Home  |  Welkom  |  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  |  Film  |  Info  |  Contact      

 

    Zuid-Afrika  |  Namibië  |  Botswana  |  Zimbabwe  |  Zuid-Afrika

 


7 augustus
Stempeltje hier, stempeltje daar

Het is vandaag mooi weer en van het regenachtige weer van gisteren is niets meer te merken. Ik denk ook niet dat we nog veel regen gaan krijgen want we gaan nu naar een van de droogste landen van Afrika; Namibië! We vertrekken om 10 uur met de truck en al gauw zijn we bij de grens van Namibië. Maar eerst moeten we Zuid-Afrika uit. Iedereen de truck uit, paspoort mee en aansluiten in de rij. Het gaat tergend langzaam, er is maar één medewerker en die moet zowel de uitgaande als binnenkomende mensen helpen, ook al weer echt Afrika...

Als we dan eindelijk allemaal ons stempeltje gehaald hebben rijden we 100 meter en begint het verhaaltje weer opnieuw, nu om Namibië in te komen. Allemaal de truck uit, paspoort mee, pen mee en aansluiten in de rij. Dit keer zijn er maar liefst 2 medewerkers en dus gaat het wel iets sneller. De douaniers kijken streng en serieus en als ik aan de beurt ben wordt mijn paspoort aandachtig bekeken. Vooral het visum van China is blijkbaar erg interessant. ‘Have you been to China?’ vraagt hij ineens. Ja, natuurlijk ben ik in China geweest, hoe kom ik anders aan een zooi van die Chinese stempels en een visum? De volgende vraag vind ik wat vreemder; ‘do you know how far it is from the Netherlands to China?’ Ietwat overrompeld mompel ik iets van 10.000 km en vraag me af waarom hij dit wil weten. Zie ik er onbetrouwbaar uit? Heb ik iets verdachts bij me? Is het een strikvraag? Dan de volgende vraag; ‘do you know how far it is from China to the US?’ Ik begin zo langzamerhand te geloven dat de dounanier zijn roeping als aardrijkskundeleraar heeft gemist en ik krijg weer beelden voor me van overhoringen op de middelbare school. Ik had toch al zo’n hekel aan dat vak. Nou ja, het vak was wel ok, alleen de leraar niet. Maar goed, dat even terzijde. Bij mijn zuchtend antwoord ‘I don’t know’ vindt de dounanier het blijkbaar ook wel genoeg en zet hij eindelijk het benodigde stempeltje in mijn paspoort. Namibië here we come!

We zijn Namibië nog niet in of we zitten in een compleet ander landschap; droog, dor, bergen van rood en geel zand en we verlaten de geasfalteerde wegen! Vanaf nu rijden we alleen nog maar op gravelwegen, dus dat wordt een free African massage dit keer...

Na nog een paar uurtjes te hebben gehobbeld komen we in de middag aan op de campsite bij Fish River Canyon. We kunnen onze tenten nu op ons gemakkie opzetten en de temperatuur is ook al wat aangenamer. We krijgen een lunch en tegelijkertijd zijn we zo aardig om de bavianen mee te laten genieten van ons maal; een baviaan slaagt erin ons voedsel weg te jatten aan de andere kant van de truck! Wijnand rent er meteen achteraan, maar de baviaan is veel sneller en heeft dus een lekker maaltje. Oppassen dus en alles gesloten houden. Even later arriveren er nog meer bavianen, zelfs een moeder met een kleintje op de rug, erg mooi om te zien. En met flaporen waar je u tegen zegt!

Tegen zonsondergang worden we met de truck naar de Fish river Canyon gebracht waar we de zonsondergang gaan bekijken. Met een diepte van 550 meter en een lengte van 160 km is de Fish River Canyon na de Amerikaanse Grand Canyon de grootste canyon ter wereld. We lopen wat rond maar na de Grand Canyon in Amerika gezien te hebben valt deze canyon toch wel behoorlijk tegen.

Eenmaal terug op de campsite is het kampvuur aan en heeft Elbie een ‘potjie kos’ gemaakt in een grote stoofpot op het kampvuur. Het smaakt erg lekker, al zitten er wel veel irritante botjes in. Het belooft wederom een frisse nacht te worden en de groep kruipt steeds dichter naar het kampvuur toe, waar onder het genot van een drankje de rest van de avond wordt doorgebracht.


8 augustus
Bushplassen

Vandaag hebben we een lange reisdag voor de boeg met als eindbestemming Sesriem. We vertrekken om 8 uur en we rijden uren zonder ook maar één auto tegen te komen. We lijken alleen op de wereld en de omgeving lijkt steeds meer op een maanlandschap. Hoe ver en waar je ook kijkt; het is allemaal zeer uitgestrekt, groots, dor en droog en de kleuren van de woestijn zijn werkelijk schitterend!

