7 augustus
Stempeltje hier, stempeltje daar
Het is vandaag mooi weer en van het regenachtige weer van gisteren
is niets meer te merken. Ik denk ook niet dat we nog veel regen gaan
krijgen want we gaan nu naar een van de droogste landen van Afrika;
Namibië! We vertrekken om 10 uur met de truck en al gauw zijn we bij
de grens van Namibië. Maar eerst moeten we Zuid-Afrika uit. Iedereen
de truck uit, paspoort mee en aansluiten in de rij. Het gaat tergend
langzaam, er is maar één medewerker en die moet zowel de uitgaande
als binnenkomende mensen helpen, ook al weer echt Afrika...
Als we dan eindelijk allemaal ons stempeltje gehaald hebben rijden
we 100 meter en begint het verhaaltje weer opnieuw, nu om Namibië in
te komen. Allemaal de truck uit, paspoort mee, pen mee en aansluiten
in de rij. Dit keer zijn er maar liefst 2 medewerkers en dus gaat
het wel iets sneller. De douaniers kijken streng en serieus en als
ik aan de beurt ben wordt mijn paspoort aandachtig bekeken. Vooral
het visum van China is blijkbaar erg interessant. ‘Have you been to
China?’ vraagt hij ineens. Ja, natuurlijk ben ik in China geweest,
hoe kom ik anders aan een zooi van die Chinese stempels en een
visum?
De volgende vraag vind ik wat vreemder; ‘do you know how far it is
from the Netherlands to China?’ Ietwat overrompeld mompel ik iets
van 10.000 km en vraag me af waarom hij dit wil weten.
Zie ik er onbetrouwbaar uit? Heb ik iets verdachts bij me?
Is het een
strikvraag? Dan de volgende vraag; ‘do you know how far it is from
China to the US?’
Ik begin zo langzamerhand te geloven dat de dounanier zijn roeping
als aardrijkskundeleraar heeft gemist en ik krijg weer beelden voor
me van overhoringen op de middelbare school. Ik had toch al zo’n
hekel aan dat vak. Nou ja, het vak was wel ok, alleen de leraar
niet. Maar goed, dat even terzijde. Bij mijn zuchtend antwoord ‘I
don’t know’ vindt de dounanier het blijkbaar ook wel genoeg en zet
hij eindelijk het benodigde stempeltje in mijn paspoort. Namibië
here we come!
We zijn Namibië nog niet in of we zitten in een compleet ander
landschap; droog, dor, bergen van rood en geel zand en we verlaten
de geasfalteerde wegen! Vanaf nu rijden we alleen nog maar op
gravelwegen, dus dat wordt een free African massage dit keer...
Na nog een paar uurtjes te hebben gehobbeld komen we in de middag
aan op de campsite bij Fish River Canyon. We kunnen onze tenten nu
op ons gemakkie opzetten en de temperatuur is ook al wat aangenamer.
We krijgen een lunch en tegelijkertijd zijn we zo aardig om de
bavianen mee te laten genieten van ons maal; een baviaan slaagt erin
ons voedsel weg te jatten aan de andere kant van de truck! Wijnand
rent er meteen achteraan, maar de baviaan is veel sneller en heeft
dus een lekker maaltje. Oppassen dus en alles gesloten houden. Even
later arriveren er nog meer bavianen, zelfs een moeder met een
kleintje op de rug, erg mooi om te zien. En met flaporen waar je u
tegen zegt!
Tegen zonsondergang worden we met de truck naar de Fish river Canyon
gebracht waar we de zonsondergang gaan bekijken. Met een diepte van
550 meter en een lengte van 160 km is de Fish River Canyon na de
Amerikaanse Grand Canyon de grootste canyon ter wereld. We lopen wat
rond maar na de Grand Canyon in Amerika gezien te hebben valt deze
canyon toch wel behoorlijk tegen.
Eenmaal terug op de campsite is het kampvuur aan en heeft Elbie een
‘potjie kos’ gemaakt in een grote stoofpot op het kampvuur. Het
smaakt erg lekker, al zitten er wel veel irritante botjes in. Het
belooft wederom een frisse nacht te worden en de groep kruipt steeds
dichter naar het kampvuur toe, waar onder het genot van een drankje
de rest van de avond wordt doorgebracht.

8 augustus
Bushplassen
Vandaag hebben we een lange reisdag voor de boeg met als
eindbestemming Sesriem. We vertrekken om 8 uur en we rijden uren
zonder ook maar één auto tegen te komen. We lijken alleen op de
wereld en de omgeving lijkt steeds meer op een maanlandschap. Hoe
ver en waar je ook kijkt; het is allemaal zeer uitgestrekt, groots,
dor en droog en de kleuren van de woestijn zijn werkelijk
schitterend!
We dromen wat weg en na een tijdje worden we wakker geschut door
Elbie die door de microfoon roept; ‘Plaspauze!’ Iedereen kijkt naar
buiten, en jawel hoor; kaal, kaal en nog eens kaal. Dit is hem dan!
Onze eerste bushplas... Nou ja, bushplas is het niet te noemen als er
geen ‘boesjes’ zijn. En dus; dames rechterkant van de truck, heren
links!
Daarna wordt het tijd voor een lunch. We zetten de truck stil,
gewoon midden op de weg, de tafel wordt uitgeklapt, de stoeltjes
worden uitgeklapt en Elbie tovert weer een heerlijke lunch op tafel
voor 21 man. Midden in the middle of nowhere. Verbazingwekkend hoe
vlotjes alles verloopt. En met hoe weinig middelen je toch een goede
maaltijd op tafel kan zetten!
Een uurtje later rijden we weer en ineens blijkt Wijnand een boom
gezien te hebben die goed dienst kan doen als hout voor het
kampvuur. Hij pakt een bijl en gaat aan de slag. Even later zitten
wij dan ook met een bos hout, nouja bos hout, liever gezegd een hele
boom in de truck en kunnen we geen vin meer verroeren...
Eind van de middag arriveren we in Sesriem, het gebied van de rode
duinen. Sesriem ligt aan de rand van de Namib-woestijn, een
woestijngebied dat 50.000 km² bestrijkt en behoort tot de droogste
woestijnen in de wereld. Het is merkbaar; overal is zand, fijn rood
zand. Van dat zand wat overal inkruipt en tussenzit. De
Namib-woestijn zou de oudste woestijn ter wereld zijn (80 miljoen
jaar oud), vormt een kuststrook van vele honderden kilometers lang
en is gemiddeld 100 km breed.

