chauffeur goed in de gaten, want hij is een beetje over de weg aan het slingeren. Af en toe slaat hij met zijn hand op zijn kop en mijn vermoeden dat ie slaap heeft en wat zit te dutten wordt hierdoor alleen maar sterker. Wat nu? Ik twijfel of ik er iets van ga zeggen, ik wil ten slotte nog langer leven dan vandaag, als de chauffeur uiteindelijk een parkeerplaats op rijdt. Gelukkig, kunnen we even die warme bus uit en een luchtje scheppen. Even naar de ‘ledies’ toilet (ja, echt lachen geblazen die Chinees-Engelse vertalingen) en ik kom tot de conclusie dat de wc’s naarmate onze reis vordert steeds erger worden; de wc’s hebben geen deuren meer, en het tussenschot wordt ook steeds lager. Steeds minder privacy dus.

Als iedereen, inclusief de chauffeur, weer een beetje bij zijn positieven is rijden we weer aan. De rest van de rit verloopt gelukkig voorspoedig en enige tijd later staan we weer bij ons hotel.

28 september
Tempels en slootwater!

Vandaag blijven we in Chengdu. Als eerste nemen we een taxi naar de Taoïstische tempel Qinyang Gong. Het is een mooie tempel en op ons gemak lopen we hier al fotograferend rond. Het valt op dat we eigenlijk voor het eerst heel veel Yin Yang symbolen zien.

Yin Yang is een Chinees begrip. Yin en Yang zijn de twee tegengestelde elementen van het universum. Het zijn geen absolute tegenpolen zoals goed en kwaad, maar zij bestaan alleen ten opzichte van elkaar. Yin staat bijv. in verband met de donkere maan en staat voor de vrouwelijke natuur. Yang staat in verband met de heldere zon en komt overeen met de mannelijke natuur. Hoewel Yin staat voor vrouwelijkheid en Yang voor mannelijkheid, komen in het lichaam van beide seksen sporen voor van beide elementen. Een onbalans in de Yin Yang-verhouding kan volgens dit beeld ziekte veroorzaken. Elke persoon zou de balans tussen Yin en Yang zelf moeten vinden.

De symbolische kleuren van Yin en Yang zijn respectievelijk zwart en wit. Ze worden gecombineerd in een cirkel die symbool staat voor het taoïsme.

Na de mooie omgeving rond de tempel opgesnoven te hebben lopen we naar People’s park. We zien mannen zitten vissen in een klein vijvertje, bootjes roeien op het water en een bruidje waarvan een fotoreportage wordt gemaakt. Even verderop is een vrouw
een of andere vorm van luidruchtige keelkungfu aan het beoefenen, meer kan ik er niet van maken. Het blijkt karaoke te zijn, en zoals altijd in China staat het volume op 11. We lopen snel door en enige tijd later ploffen we neer op een terras. Op aanraden van het bedienend personeel bestellen we thee. Voor mij de bamboethee, die moet overheerlijk zijn. Een minuut later staat er een glas met slootwater voor mijn neus. De kikkervisjes ontbreken alleen nog, maar er zit allemaal ondefinieerbare bruine en groene drek in mijn thee en mijn dorst is meteen over. Hellup! Hoe moet ik dit drinken? Ik neem een slok en meteen heb ik mijn mond vol met rotzooi. Gatver, die Chinezen maken maar vieze thee. Na nog een paar slokken overwonnen te hebben heb ik dé manier gevonden; tanden op elkaar, zodat al die sliertjes niet in mijn mond komen, het drinkbare gedeelte sijpelt dan langs mijn tanden en dan die rotzooi weer terug het glas in spugen. Lekker die thee. En het drinkt ook zo gezellig. Ik zet nog even door en als de thee voor de helft op is geef ik het op en ga op zoek naar mijn vertrouwde, altijd lekker smakende, flesje cola…

We nemen vervolgens een taxi naar de Wenshu-tempel. Deze tempel is een groot boeddhistisch complex. We kijken rond, maar we hebben het hier al redelijk snel gezien. Tempelmoe denk ik.


We nemen weer een taxi terug naar ons hotel en maken ons klaar voor de treinreis. Stipt om 18.48 uur vertrekt onze trein naar Panzhihua. Deze keer is er gelukkig geen kakkerlak te vinden, dus gaan we hoop ik een rustige nacht tegemoet. Helaas niet.


Vorige  Naar boven  Volgende