We dromen wat weg en na een tijdje worden we wakker geschut door Elbie die door de microfoon roept; ‘Plaspauze!’ Iedereen kijkt naar buiten, en jawel hoor; kaal, kaal en nog eens kaal. Dit is hem dan! Onze eerste bushplas... Nou ja, bushplas is het niet te noemen als er geen ‘boesjes’ zijn. En dus; dames rechterkant van de truck, heren links!

Daarna wordt het tijd voor een lunch. We zetten de truck stil, gewoon midden op de weg, de tafel wordt uitgeklapt, de stoeltjes worden uitgeklapt en Elbie tovert weer een heerlijke lunch op tafel voor 21 man. Midden in the middle of nowhere. Verbazingwekkend hoe vlotjes alles verloopt. En met hoe weinig middelen je toch een goede maaltijd op tafel kan zetten!

Een uurtje later rijden we weer en ineens blijkt Wijnand een boom gezien te hebben die goed dienst kan doen als hout voor het kampvuur. Hij pakt een bijl en gaat aan de slag. Even later zitten wij dan ook met een bos hout, nouja bos hout, liever gezegd een hele boom in de truck en kunnen we geen vin meer verroeren...

Eind van de middag arriveren we in Sesriem, het gebied van de rode duinen. Sesriem ligt aan de rand van de Namib-woestijn, een woestijngebied dat 50.000 km² bestrijkt en behoort tot de droogste woestijnen in de wereld. Het is merkbaar; overal is zand, fijn rood zand. Van dat zand wat overal inkruipt en tussenzit. De Namib-woestijn zou de oudste woestijn ter wereld zijn (80 miljoen jaar oud), vormt een kuststrook van vele honderden kilometers lang en is gemiddeld 100 km breed.

We zetten onze tent op en lopen wat over de camping. We zien hier onze eerste jakhalzen! Het zijn mooie beestjes en ze lijken een beetje op vosjes. Ze maken een raar geluid en scharrelen ’s avonds over de camping op zoek naar restjes eten. We worden dan ook flink door Elbie gewaarschuwd dat we alles goed af moeten sluiten en niets buiten moeten laten liggen, vooral geen schoenen...


9 augustus
Dune 45, Sossusvlei en Deadvlei

4.30 uur. De wekker gaat, wat een tijd. Je moet er wat voor over hebben om de zonsopkomst vanaf dune 45 te zien! Om 5 uur vertrekken we met de truck naar de gate en na zo’n 3 kwartier rijden komen we aan bij Dune 45. Het duurt niet lang voordat de zon op gaat komen, dus haasten we ons de duin op. Een pittig klimmetje, vooral ook omdat je loopt door het mulle zand. 2 stappen omhoog, 1 stap omlaag, dat soort werk. Vooral het eerste stuk is vrij steil, later wordt het wat makkelijker.

Dune 45 is een ‘star dune’, de naam komt van het feit dat het 45 km van Sesriem Canyon ligt. Hij is 170 m hoog, bestaat uit zand dat 5 miljoen jaar oud is en dat zand is vanuit de Kalahari woestijn door de Orange River gebracht.

We zijn net op tijd op de top van Dune 45, we ploffen neer in het zand en wachten in stilte op de zonsopkomst. Hoewel we beiden de zonsopkomst wat tegen vinden vallen, worden de duinen met de opkomende zon steeds mooier en roder van kleur. De duinen zijn adembenemend en we schieten dan ook heel wat plaatjes, al dan niet liggend in het zand. Bij terugkomst bij de truck zit het zand dan ook overal; in mijn haren, mijn mond, onder mijn kleren en de meest prettige bijkomstigheid; ik ben 5 cm langer geworden door al het zand dat in mijn schoenen zit...

Vervolgens stappen we over in een jeep met laadbak en gaan we als vee op weg naar de slachtbank op pad om een woestijnwandeling te maken. Nu is het echt off road rijden, we slingeren van links naar rechts en onderweg komen we twee auto’s tegen die blijkbaar geen vierwielaandrijving hebben. Ze zitten vast in het mulle zand en kunnen niet meer voor- of achteruit. Ze graven hun auto's steeds verder in en grinnikend rijden we ze voorbij. Ondanks waarschuwingen het terrein alleen met een 4WD te betreden heb je altijd wel van die hardnekkige toeristjes die denken dat deze regels niet voor hen gelden. Met dit als gevolg. Net goed.

Als de groep compleet is kunnen we aan de woestijnwandeling beginnen. We worden begeleid door een gids op blote voeten, die ons een rondleiding geeft door het gebied en uitleg geeft over de bosjesmannen die vroeger in het gebied probeerden te overleven. De gids, een Bushman, vertelt zeer boeiend en kan daardoor de hele groep stilhouden. Hij vertelt dat er twee kleuren zand met de wind mee gevoerd worden; als de wind uit het westen komt (vanaf zee) wordt er wit zand meegevoerd. Het witte zand is grover van structuur en komt dus minder ver het binnenland in. Het rode zand komt vanuit het oosten en door de fijnere structuur wordt het over een grotere afstand mee gevoerd. Het rode zand bevat veel ijzer en dit laat Bushman zien door er met een magneet overheen te gaan. De donkere ijzerdeeltjes blijven dan aan de magneet zitten.