We zetten onze tent op en lopen wat over de camping. We zien hier
onze eerste jakhalzen! Het zijn mooie beestjes en ze lijken een
beetje op vosjes. Ze maken een raar geluid en scharrelen ’s avonds
over de camping op zoek naar restjes eten. We worden dan ook flink
door Elbie gewaarschuwd dat we alles goed af moeten sluiten en niets
buiten moeten laten liggen, vooral geen schoenen...
9 augustus
Dune 45, Sossusvlei en Deadvlei
4.30 uur. De wekker gaat, wat een tijd. Je moet er wat voor over
hebben om de zonsopkomst vanaf dune 45 te zien! Om 5 uur vertrekken
we met de truck naar de gate en na zo’n 3 kwartier rijden komen we
aan bij Dune 45. Het duurt niet lang voordat de zon op gaat komen,
dus haasten we ons de duin op. Een pittig klimmetje, vooral ook
omdat je loopt door het mulle zand. 2 stappen omhoog, 1 stap omlaag,
dat soort werk. Vooral het eerste stuk is vrij steil, later wordt
het wat makkelijker.
Dune 45 is een ‘star dune’, de naam komt van het feit dat het 45 km
van Sesriem Canyon ligt. Hij is 170 m hoog, bestaat uit zand dat 5
miljoen jaar oud is en dat zand is vanuit de Kalahari woestijn door
de Orange River gebracht.
We zijn net op tijd op de top van Dune 45, we ploffen neer in het
zand en wachten in stilte op de zonsopkomst. Hoewel we beiden de
zonsopkomst wat tegen vinden vallen, worden de duinen met de
opkomende zon steeds mooier en roder van kleur. De duinen zijn
adembenemend en we schieten dan ook heel wat plaatjes, al dan niet
liggend in het zand. Bij terugkomst bij de truck zit het zand dan
ook overal; in mijn haren, mijn mond, onder mijn kleren en de meest
prettige bijkomstigheid; ik ben 5 cm langer geworden door al het
zand dat in mijn schoenen zit...
Vervolgens stappen we over in een jeep met laadbak en gaan we als
vee op weg naar de slachtbank op pad om een
woestijnwandeling te maken. Nu is het echt off road rijden, we
slingeren van links naar rechts en onderweg komen we twee auto’s
tegen die blijkbaar geen vierwielaandrijving hebben. Ze zitten vast
in het mulle zand en kunnen niet meer voor- of achteruit. Ze graven
hun auto's steeds verder in en grinnikend rijden we ze voorbij.
Ondanks waarschuwingen het terrein alleen met een 4WD te betreden
heb je altijd wel van die hardnekkige toeristjes die denken dat deze
regels niet voor hen gelden. Met dit als gevolg. Net goed.
Als de groep compleet is kunnen we aan de woestijnwandeling
beginnen. We worden begeleid door een gids op blote voeten, die ons
een rondleiding geeft door het gebied en uitleg geeft over de
bosjesmannen die vroeger in het gebied probeerden te overleven. De
gids, een Bushman, vertelt zeer boeiend en kan
daardoor de hele groep stilhouden. Hij vertelt dat er twee kleuren
zand met de wind mee gevoerd worden; als de wind uit het westen komt
(vanaf zee) wordt er wit zand meegevoerd. Het witte zand is grover
van structuur en komt dus minder ver het binnenland in. Het rode
zand komt vanuit het oosten en door de fijnere structuur wordt het
over een grotere afstand mee gevoerd. Het rode zand bevat veel ijzer
en dit laat Bushman zien door er met een magneet overheen te gaan.
De donkere ijzerdeeltjes blijven dan aan de magneet zitten.
Bushman gaat verder met vertellen over het leven in de woestijn. Op
het eerste gezicht lijkt de woestijn dan wel een droge, dorre, zanderige vlakte
met enkele bomen, maar de woestijn is veel meer dat dat.
Bushman vertelt dat de
bomen en planten lange wortels hebben (soms meters lang), die vlak onder het
grondoppervlak liggen, waardoor ze zoveel mogelijk vocht op kunnen
vangen. Maar er zijn
ook planten die gewoon een hele lange slaap houden totdat het weer
gaat regenen. Bushman besluit een dor uitziend plantje uit zijn slaap
te halen en laat er een druppeltje water op vallen. Het plantje komt
weer tot leven en opent zich langzaam.
Maar
niet alleen de planten hebben zich aangepast aan de droogte, ook de
dieren.
'Torrekies' (=torretjes) bijvoorbeeld, hebben groeven op hun schild waarmee
ze het water van de ochtenddauw opvangen. Als ze voorover buigen
loopt het water in hun mond. Deze torretjes zijn weer voedsel voor
de spinnen; zo komen zij aan hun vocht. En deze spinnen worden dan
weer opgegeten door hagedissen, wederom voornamelijk voor het lessen
van de dorst. En tot slot kunnen deze hagedissen dan weer door
mensen gegeten worden om de dorst te lessen. Ik zie zo'n hagedis
niet echt zitten voor het lessen van m'n dorst, maar gelukkig hebben
wij genoeg water bij ons...
Om zijn verhaal kracht bij te zetten gaat Bushman op zoek naar een
hagedis. En ja hoor; Bushman begint te rennen of zijn leven ervan af
hangt en binnen luttele seconden heeft ie een hagedisje in zijn
handen. Hij hangt het beestje aan zijn vinger (beestje bijt aan
vinger en blijft als een pittbull vasthouden), en brengt het beestje
naar zijn mond. Even ben ik bang dat ie wil laten zien hoe sappig
een hagedis is, maar gelukkig was het een grapje van Bushman. Hij
wil het beestje weer vrij laten, maar het hagedisje heeft zijn kaken
stevig in de vinger van Bushman geklemd en dus komt Bushman er niet
vanaf. Groot gelijk.
Na nog een korte uitleg over sporen komen
we aan bij Deadvlei.
Deadvlei is de aan Sossusvlei grenzende vlakte. Hier staan bomen die
honderden jaren geleden zijn gestorven, maar die goed intact blijven
door het droge klimaat. Ze vormen samen met de witte opgedroogde
bodem en de rode duinen een zeer bizar landschap. De droge grond vol
barsten, de dode bomen met takken wanhopig ten hemel gerezen als
biddende om water, de rode duinen en de blauwe lucht vormen een
prachtig geheel. Wat we zien is echt adembenemend. Bushman vertelt
dat zich onder de omgevende duinen waarschijnlijk een zelfde soort
‘bos’ bevindt.

De omgeving is zo mooi en surrealistisch
dat we maar blijven fotograferen. Hier zit vast wel een goed
uitvergrotinkje bij! Dan wordt het tijd om terug te gaan en kunnen
we de duinen af, iets wat duidelijk makkelijker gaat dan op; Bushman
gaat voorop en met een paar grote kikkersprongen staat hij al weer
beneden. Nu de rest nog. Terwijl de een voorzichting loopt, probeert
de ander Bushman te overtreffen met springen, maar uiteindelijk
staan we dan allemaal weer veilig beneden. De meesten met kilo’s
zand in de schoenen... Handig die teva's.
We gaan de laadbak weer in en hobbelen terug naar de truck. Daar
wacht ons een heerlijke lunch en daarna rijden we weer terug naar de
campsite. Heel de middag hebben we voor onszelf en we lezen wat over
de dieren en de parken en we lopen wat rond in de omgeving. ’s
Avonds hebben we onze eerste braai (=bbq) en de avond eindigt zoals
bijna elke avond tot nu toe, met een drankje onder de sterrenhemel,
rond het kampvuur. Heerlijk!
10 augustus
Solitaire
Om
8 uur vertrekken we. We hebben vandaag zo’n 400 km te rijden door
het ongerepte en uitgestrekte Namibië. Na een goed uurtje gereden te
hebben stoppen we bij Solitaire, een dorpje dat alleen maar bestaat
uit een benzinepomp, een café en wc’s.
Solitaire was lange tijd niet meer dan een bezinestation in de
Namibwoestijn.
Het dorpje is eigenlijk voornamelijk bekend geworden door de
Nederlandse schrijver Ton van der Lee. Hij was het halverwege
de jaren negentig helemaal zat in Nederland en zo nam hij het
besluit om een enkele reis Afrika te kopen en Nederland achter zich
te laten; een permanent sabattical is geboren. Na een aantal omzwervingen
kwam hij terecht in Solitaire. Het beviel hem daar zo goed, dat hij
besloot te blijven. Hij is diegene die het restaurant eigenlijk ooit
begonnen is.
Het plaatsje is mooi aangelegd met planten en hier en daar zijn oude
verroeste voertuigen tussen de cactussen geparkeerd. Maar Solitaire
is vooral bekend om de lekkere appeltaart (met dank aan Lonely
planet), en dat willen we natuurlijk wel eens proeven! De appeltaart
is inderdaad heerlijk en na deze korte stop rijden we weer verder
richtig Swakopmund.
We zijn amper een half uurtje aan het rijden tot we ineens een baby
mountain zebra langs de kant van de weg zien staan met een aantal
toeristen erom heen. Het arme beestje, waarschijnlijk een dag oud,
is alleen en er is geen moeder of kudde zebra’s te bekennen. Die
stomme toeristen komen steeds dichter bij het beestje en proberen
het aan te raken, iets wat je nooit moet doen als je wilt dat de
moeder nog terug komt. Ik zit me behoorlijk op te winden over die
toeristen en ook aan Elbie is te horen dat ze het er helemaal niet
mee eens. We maken snel een fotootje vanuit de truck en rijden door,
in de hoop dat de toeristen ook weg gaan en dat moeder zebra alsnog
op komt dagen...
We vervolgen onze route naar Swakopmund. Swakopmund is de tweede
stad van het land, maar echt groot is het niet te noemen. Aan de
andere kant, Namibië heeft maar circa 2 miljoen inwoners, dus zo
verwonderlijk moet dat niet zijn. De stad heeft nog steeds een erg
Duits uiterlijk, een overblijfsel uit de koloniale tijden van
weleer. De kuststrook ten noorden van Swakopmund staat bekend als
Skeleton Coast. Deze naam werd aan deze kuststrook gegeven omdat er
door de onstuimige zee heel wat schepen gestrand zijn. Er liggen
echter niet alleen veel skeletten van schepen, ook van de
opvarenden. De opvarenden die de kust wisten te bereiken dachten
gered te zijn, want ze hadden weer vaste grond onder de voeten. Deze
mensen stierven vervolgens allen van de dorst, want ze waren beland
op één van de droogste plekjes op de aarde. De dichtsbijzijnde
nederzetting waar drinkbaar water te vinden was, lag circa 200
kilometer verderop...
Rond lunchtijd komen we aan in Swakopmund en we kunnen nog niet in
onze huisjes, maar moeten eerst een presentatie bijwonen over alle
activiteiten die je kan boeken. Wij hebben daar geen zin in, want we
hebben ons eigen programma al samengesteld vanuit Nederland en gaan
dus niet mee. We gaan boodschappen doen, geld pinnen en proberen
alvast een groot bedrag aan Namibische dollars om te wisselen naar
Amerikaanse Dollars. (Die hebben we nodig voor Zimbabwe waar we niet
kunnen pinnen.) Dit blijkt echter nog helemaal niet mee te vallen,
we kunnen nergens Amerikaanse Dollars krijgen. Al met al kost het
ons een groot deel van de middag en we keren alsnog zonder
Amerikaanse Dollars terug.
We kunnen inmiddels wel al naar de huisjes en hoewel de tent erg
goed beviel, vinden we een huisje ook wel erg lekker. We mesten onze
tassen goed uit en laten wat kleren wassen.
’s Avonds gaan we met zijn allen eten bij een visrestaurantje aan
zee en het smaakt allemaal weer goed. Daarna nog even een drankje in
de kroeg en dan op tijd naar bed, want we hebben morgen een drukke
dag...
11 augustus
Dolfijnen, klipspringers en schnitzels...
Om 7 uur worden we opgehaald door een taxi die ons naar Walvisbaai
brengt. Vandaag gaan we met Levotours een seal and dolphin tour
maken en we moeten om half 9 bij de haven zijn. Ongeveer een uur te
vroeg worden we dan gedumpt bij Levotours, nog niemand te zien. We
besluiten maar eens op ons gemak ons zelf meegebrachte ontbijtje te
verorberen en na een half uurtje komen de eerste bootjes aanrijden
en worden ze te water gelaten. We hebben mazzel met het weer, want
meestal is het ’s ochtends erg mistig in Swakopmund en Walvisbaai.