Bushman gaat verder met vertellen over het leven in de woestijn. Op het eerste gezicht lijkt de woestijn dan wel een droge, dorre, zanderige vlakte met enkele bomen, maar de woestijn is veel meer dat dat. Bushman vertelt dat de bomen en planten lange wortels hebben (soms meters lang), die vlak onder het grondoppervlak liggen, waardoor ze zoveel mogelijk vocht op kunnen vangen. Maar er zijn ook planten die gewoon een hele lange slaap houden totdat het weer gaat regenen. Bushman besluit een dor uitziend plantje uit zijn slaap te halen en laat er een druppeltje water op vallen. Het plantje komt weer tot leven en opent zich langzaam.

Maar niet alleen de planten hebben zich aangepast aan de droogte, ook de dieren. 'Torrekies' (=torretjes) bijvoorbeeld, hebben groeven op hun schild waarmee ze het water van de ochtenddauw opvangen. Als ze voorover buigen loopt het water in hun mond. Deze torretjes zijn weer voedsel voor de spinnen; zo komen zij aan hun vocht. En deze spinnen worden dan weer opgegeten door hagedissen, wederom voornamelijk voor het lessen van de dorst. En tot slot kunnen deze hagedissen dan weer door mensen gegeten worden om de dorst te lessen. Ik zie zo'n hagedis niet echt zitten voor het lessen van m'n dorst, maar gelukkig hebben wij genoeg water bij ons...

Om zijn verhaal kracht bij te zetten gaat Bushman op zoek naar een hagedis. En ja hoor; Bushman begint te rennen of zijn leven ervan af hangt en binnen luttele seconden heeft ie een hagedisje in zijn handen. Hij hangt het beestje aan zijn vinger (beestje bijt aan vinger en blijft als een pittbull vasthouden), en brengt het beestje naar zijn mond. Even ben ik bang dat ie wil laten zien hoe sappig een hagedis is, maar gelukkig was het een grapje van Bushman. Hij wil het beestje weer vrij laten, maar het hagedisje heeft zijn kaken stevig in de vinger van Bushman geklemd en dus komt Bushman er niet vanaf. Groot gelijk.

Na nog een korte uitleg over sporen komen we aan bij Deadvlei. Deadvlei is de aan Sossusvlei grenzende vlakte. Hier staan bomen die honderden jaren geleden zijn gestorven, maar die goed intact blijven door het droge klimaat. Ze vormen samen met de witte opgedroogde bodem en de rode duinen een zeer bizar landschap. De droge grond vol barsten, de dode bomen met takken wanhopig ten hemel gerezen als biddende om water, de rode duinen en de blauwe lucht vormen een prachtig geheel. Wat we zien is echt adembenemend. Bushman vertelt dat zich onder de omgevende duinen waarschijnlijk een zelfde soort ‘bos’ bevindt.

De omgeving is zo mooi en surrealistisch dat we maar blijven fotograferen. Hier zit vast wel een goed uitvergrotinkje bij! Dan wordt het tijd om terug te gaan en kunnen we de duinen af, iets wat duidelijk makkelijker gaat dan op; Bushman gaat voorop en met een paar grote kikkersprongen staat hij al weer beneden. Nu de rest nog. Terwijl de een voorzichting loopt, probeert de ander Bushman te overtreffen met springen, maar uiteindelijk staan we dan allemaal weer veilig beneden. De meesten met kilo’s zand in de schoenen... Handig die teva's.

We gaan de laadbak weer in en hobbelen terug naar de truck. Daar wacht ons een heerlijke lunch en daarna rijden we weer terug naar de campsite. Heel de middag hebben we voor onszelf en we lezen wat over de dieren en de parken en we lopen wat rond in de omgeving. ’s Avonds hebben we onze eerste braai  (=bbq) en de avond eindigt zoals bijna elke avond tot nu toe, met een drankje onder de sterrenhemel, rond het kampvuur. Heerlijk!


10 augustus
Solitaire

Om 8 uur vertrekken we. We hebben vandaag zo’n 400 km te rijden door het ongerepte en uitgestrekte Namibië. Na een goed uurtje gereden te hebben stoppen we bij Solitaire, een dorpje dat alleen maar bestaat uit een benzinepomp, een café en wc’s.