Vandaag is het helder met een lekker zonnetje.

Als we eenmaal aan boord zijn kan de pret beginnen. De eerste
zeeleeuw laat zich al zien en de gids verteld dat dit Fluffy is. Ze
surft achter op de boot mee om vervolgens met een sierlijke zwaai in
de boot te belanden. Alles voor een visje. En er zijn nog meer
beesten die graag wat doen voor een visje; meeuwen vliegen rakelings
langs onze oren en pelikanen vliegen mee met de boot of bedelen
vanaf het water. Vooral de pelikanen zijn erg mooi om te zien;
sommigen hebben een kuifje en ze zijn helemaal rose van kleur. Ook
de snavels zijn indrukwekkend. In de verte zien we flamingo’s en
voordat we het beseffen ligt er al weer een andere zeeleeuw op onze
boot. Spotty is de naam. Ik vraag me af hoe onze gids ze uit elkaar
houdt, ze zien er allemaal hetzelfde uit naar mijn idee... Ook
Spotty wil natuurlijk wel een paar visjes en als hij ze op heeft
verdwijnt hij weer even snel als hij gekomen is.
Als we de vuurtoren naderen zien we nog meer flamingo’s en op de
punt van het eilandje liggen ontelbaar veel zeeleeuwen te zonnen of
lekker te spelen in het water. Erg leuk om te zien en onze camera’s
maken weer overuren!

Na de zeeleeuwen uitgebreid te hebben geobserveerd gaan we op zoek
naar dolfijnen. En ja hoor, binnen een paar minuten zwemmen er al 2
mee met onze boot! Ze duiken voor de boot weg en lijken er echt een
spelletje van te maken. Onze gids vertelt dat dolfijnen boten erg
leuk vinden en graag voor de boot uitzwemmen. Ze houden van het
borrelende geluid dat de motor maakt en komen dus ook echt op boten
af. Het blijft lastig om ze vast te leggen op foto, want ze zijn
elke keer iets te snel (of wij te langzaam), maar uiteindelijk staan
ze er dan toch op.
We krijgen nog bezoek van Sally de zeeleeuw en dan wordt het tijd
voor de lunch. De gids legt de boot aan een steiger, maar de zee is
hier niet bepaald rustig en we deinen behoorlijk op en neer. Nou ben
ik al een keer hondsberoerd geworden op een boot toen ie stil ging
liggen dus ik heb het er eerlijk gezegd niet zo op. Martijn kijkt
ook een beetje benauwd en als de hapjes op tafel worden gezet kijkt
ie nog benauwder; koude vishapjes, iets waar je bij Martijn niet mee
aan moet komen. Hij pakt dus ook niets van de hapjes en zelfs de
champagne die we krijgen gooit ie uiteindelijk overboord. Ik,
daarentegen, heb honger en smul van de hapjes die we voorgeschotels
krijgen; broodje pelikaanei, zeehondengehaktbal en nog vele andere
lekkere vishapjes afgewisseld met chocoladekoekjes (!). En last but
nog least; de gids tovert een emmer oesters te voorschijn en maakt
ze open. Het schijnen hele goede oesters te zijn en dus besluit ik
ook maar eens een oestertje te proberen. Nu liggen ze voor me, in
een restaurant zou ik ze niet zo snel bestellen. Daar gaat ie dan.
Beetje glibberig dat wel, maar de smaak valt me niet tegen! Lekker
kan ik ze niet vinden, maar ze zijn niet zo zout als ik verwacht
had. Toch houd ik het maar bij eentje en spoel de restanten weg met
mijn glas champagne. Zo, dat was dan wel weer genoeg voor vandaag.
We keren terug met de boot en om 12.30 uur zijn we weer in de haven
waar we opgehaald worden door Georg Erb van Swakop tour Company voor
de Klipspringertour.
We rijden eerst terug richting Swakopmund en gaan dan het binnenland
in. We gaan de canyon in en meteen wanen we ons alleen op de wereld.
We rijden langs rare rotsformaties, zien verschillende kleurlagen en
gesteenten, staan oog in oog met klipspringers, struisvogels en
hornbills, maar we zien ook veel planten. De welwitschia
bijvoorbeeld. Dit is een bijzondere
plant die voorkomt in de
kuststreken van
Namibië. Het is een van de
vreemdste planten op aarde. De plant heeft slechts twee bladeren en
groeit zeer langzaam. Beide bladeren zitten aan een korte stam. In
het gebied waar de plant groeit regent het maar weinig, de
jaarlijkse regenval van ongeveer 1 à 100 mm is voor de plant
ontoereikend. De plant haalt haar water dan ook vooral uit
ondergrondse waterbronnen en stromen. Gemiddeld worden de planten
zo'n 500 à 600 jaar oud, maar het is bekend dat sommige exemplaren
wel 2000 jaar oud zijn.
Het is geen mooie plant; het ziet er eigenlijk meer uit als een
hoopje ellende zoals het erbij ligt. Maar toch is het fascinerend
hoe zowel planten als dieren kunnen overleven in deze droogte.
Verder zien we nog de ‘kannie-dood-plant’, de naam spreekt voor
zich.
Na een tijdje rondgereden te hebben door de canyon gaan we koffie
drinken die Georg ter plekke maakt met zijn meegebrachte spullen. We
belanden in een soort grot waar hij van boomstammen banken en een
tafel heeft gemaakt en we genieten van een kopje koffie met een
koekje erbij. Het enige geluid dat er is is het geknabbel van een
eekhoorntje dat stiekem wat kruimels aan het wegjatten is...
De zon zakt langzaam en het wordt tijd om terug te keren. We zien
nog een paar kudu’s en dan is het donker. Iets later dan verwacht
komen we dan ook aan in Swakopmund. We frissen ons wat op (Sally,
Fluffy en Spotty hebben een lekker visparfummetje achter gelaten) en
vervolgens lopen we naar de zee en zoeken een leuk restaurantje op.
The Lighthouse wordt het dit keer. We bekijken de menukaart en we
wanen ons in Oostenrijk; de ene schnitzel na de andere komt voorbij
en allemaal roepen ze 'pick me, pick me!' Ik val uiteindelijk voor
de normale schnitzel en Martijn kiest de cordon bleu. Als de
schnitzels komen is het maar goed dat we onwijs veel honger hebben,
want zoals het een echte Oostenrijke schnitzel betaamt puilt hij uit
over de randen van mijn bord, heerlijk! En daar zit je dan in
Namibië...
12 augustus
Swakopmund in de mist
We staan vandaag op een normale tijd op en zoeken een leuk
restaurantje op voor een uitgebreid en lekker ontbijt. We sluiten af
met een heerlijke chocolademelk met slagroom en we gaan een
strandwandeling maken. Het is niet zo’n mooi weer vandaag aangezien
er een dikke laag mist rondom Swakopmund hangt. We zijn blij dat we
de seal and dolphin tour gisteren hebben gedaan en niet, zoals de
rest van onze groep, vandaag. Ook als we bij de flamingo’s zijn
gekomen breidt de mist zich verder uit en kunnen we ze met moeite
tussen de flarden mist fotograferen.
We lopen door en we besluiten naar het scheepswrak dat aan de kust
ligt te lopen, dat was volgens ons redelijk dichtbij Swakopmund.
Maar door de mist hebben we geen idee hoe ver het is, we kunnen
immers niet ver vooruit kijken. We besluiten tot de punt te lopen en
kijken of we dan het schip al kunnen zien liggen. Eindelijk bij de
betreffende hoek aangekomen is er nog geen schip te bekennen. We
besluiten nog een half uurtje door te lopen en als we dan nog geen
schip hebben gezien gaan we maar terug. We lopen en lopen, maar
geen schip. En dan ineens klaart de mist wat op en wordt het voor
een paar seconden wat helderder en als een spookverschijning doemt
het schip op uit de mist. Het blijkt dat we hartstikke dichtbij het
schip staan! Waren we hem nog bijna voorbij gelopen in de mist... Snel
maken we natuurlijk de nodige foto’s en dan is het weer voorbij; de
mist trekt zich als een deken om het schip heen en het schip
verdwijnt weer in de leegte.
We keren terug naar Swakopmund waar we rond lunchtijd zouden
vertrekken naar Cape Cross. In dit reservaat bevindt zich een
(Kaapse) pelsrobbenkolonie van naar schatting 130.000 tot 180.000 dieren, die
daarmee tot de grootste van Zuidelijk Afrika behoort. Er leven ook
jakhalzen, die zich te goed doen aan de jonge pelsrobben, en
verschillende zeevogels.
Thuis hadden we al foto’s gezien van duizenden pelsrobben die op het
strand lagen, maar als we arriveren bij Cape Cross blijken er nu
niet zo veel dieren te liggen. Wel is de stank enorm! Jakhalzen
lopen tussen de pelsrobben te zoeken naar voedsel en af en toe
krijgen ze een snauw van een pelsrob als ze te dichtbij komen naar
hun zin. Het is bewolkt, koud en het waait hard dus het duurt niet
lang of we zitten weer lekker warm in de truck.
Vanavond gaan we voor het eerst wildkamperen! Dat stond niet op het
programma want eigenlijk zouden we gewoon op een campsite staan,
maar Elbie leek het wel leuk en toen er genoeg animo in de groep
bleek te zijn werd het dus wildkamperen.
Intussen rijden we in the middle of nowhere; er is hier werkelijk
helemaal niets; kale woestijn zonder ook maar 1 struikje of boompje.
Dan slaan we ineens een zijweg in en tenslotte verlaten we de weg.
We stoppen. Nou, dit wordt dus onze kampeerplek! We kijken rond en
de zon gaat langzaam onder. We moeten snel zijn om de tent nog voor
donker op te kunnen zetten! We moeten de tenten allemaal aan elkaar
aan laten sluiten zodat er niets tussendoor kan komen. De wc is naar
eigen keuze ergens in de kale vlakte om ons heen en douches, tsja
die zijn er natuurlijk niet. Gelukkig heb ik vochtige washandjes bij
me...
Elbie waarschuwt ons dat we hier erg op moeten passen voor spinnen,
schorpioenen en slangen en ineens zie ik overal gaatjes in de grond.
Jakhalzen zijn ook al te horen. Elbie gaat snel aan het eten
beginnen en ineens is ze lichtelijk in paniek. Elbie in paniek? Nou,
dan moet het wel heel erg zijn. Blijkt dat ze net een hele grote
transparante spin heeft gedood. Hmm, dat moet dan vast wel een
gevaarlijke zijn, want Elbie is niet snel van haar stuk te
krijgen... Fijn.
Er wordt een kampvuur gemaakt waar we ons aan kunnen opwarmen en het
wordt een stikdonkere maar gezellige avond. Totdat ik mijn
colaflesje in mijn andere hand pak en ik ineens een steek/beet voel
in mijn vinger. Snel laat ik los en probeer met mijn hoofdlampje te
kijken wat het geweest is. Ik zie helemaal niets meer, maar zelf
denk ik aan een spinnebeet. Eventjes schrikken, je weet maar nooit
hoe giftig de spinnen zijn, maar er is verder niet veel meer te zien
dan een rood plekje. Na een tijdje kruipen we onze tent in en is het
muisstil om ons heen.
13 augustus
Etosha
Goddank, ik leef nog! Het rode plekje is verdwenen, dus het zal wel
niets ernstigs geweest zijn. Verdomde spinnekoppen (=spinnen). We
hebben heerlijk geslapen en overdag ziet de woestijn er toch heel
wat vriendelijker uit. We frissen ons wat op voor zover mogelijk en
vertrekken uiteindelijk rond een uur of negen. Vandaag gaan we naar
ons eerste wildpark; Etosha! We hebben er inmiddels erg veel zin in,
maar eerst nog zo’n 500 km rijden.
Onderweg komen we Herero- en Himbavrouwen tegen. De Hererovrouwen
hebben mooie felgekleurde jurken aan en een soort van theemuts op
hun hoofd, erg kleurrijk allemaal. De Himbavrouwen lopen er wat
schaarser bij; zij hebben alleen een dierenvelletje aan als rokje en
zien er roodbruin uit door het botervet, de oker en de kruiden waar
ze zich mee insmeren ter bescherming tegen de zon.

We rijden weer verder en aan het einde van de middag komen we aan op
de campsite in Etosha; Okaukuejo. Het blijkt een hele mooie camping
te zijn die ligt bij een waterpool waar veel wild te vinden is. Maar
eerst gaan we met onze eigen truck nog een gamedrive maken voordat
de zon ondergaat.