Solitaire was lange tijd niet meer dan een bezinestation in de Namibwoestijn. Het dorpje is eigenlijk voornamelijk bekend geworden door de Nederlandse schrijver Ton van der Lee. Hij was het halverwege de jaren negentig helemaal zat in Nederland en zo nam hij het besluit om een enkele reis Afrika te kopen en Nederland achter zich te laten; een permanent sabattical is geboren. Na een aantal omzwervingen kwam hij terecht in Solitaire. Het beviel hem daar zo goed, dat hij besloot te blijven. Hij is diegene die het restaurant eigenlijk ooit begonnen is.

Het plaatsje is mooi aangelegd met planten en hier en daar zijn oude verroeste voertuigen tussen de cactussen geparkeerd. Maar Solitaire is vooral bekend om de lekkere appeltaart (met dank aan Lonely planet), en dat willen we natuurlijk wel eens proeven! De appeltaart is inderdaad heerlijk en na deze korte stop rijden we weer verder richtig Swakopmund.

We zijn amper een half uurtje aan het rijden tot we ineens een baby mountain zebra langs de kant van de weg zien staan met een aantal toeristen erom heen. Het arme beestje, waarschijnlijk een dag oud, is alleen en er is geen moeder of kudde zebra’s te bekennen. Die stomme toeristen komen steeds dichter bij het beestje en proberen het aan te raken, iets wat je nooit moet doen als je wilt dat de moeder nog terug komt. Ik zit me behoorlijk op te winden over die toeristen en ook aan Elbie is te horen dat ze het er helemaal niet mee eens. We maken snel een fotootje vanuit de truck en rijden door, in de hoop dat de toeristen ook weg gaan en dat moeder zebra alsnog op komt dagen...

We vervolgen onze route naar Swakopmund. Swakopmund is de tweede stad van het land, maar echt groot is het niet te noemen. Aan de andere kant, Namibië heeft maar circa 2 miljoen inwoners, dus zo verwonderlijk moet dat niet zijn. De stad heeft nog steeds een erg Duits uiterlijk, een overblijfsel uit de koloniale tijden van weleer. De kuststrook ten noorden van Swakopmund staat bekend als Skeleton Coast. Deze naam werd aan deze kuststrook gegeven omdat er door de onstuimige zee heel wat schepen gestrand zijn. Er liggen echter niet alleen veel skeletten van schepen, ook van de opvarenden. De opvarenden die de kust wisten te bereiken dachten gered te zijn, want ze hadden weer vaste grond onder de voeten. Deze mensen stierven vervolgens allen van de dorst, want ze waren beland op één van de droogste plekjes op de aarde. De dichtsbijzijnde nederzetting waar drinkbaar water te vinden was, lag circa 200 kilometer verderop...

Rond lunchtijd komen we aan in Swakopmund en we kunnen nog niet in onze huisjes, maar moeten eerst een presentatie bijwonen over alle activiteiten die je kan boeken. Wij hebben daar geen zin in, want we hebben ons eigen programma al samengesteld vanuit Nederland en gaan dus niet mee. We gaan boodschappen doen, geld pinnen en proberen alvast een groot bedrag aan Namibische dollars om te wisselen naar Amerikaanse Dollars. (Die hebben we nodig voor Zimbabwe waar we niet kunnen pinnen.) Dit blijkt echter nog helemaal niet mee te vallen, we kunnen nergens Amerikaanse Dollars krijgen. Al met al kost het ons een groot deel van de middag en we keren alsnog zonder Amerikaanse Dollars terug.

We kunnen inmiddels wel al naar de huisjes en hoewel de tent erg goed beviel, vinden we een huisje ook wel erg lekker. We mesten onze tassen goed uit en laten wat kleren wassen.

’s Avonds gaan we met zijn allen eten bij een visrestaurantje aan zee en het smaakt allemaal weer goed. Daarna nog even een drankje in de kroeg en dan op tijd naar bed, want we hebben morgen een drukke dag...


11 augustus
Dolfijnen, klipspringers en schnitzels...

Om 7 uur worden we opgehaald door een taxi die ons naar Walvisbaai brengt. Vandaag gaan we met Levotours een seal and dolphin tour maken en we moeten om half 9 bij de haven zijn. Ongeveer een uur te vroeg worden we dan gedumpt bij Levotours, nog niemand te zien. We besluiten maar eens op ons gemak ons zelf meegebrachte ontbijtje te verorberen en na een half uurtje komen de eerste bootjes aanrijden en worden ze te water gelaten. We hebben mazzel met het weer, want meestal is het ’s ochtends erg mistig in Swakopmund en Walvisbaai. Vandaag is het helder met een lekker zonnetje.