We zien veel giraffen, die overigens zeer fotogeniek zijn, maar
verder zien we nog niet zo heel veel bijzonder wild. Als de zon
bijna onder is keren we terug naar het kamp waar we in een rap tempo
onze tent opzetten en vervolgens haasten we ons naar de waterpool.
Er zijn twee olifanten aan het spelen en steeds haken ze hun
slagtanden in elkaar. Het is erg mooi om te zien en we kunnen hier
uren naar kijken. Helaas moeten we gaan eten maar de beslissing om
meteen na het eten terug te gaan is dan al snel genomen. Maar dan
wel gewapend met statief en pittenzak want dat is dan wel nodig.
Na wederom een heerlijke rijst/goulash maaltijd van Elbie keren we
dan ook vliegensvlug terug naar de waterpool en installeren onszelf
en onze apparatuur. Tja, thuis kijk je tv, hier kijk je live.
Inmiddels staan er een paar giraffen op afstand te kijken, ze willen
blijkbaar drinken maar ze durven niet zo goed omdat er een paar
olifanten zijn. Aarzelend komen ze steeds iets dichterbij en ik
krijg bijna medelijden met ze. Olifanten zijn ook zo overheersend en
tolereren weinig andere dieren aan de waterpool als ze zelf aan het
drinken of badderen zijn. Zelfs een enkel klein springbokkie wordt
met veel kabaal weggejaagd...
‘Olifante is die grootste landsoogdiere ter wêreld. Hulle word vir
hul ivoor gejag, en is bedreig in baie dele van Afrika. In die
Suid-Afrikaanse nasionale parke neem hul getalle egter toe, wat lei
tot groot skade aan plantegroei, en bevolkingsbeheer dus noodsaak.
Troppe bestaan uit koeie en kalwers; bulle is alleenlopend of vorm
los troppe.
Een kalf word gebore na 'n draagtyd van 22 maande.’

De olifanten gaan uiteindelijk weg en dan zien we de eerste
neushoorns de waterpool naderen, geweldig! Ze badderen en drinken en
als ze uit het water komen is het net een duopenotti-neushoorn, de
bovenkant is nog lichtgrijs en stoffig, de onderkant donker doordat
het nat is. Even later komt er weer een grote eenzame olifant aan
die alleenheerser over de pool speelt en daarna arriveren er opnieuw
olifanten, maar dit keer is het een hele kudde! Een hele groep dames
met de oudste en tegelijkertijd ook de wijste olifant, de matriarch,
voorop. Het eenzame mannetje
wat eerst alle beesten wegjaagde, gaat nu zelf weg en maakt plaats
voor de groep. Op een afstandje blijft hij staan kijken. Er zitten
een hoop kleintjes bij en de hele pool is rondom gevuld met
olifanten. Erg overweldigend zo’n grote kudde en behoorlijk
indrukwekkend.
Langzaamaan beginnen de mensen terug te gaan naar hun tenten en
lodges, maar wij kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Wij zitten
nog te wachten op de giraffen die zich al die tijd op de achtergrond
hebben gehouden, maar die nog wel stonden te wachten om te gaan
drinken. Dan, als de olifanten weg zijn, durven ze uiteindelijk naar
het water te komen en spreiden ze hun voorpoten om water te kunnen
drinken. Het moet wel moeilijk zijn als je giraffe bent om water te
drinken, die hele lange nek zal toch naar beneden moeten! Als we de
giraffen hebben zien drinken wordt het voor ons ook tijd om de tent
maar eens op te gaan zoeken...

‘Die kameelperd verkies oop bosveld met heelwat doringbome. Hulle is
daglewend en kom in klein groepe voor. Bulle veg dikwels deur mekaar
met die kop te slaan. Gevolglik is hul horings kaal bo en baie
dikker. Kameelperde is baie kwesbaar wanneer hulle water drink en is
dan baie waaksaam. 'n Enkele kalf word in 'n staande posisie gebore
na 'n draagtyd van 15 maande.’
14 augustus
Drukte bij de pool
Vandaag is het weer vroeg opstaan, maar dat vind ik helemaal niet
erg want we gaan een gamedrive doen! We vertrekken om 6.15 uur met
onze eigen truck en al gauw zien we de eerste giraffen tegen een
opkomende zon in beeld. Een eenzame olifant passeert ons pad en een
aantal ook al zo fotogenieke zebra’s. We blijven uiteraard hopen op
een luipaard, aangezien dat het moeilijkst te spotten dier is van de
Big Five.
De Big Five bestaat naast het luipaard uit de olifant, de buffel, de
neushoorn en de leeuw. De term 'Big Five' stamt uit de tijd (rond
1900) van de 'grote witte jager' die naar Afrika kwam om wild te
schieten en bij voorkeur de meest gevaarlijke dieren van Afrika
wilde neerleggen. Ze zijn dus meer gekozen op hoe stoer het is om ze
te schieten, dan hoe groot ze zijn. De vijf hebben inderdaad een
reputatie om af en toe mensen te doden, maar vreemd genoeg hoort het
meest gevaarlijke Afrikaanse dier, het nijlpaard, niet bij de Big
Five.
Helaas zien we geen luipaard, maar ook andere dieren houden zich
blijkbaar angstvallig verborgen voor ons en ietwat teleurgesteld
komen we een paar uur later terug op de campsite. We breken de
tenten af en we lopen nog snel even naar de waterpool en wat blijkt;
zowat alle beesten van het park hebben zich verzameld aan de pool!
Het is er een drukte van belang en we fotograferen er op los.
Olifanten, oryxen, springbokken, zebra’s, kudu’s en dan niet een
paar, nee het lijken er wel honderden te zijn! De olifanten
trompetteren een keer en de hele boel vliegt weg, een grote stofwolk
achterlatend... de olifanten zijn duidelijk de baas. Dan komt er
ineens vanuit het niets een kudde wildebeesten aanlopen, heel
indrukwekkend vooral omdat ze met zo velen zijn. Als ze hebben
gedronken verdwijnen ze weer met zijn allen, echt geweldig om te
zien! We kijken onze ogen uit en er blijven maar dieren komen. Ze
hadden ons beter de hele ochtend bij de waterpool kunnen zetten in
plaats van de gamedrive te doen...
Maar we hebben niet alleen oog voor groot wild. Op de plek waar we
staan zijn vogeltjes, de zogenaamde weavers, druk bezig takjes te
verzamelen voor hun nest. Zij vormen een grote kolonie en bouwen
zeer grote nesten waar heel veel vogeltjes in wonen. Ze zijn erg
actief, vliegen af en aan en zijn continu bezig met hun nest. Het
ziet er erg grappig uit. Nog een grappige vogel is overigens de
hornbill. Hij ziet er stoer en een beetje ‘grumpy’ uit, maar dat
maakt hem nou juist zo leuk. Er zit er eentje behoorlijk dichtbij en
nauwlettend houdt hij ons in de gaten. Hij gaat even goed voor de
foto zitten, vindt het dan wel weer genoeg geweest en vliegt tenslotte weg.
Intussen gaan de olifanten weer weg en om nog even te laten zien dat
zij toch echt de baas zijn, laat de grootste zich nog een keer horen
met veel bombarie waarna hij verdwijnt.
We genieten zo van dit schouwspel dat we haast vergeten zijn dat we
zouden vertrekken om 10 uur. We maken ons met moeite los van dit
spektakel en nestelen ons in de truck. We gaan nu dwars door Etosha
rijden naar de volgende campsite; Namutoni.
We zijn net op weg en daar zien we dan een paar leeuwen liggen in
het gras! Ze zijn helaas niet goed te zien, maar af en toe komt er
een kopje boven het gras uit. Dat zijn dan onze eerste leeuwen die
we zien! Omdat er niet veel te zien is rijden we verder en daar
vinden we onze tweede groep leeuwen! Onder een boom, lekker
in de schaduw. Maar ook deze zijn niet zo heel goed te zien omdat
het nogal ver weg is, zelfs voor de 400 mm lens. Jammer, maar we
hebben in ieder geval al wel leeuwen gezien.

‘Leeus is sosiale roofdiere, en kom voor in groepe van tot 30 diere.
Leeu het al diere soos olifante en seekoeie gevang. Die mannetjie
gee ’n magtige brul wat oor lang afstande weerklink, maar dit is die
wyfie wat gewoonlik die jagwerk doen. Hulle paar dwarsdeur die jaar,
met 'n hoogtepunt in die herfs of vroeë winter. Een tot vier welpies
word gebore na 'n draagtyd van drie maande.’
In de middag gaan we lunchen bij Halali Restcamp waar ook een
waterpool is. Vol verwachting lopen we naar de waterpool, we hebben
immers vanochtend een heleboel wild gezien bij de pool, maar helaas
zijn er alleen wat olifanten. Ahum. Kijken we nu al niet meer op van
een olifant...? Maar dit keer zijn er ook wat kleintjes blij, die
goed beschermd worden door de stevige dames, erg vertederend om te
zien. Verder wild blijft uit en na onze lunch
rijden we weer verder.
Na een stoffig ritje komen we aan het eind van de middag aan in
Namutoni Restcamp. De campsite is minder mooi dan de vorige, maar
hier is ook een waterpool. Na de tent opgezet te hebben vertrekken
we dan ook meteen richting pool, maar behalve een mooie
zonsondergang zien we geen wild. Dat geeft maar weer aan dat dieren
heel erg onvoorspelbaar zijn en dat je dus gewoon ook geluk moet
hebben. Vanaf dat moment besluiten we dan ook alle gamedrives te
doen die we kunnen doen deze vakantie!
Ik ga me nog even opfrissen voor het eten en dat opfrissen lukt
zeker! Ijskoud water... Dat wordt dan maar opwarmen aan het kampvuur
dat inmiddels lekker hoog opgestookt wordt. We hebben vandaag weer
een braai en ineens zijn daar weer allemaal jakhalzen om ons heen,
het zijn er erg veel. Als je met je lampje naar de wc loopt zie je
overal oogjes uit het donker opdoemen...
’s Nachts slapen we in op het gebrul van leeuwen en het gesluip van
de jakhalzen om onze tentjes...
15 augustus
Hamsteren!
Weer vroeg opstaan, want om 6.15 uur vertrekken we weer voor de
gamedrive; je moet er wat voor over hebben om de dieren te zien,
toch? En de meeste kans om wild te zien is rond zonsopkomst en
zonsondergang, dan gaan de dieren nl. op pad. Weer levert deze
gamedrive niet veel meer op dan een paar wildebeesten, een
struisvogel en een hele hoop bokjes en ten slotte verlaten we
Etosha.
We stoppen bij een dorpje waar we voor de komende 11 dagen
boodschappen moeten doen. Volgens Elbie is er verder niets meer te
krijgen en vooral in Zimbabwe wordt het moeilijk. En dus doen Elbie
en Wijnand boodschappen (wat een geregel voor 21 mensen!) en slaan
wij ook water, cola, whisky, bier, chips en energierepen in. Maar
waar laten we het allemaal? Nou, dat is snel bekeken en even later
zitten we helemaal klem tussen de zakjes en flessen. De hele truck
wordt volgestouwd en elk plekje wordt benut. Ook zijn er spullen
gekocht voor dorpjes in Zimbabwe van het geld dat is ingezameld door
onze groep. Die spullen moeten ook nog in de truck, maar met wat
pas- en meetwerk past alles er uiteindelijk in.
Rond 14.00 uur komen we aan bij het Waterbergplateau, waar we een
mooie camping hebben. We krijgen eerst een lekkere lunch en daarna
hebben we wat tijd voor onszelf. Een gedeelte van de groep besluit
het plateau op te gaan, maar aangezien het al best laat is hebben
wij daar niet zo’n zin in en relaxen we wat.
In de namiddag loopt er een dik-dik (een soort bokje) rond onze tent
met hele mooie ogen en hoewel het op zijn hoede lijkt te zijn, is
het niet echt bang want we kunnen redelijk dichtbij komen. Erg
lief beestje!
16 augustus
Cheetah’s, luipaarden en kou...
Vertrek om 7.00 uur. We hebben vandaag ongeveer 450 km te rijden
over de inmiddels o zo vertrouwde gravelwegen. Tegen de middag komen
we aan in Buitepos, we kamperen op Zelda’s Farm. Het is vandaag een
heldere dag, maar best fris, al doet de zon aardig haar best om ons
wat op te warmen. Zelda’s Farm is een kleine campsite en er
scharrelen wat gevonden dieren rond. Er is bijvoorbeeld net een
jonge oryx binnen gebracht van een paar dagen oud die ze gevonden
hadden in de omgeving. Het beestje wordt hier dan opgevangen. Ook
hebben ze een wrattenzwijntje, een pumbaa, die de hele dag buiten
is, maar zodra de zon onder gaat staat ie te trappelen om naar
binnen te gaan want dan heeft ie het koud. Binnen heeft ie nl. een
eigen ‘slaapzakkie’ waar hij lekker in kan kruipen...! Erg grappig
beestje en inderdaad, we zien hem trappelen van ongeduld om naar
binnen te gaan.