Als we eenmaal aan boord zijn kan de pret beginnen. De eerste zeeleeuw laat zich al zien en de gids verteld dat dit Fluffy is. Ze surft achter op de boot mee om vervolgens met een sierlijke zwaai in de boot te belanden. Alles voor een visje. En er zijn nog meer beesten die graag wat doen voor een visje; meeuwen vliegen rakelings langs onze oren en pelikanen vliegen mee met de boot of bedelen vanaf het water. Vooral de pelikanen zijn erg mooi om te zien; sommigen hebben een kuifje en ze zijn helemaal rose van kleur. Ook de snavels zijn indrukwekkend. In de verte zien we flamingo’s en voordat we het beseffen ligt er al weer een andere zeeleeuw op onze boot. Spotty is de naam. Ik vraag me af hoe onze gids ze uit elkaar houdt, ze zien er allemaal hetzelfde uit naar mijn idee... Ook Spotty wil natuurlijk wel een paar visjes en als hij ze op heeft verdwijnt hij weer even snel als hij gekomen is.

Als we de vuurtoren naderen zien we nog meer flamingo’s en op de punt van het eilandje liggen ontelbaar veel zeeleeuwen te zonnen of lekker te spelen in het water. Erg leuk om te zien en onze camera’s maken weer overuren!

Na de zeeleeuwen uitgebreid te hebben geobserveerd gaan we op zoek naar dolfijnen. En ja hoor, binnen een paar minuten zwemmen er al 2 mee met onze boot! Ze duiken voor de boot weg en lijken er echt een spelletje van te maken. Onze gids vertelt dat dolfijnen boten erg leuk vinden en graag voor de boot uitzwemmen. Ze houden van het borrelende geluid dat de motor maakt en komen dus ook echt op boten af. Het blijft lastig om ze vast te leggen op foto, want ze zijn elke keer iets te snel (of wij te langzaam), maar uiteindelijk staan ze er dan toch op.

We krijgen nog bezoek van Sally de zeeleeuw en dan wordt het tijd voor de lunch. De gids legt de boot aan een steiger, maar de zee is hier niet bepaald rustig en we deinen behoorlijk op en neer. Nou ben ik al een keer hondsberoerd geworden op een boot toen ie stil ging liggen dus ik heb het er eerlijk gezegd niet zo op. Martijn kijkt ook een beetje benauwd en als de hapjes op tafel worden gezet kijkt ie nog benauwder; koude vishapjes, iets waar je bij Martijn niet mee aan moet komen. Hij pakt dus ook niets van de hapjes en zelfs de champagne die we krijgen gooit ie uiteindelijk overboord. Ik, daarentegen, heb honger en smul van de hapjes die we voorgeschotels krijgen; broodje pelikaanei, zeehondengehaktbal en nog vele andere lekkere vishapjes afgewisseld met chocoladekoekjes (!). En last but nog least; de gids tovert een emmer oesters te voorschijn en maakt ze open. Het schijnen hele goede oesters te zijn en dus besluit ik ook maar eens een oestertje te proberen. Nu liggen ze voor me, in een restaurant zou ik ze niet zo snel bestellen. Daar gaat ie dan. Beetje glibberig dat wel, maar de smaak valt me niet tegen! Lekker kan ik ze niet vinden, maar ze zijn niet zo zout als ik verwacht had. Toch houd ik het maar bij eentje en spoel de restanten weg met mijn glas champagne. Zo, dat was dan wel weer genoeg voor vandaag.

We keren terug met de boot en om 12.30 uur zijn we weer in de haven waar we opgehaald worden door Georg Erb van Swakop tour Company voor de Klipspringertour.

We rijden eerst terug richting Swakopmund en gaan dan het binnenland in. We gaan de canyon in en meteen wanen we ons alleen op de wereld. We rijden langs rare rotsformaties, zien verschillende kleurlagen en gesteenten, staan oog in oog met klipspringers, struisvogels en hornbills, maar we zien ook veel planten. De welwitschia bijvoorbeeld. Dit is een bijzondere
plant die voorkomt in de kuststreken van Namibië. Het is een van de vreemdste planten op aarde. De plant heeft slechts twee bladeren en groeit zeer langzaam. Beide bladeren zitten aan een korte stam. In het gebied waar de plant groeit regent het maar weinig, de jaarlijkse regenval van ongeveer 1 à 100 mm is voor de plant ontoereikend. De plant haalt haar water dan ook vooral uit ondergrondse waterbronnen en stromen. Gemiddeld worden de planten zo'n 500 à 600 jaar oud, maar het is bekend dat sommige exemplaren wel 2000 jaar oud zijn.

Het is geen mooie plant; het ziet er eigenlijk meer uit als een hoopje ellende zoals het erbij ligt. Maar toch is het fascinerend hoe zowel planten als dieren kunnen overleven in deze droogte. Verder zien we nog de ‘kannie-dood-plant’, de naam spreekt voor zich.

Na een tijdje rondgereden te hebben door de canyon gaan we koffie drinken die Georg ter plekke maakt met zijn meegebrachte spullen. We belanden in een soort grot waar hij van boomstammen banken en een tafel heeft gemaakt en we genieten van een kopje koffie met een koekje erbij. Het enige geluid dat er is is het geknabbel van een eekhoorntje dat stiekem wat kruimels aan het wegjatten is...