Zelda’s Farm heeft ook cheetah’s en een luipaard. Ik dacht dat we
hier een cheetahfarm zouden bezoeken zoals er wel meer zijn in
Namibië; waar je in een truck over het terrein tussen de cheetah’s
gereden wordt, maar helaas is dat hier niet. We krijgen ze alleen te
zien tijdens voedertijd, achter een hek. Het is ons net iets te veel
dierentuin en we vinden er dan ook niet zo veel aan zo.
De cheetah’s (jachtluipaarden) zijn overigens gevangen omdat ze voor
veel overlast zorgden bij de boeren. Ze vallen het vee aan en de
boeren schieten de cheetah’s om die reden af. Het is dus kiezen
tussen 2 kwaden; óf in gevangenschap leven óf afgeschoten worden. De
cheetah’s die bij Zelda leven hebben overigens wel een groot terrein
ter beschikking en ze worden gevoerd, dus zo slecht zullen ze het
wel niet hebben. Ook het luipaard heeft een groot verblijf en jaagt
regelmatig op konijnen en ander klein wild dat zich binnen de hekken
van zijn terrein durft te wagen. Het zijn ontzettend mooie beesten,
maar ik zie ze toch liever in het wild.
‘Ofskoon beweer word dat die elegante jagluiperd ’n spoed van meer
as 100 km per uur kan haal, kan hy waarskynlik nie vinniger as 75 km
per uur oor kort afstande hardloop nie. Hy is nietemin die vinnigste
dier op aarde. Die jagluiperd verskil van die luiperd op grond
daarvan dat sy kolle solied is. Die kop het 'n duidelike
'traanstreep' vanaf die oog na die mondhoeke. Die liggaam is slank
en gebou om vinnig te kan beweeg. Die toonnaels kan nie terugtrek
nie. Hulle verkies oop savanna omdat hulle spoed nodig het om hul
prooi te vang. Twee tot vier kleintjies word gebore na 'n draagtyd
van drie maande.’

In de namiddag bezoeken we een stam, maar het toneelspel wat ze
opvoeren is duidelijk gemaakt voor de toeristen en valt dus
gruwelijk tegen. Ze hebben bijv. geen dierenvelletjes aan maar
gekochte kleden waar de labels nog aan hangen. Nee, dit is niet ons
idee van een bezoek aan een authentieke stam!
Na de ook al wat frisse dag, belooft het een frisse nacht te gaan
worden en onze groep verplaatst zich naar het kleine, maar warme
barretje dat bij de campsite hoort. We warmen ons hier wat op onder
het genot van een springbokkie, een groen pepermunt likeurtje met
Amarula, en vervolgens verdwijnen we richting tent.
Ik ben al lichtelijk koud over mijn hele lijf en dit wordt naarmate
de nacht vordert alleen maar erger. Sterker nog, ik doe geen oog
dicht en elke seconde van de nacht maak ik bewust mee. Mijn voeten
zijn ijsklompjes, mijn lijf is door en door koud, de kou aan mijn
gezicht kan ik op de een of andere manier ook niet verdragen en het
puntje van mijn neus voel ik niet eens meer, wat een ellende!
Het is stikdonker en tot overmaat van ramp moet ik er voor het eerst
uit vannacht! Ik heb geen idee hoe laat het is, maar de minuten
kruipen langzaam voorbij. Ik hoop het tot de ochtend uit te kunnen
houden, want om er nu uit te moeten in die kou... En dan is het ook
nog best een eind lopen naar de wc’s. Intussen hoor ik het luipaard
grommen, het lijkt een beetje op een motor die maar steeds niet wil
starten. Dan ineens wordt het luipaard overstemd en hoor ik een
haan kraaien. Gelukkig, het is dus bijna ochtend en ik tel de
minuten af voor het licht wordt. Maar waarom blijft het dan nog zo
lang donker? Nu ben ik het zat en ga in de duisternis op zoek naar
mijn lampje. Ik kijk op mijn horloge en wat blijkt? Het is kwart
voor 1 ’s nachts! Heb ik weer; een haan die van de wap is... Nog
zoveel uren te gaan dus. Dat red ik dus niet meer en dus sta ik met
een hoop gefoeter op (inmiddels is Martijn ook wakker) om te gaan
plassen. Ik heb geen zin om zo ver te lopen en dus kies ik voor de
dichtsbijzijnde ‘wc’; achter onze tent... Een hele opluchting in
ieder geval. Nu ik Martijn ook subtiel wakker heb gemaakt (ahum)
stel ik voor om onze slaapzakken aan elkaar te ritsen, zodat ik
misschien wat warmte van hem kan jatten, krijgt hij wat van mijn kou
;-). Helaas scheelt dat niet veel en mijn kou is zo overheersend dat
ook Martijn het nu koud heeft. We zitten de nacht uit, maar we
zijn blij als het dan eindelijk licht begint te worden en we op
kunnen staan.
17 augustus
Iglotentje
Onze tent is veranderd in een iglo! De tent is helemaal bevroren aan
de binnenkant en ik vind het dus niet vreemd dat ik het zo koud heb
gehad. Ben benieuwd hoe de anderen deze nacht zijn doorgekomen, want
die hebben het al eerder koud gehad; ik nog niet in mijn lekker
warme slaapzak. Tot nu dan.
Nou daar kom ik snel achter. Gezien de rest ben ik niet de enige die
een belabberde nacht heeft gehad; ze zien er allemaal bevroren uit,
sommigen hebben zelfs de hele inhoud van de tas aangetrokken in de
slaapzak (dat zal lekker slapen) en er staan er een paar zich op te
warmen aan de hete stoom van de fluitketel. Wat een kou, wat een
kou. En dat hier in Afrika!
We breken de bevroren tent af en naderhand ontdooien we onze vingers
onder de warme kraan. Hoop niet dat we nog veel van deze nachten
zullen krijgen. Elbie verzekert ons dat de nachten in Botswana en
Zimbabwe allemaal warmer zullen zijn, dus daar gaan we dan maar
vanuit.
Vorige
Naar boven
Volgende