De zon zakt langzaam en het wordt tijd om terug te keren. We zien nog een paar kudu’s en dan is het donker. Iets later dan verwacht komen we dan ook aan in Swakopmund. We frissen ons wat op (Sally, Fluffy en Spotty hebben een lekker visparfummetje achter gelaten) en vervolgens lopen we naar de zee en zoeken een leuk restaurantje op. The Lighthouse wordt het dit keer. We bekijken de menukaart en we wanen ons in Oostenrijk; de ene schnitzel na de andere komt voorbij en allemaal roepen ze 'pick me, pick me!' Ik val uiteindelijk voor de normale schnitzel en Martijn kiest de cordon bleu. Als de schnitzels komen is het maar goed dat we onwijs veel honger hebben, want zoals het een echte Oostenrijke schnitzel betaamt puilt hij uit over de randen van mijn bord, heerlijk! En daar zit je dan in Namibië...


12 augustus
Swakopmund in de mist

We staan vandaag op een normale tijd op en zoeken een leuk restaurantje op voor een uitgebreid en lekker ontbijt. We sluiten af met een heerlijke chocolademelk met slagroom en we gaan een strandwandeling maken. Het is niet zo’n mooi weer vandaag aangezien er een dikke laag mist rondom Swakopmund hangt. We zijn blij dat we de seal and dolphin tour gisteren hebben gedaan en niet, zoals de rest van onze groep, vandaag. Ook als we bij de flamingo’s zijn gekomen breidt de mist zich verder uit en kunnen we ze met moeite tussen de flarden mist fotograferen.

We lopen door en we besluiten naar het scheepswrak dat aan de kust ligt te lopen, dat was volgens ons redelijk dichtbij Swakopmund. Maar door de mist hebben we geen idee hoe ver het is, we kunnen immers niet ver vooruit kijken. We besluiten tot de punt te lopen en kijken of we dan het schip al kunnen zien liggen. Eindelijk bij de betreffende hoek aangekomen is er nog geen schip te bekennen. We besluiten nog een half uurtje door te lopen en als we dan nog geen schip hebben gezien gaan we maar terug. We lopen en lopen, maar geen schip. En dan ineens klaart de mist wat op en wordt het voor een paar seconden wat helderder en als een spookverschijning doemt het schip op uit de mist. Het blijkt dat we hartstikke dichtbij het schip staan! Waren we hem nog bijna voorbij gelopen in de mist... Snel maken we natuurlijk de nodige foto’s en dan is het weer voorbij; de mist trekt zich als een deken om het schip heen en het schip verdwijnt weer in de leegte.

We keren terug naar Swakopmund waar we rond lunchtijd zouden vertrekken naar Cape Cross. In dit reservaat bevindt zich een (Kaapse) pelsrobbenkolonie van naar schatting 130.000 tot 180.000 dieren, die daarmee tot de grootste van Zuidelijk Afrika behoort. Er leven ook jakhalzen, die zich te goed doen aan de jonge pelsrobben, en verschillende zeevogels.

Thuis hadden we al foto’s gezien van duizenden pelsrobben die op het strand lagen, maar als we arriveren bij Cape Cross blijken er nu niet zo veel dieren te liggen. Wel is de stank enorm! Jakhalzen lopen tussen de pelsrobben te zoeken naar voedsel en af en toe krijgen ze een snauw van een pelsrob als ze te dichtbij komen naar hun zin. Het is bewolkt, koud en het waait hard dus het duurt niet lang of we zitten weer lekker warm in de truck.

Vanavond gaan we voor het eerst wildkamperen! Dat stond niet op het programma want eigenlijk zouden we gewoon op een campsite staan, maar Elbie leek het wel leuk en toen er genoeg animo in de groep bleek te zijn werd het dus wildkamperen.

Intussen rijden we in the middle of nowhere; er is hier werkelijk helemaal niets; kale woestijn zonder ook maar 1 struikje of boompje. Dan slaan we ineens een zijweg in en tenslotte verlaten we de weg. We stoppen. Nou, dit wordt dus onze kampeerplek! We kijken rond en de zon gaat langzaam onder. We moeten snel zijn om de tent nog voor donker op te kunnen zetten! We moeten de tenten allemaal aan elkaar aan laten sluiten zodat er niets tussendoor kan komen. De wc is naar eigen keuze ergens in de kale vlakte om ons heen en douches, tsja die zijn er natuurlijk niet. Gelukkig heb ik vochtige washandjes bij me...

Elbie waarschuwt ons dat we hier erg op moeten passen voor spinnen, schorpioenen en slangen en ineens zie ik overal gaatjes in de grond. Jakhalzen zijn ook al te horen. Elbie gaat snel aan het eten beginnen en ineens is ze lichtelijk in paniek. Elbie in paniek? Nou, dan moet het wel heel erg zijn. Blijkt dat ze net een hele grote transparante spin heeft gedood. Hmm, dat moet dan vast wel een gevaarlijke zijn, want Elbie is niet snel van haar stuk te krijgen... Fijn.

Er wordt een kampvuur gemaakt waar we ons aan kunnen opwarmen en het wordt een stikdonkere maar gezellige avond. Totdat ik mijn colaflesje in mijn andere hand pak en ik ineens een steek/beet voel in mijn vinger. Snel laat ik los en probeer met mijn hoofdlampje te kijken wat het geweest is. Ik zie helemaal niets meer, maar zelf denk ik aan een spinnebeet. Eventjes schrikken, je weet maar nooit hoe giftig de spinnen zijn, maar er is verder niet veel meer te zien dan een rood plekje. Na een tijdje kruipen we onze tent in en is het muisstil om ons heen.


13 augustus
Etosha

Goddank, ik leef nog! Het rode plekje is verdwenen, dus het zal wel niets ernstigs geweest zijn. Verdomde spinnekoppen (=spinnen). We hebben heerlijk geslapen en overdag ziet de woestijn er toch heel wat vriendelijker uit. We frissen ons wat op voor zover mogelijk en vertrekken uiteindelijk rond een uur of negen. Vandaag gaan we naar ons eerste wildpark; Etosha! We hebben er inmiddels erg veel zin in, maar eerst nog zo’n 500 km rijden.

Onderweg komen we Herero- en Himbavrouwen tegen. De Hererovrouwen hebben mooie felgekleurde jurken aan en een soort van theemuts op hun hoofd, erg kleurrijk allemaal. De Himbavrouwen lopen er wat schaarser bij; zij hebben alleen een dierenvelletje aan als rokje en zien er roodbruin uit door het botervet, de oker en de kruiden waar ze zich mee insmeren ter bescherming tegen de zon.

    

We rijden weer verder en aan het einde van de middag komen we aan op de campsite in Etosha; Okaukuejo. Het blijkt een hele mooie camping te zijn die ligt bij een waterpool waar veel wild te vinden is. Maar eerst gaan we met onze eigen truck nog een gamedrive maken voordat de zon ondergaat.

We zien veel giraffen, die overigens zeer fotogeniek zijn, maar verder zien we nog niet zo heel veel bijzonder wild. Als de zon bijna onder is keren we terug naar het kamp waar we in een rap tempo onze tent opzetten en vervolgens haasten we ons naar de waterpool. Er zijn twee olifanten aan het spelen en steeds haken ze hun slagtanden in elkaar. Het is erg mooi om te zien en we kunnen hier uren naar kijken. Helaas moeten we gaan eten maar de beslissing om meteen na het eten terug te gaan is dan al snel genomen. Maar dan wel gewapend met statief en pittenzak want dat is dan wel nodig.

Na wederom een heerlijke rijst/goulash maaltijd van Elbie keren we dan ook vliegensvlug terug naar de waterpool en installeren onszelf en onze apparatuur. Tja, thuis kijk je tv, hier kijk je live. Inmiddels staan er een paar giraffen op afstand te kijken, ze willen blijkbaar drinken maar ze durven niet zo goed omdat er een paar olifanten zijn. Aarzelend komen ze steeds iets dichterbij en ik krijg bijna medelijden met ze. Olifanten zijn ook zo overheersend en tolereren weinig andere dieren aan de waterpool als ze zelf aan het drinken of badderen zijn. Zelfs een enkel klein springbokkie wordt met veel kabaal weggejaagd...

‘Olifante is die grootste landsoogdiere ter wêreld. Hulle word vir hul ivoor gejag, en is bedreig in baie dele van Afrika. In die Suid-Afrikaanse nasionale parke neem hul getalle egter toe, wat lei tot groot skade aan plantegroei, en bevolkingsbeheer dus noodsaak. Troppe bestaan uit koeie en kalwers; bulle is alleenlopend of vorm los troppe. Een kalf word gebore na 'n draagtyd van 22 maande.’

De olifanten gaan uiteindelijk weg en dan zien we de eerste neushoorns de waterpool naderen, geweldig! Ze badderen en drinken en als ze uit het water komen is het net een duopenotti-neushoorn, de bovenkant is nog lichtgrijs en stoffig, de onderkant donker doordat het nat is. Even later komt er weer een grote eenzame olifant aan die alleenheerser over de pool speelt en daarna arriveren er opnieuw olifanten, maar dit keer is het een hele kudde! Een hele groep dames met de oudste en tegelijkertijd ook de wijste olifant, de matriarch, voorop. Het eenzame mannetje wat eerst alle beesten wegjaagde, gaat nu zelf weg en maakt plaats voor de groep. Op een afstandje blijft hij staan kijken. Er zitten een hoop kleintjes bij en de hele pool is rondom gevuld met olifanten. Erg overweldigend zo’n grote kudde en behoorlijk indrukwekkend.

Langzaamaan beginnen de mensen terug te gaan naar hun tenten en lodges, maar wij kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Wij zitten nog te wachten op de giraffen die zich al die tijd op de achtergrond hebben gehouden, maar die nog wel stonden te wachten om te gaan drinken. Dan, als de olifanten weg zijn, durven ze uiteindelijk naar het water te komen en spreiden ze hun voorpoten om water te kunnen drinken. Het moet wel moeilijk zijn als je giraffe bent om water te drinken, die hele lange nek zal toch naar beneden moeten! Als we de giraffen hebben zien drinken wordt het voor ons ook tijd om de tent maar eens op te gaan zoeken...

‘Die kameelperd verkies oop bosveld met heelwat doringbome. Hulle is daglewend en kom in klein groepe voor. Bulle veg dikwels deur mekaar met die kop te slaan. Gevolglik is hul horings kaal bo en baie dikker. Kameelperde is baie kwesbaar wanneer hulle water drink en is dan baie waaksaam. 'n Enkele kalf word in 'n staande posisie gebore na 'n draagtyd van 15 maande.’


14 augustus
Drukte bij de pool

Vandaag is het weer vroeg opstaan, maar dat vind ik helemaal niet erg want we gaan een gamedrive doen! We vertrekken om 6.15 uur met onze eigen truck en al gauw zien we de eerste giraffen tegen een opkomende zon in beeld. Een eenzame olifant passeert ons pad en een aantal ook al zo fotogenieke zebra’s. We blijven uiteraard hopen op een luipaard, aangezien dat het moeilijkst te spotten dier is van de
Big Five.

De Big Five bestaat naast het luipaard uit de olifant, de buffel, de neushoorn en de leeuw. De term 'Big Five' stamt uit de tijd (rond 1900) van de 'grote witte jager' die naar Afrika kwam om wild te schieten en bij voorkeur de meest gevaarlijke dieren van Afrika wilde neerleggen. Ze zijn dus meer gekozen op hoe stoer het is om ze te schieten, dan hoe groot ze zijn. De vijf hebben inderdaad een reputatie om af en toe mensen te doden, maar vreemd genoeg hoort het meest gevaarlijke Afrikaanse dier, het nijlpaard, niet bij de Big Five.

Helaas zien we geen luipaard, maar ook andere dieren houden zich blijkbaar angstvallig verborgen voor ons en ietwat teleurgesteld komen we een paar uur later terug op de campsite. We breken de tenten af en we lopen nog snel even naar de waterpool en wat blijkt; zowat alle beesten van het park hebben zich verzameld aan de pool! Het is er een drukte van belang en we fotograferen er op los. Olifanten, oryxen, springbokken, zebra’s, kudu’s en dan niet een paar, nee het lijken er wel honderden te zijn! De olifanten trompetteren een keer en de hele boel vliegt weg, een grote stofwolk achterlatend... de olifanten zijn duidelijk de baas. Dan komt er ineens vanuit het niets een kudde wildebeesten aanlopen, heel indrukwekkend vooral omdat ze met zo velen zijn. Als ze hebben gedronken verdwijnen ze weer met zijn allen, echt geweldig om te zien! We kijken onze ogen uit en er blijven maar dieren komen. Ze hadden ons beter de hele ochtend bij de waterpool kunnen zetten in plaats van de gamedrive te doen...

Maar we hebben niet alleen oog voor groot wild. Op de plek waar we staan zijn vogeltjes, de zogenaamde weavers, druk bezig takjes te verzamelen voor hun nest. Zij vormen een grote kolonie en bouwen zeer grote nesten waar heel veel vogeltjes in wonen. Ze zijn erg actief, vliegen af en aan en zijn continu bezig met hun nest. Het ziet er erg grappig uit. Nog een grappige vogel is overigens de hornbill. Hij ziet er stoer en een beetje ‘grumpy’ uit, maar dat maakt hem nou juist zo leuk. Er zit er eentje behoorlijk dichtbij en nauwlettend houdt hij ons in de gaten. Hij gaat even goed voor de foto zitten, vindt het dan wel weer genoeg geweest en vliegt tenslotte weg.

Intussen gaan de olifanten weer weg en om nog even te laten zien dat zij toch echt de baas zijn, laat de grootste zich nog een keer horen met veel bombarie waarna hij verdwijnt.

We genieten zo van dit schouwspel dat we haast vergeten zijn dat we zouden vertrekken om 10 uur. We maken ons met moeite los van dit spektakel en nestelen ons in de truck. We gaan nu dwars door Etosha rijden naar de volgende campsite; Namutoni.

We zijn net op weg en daar zien we dan een paar leeuwen liggen in het gras! Ze zijn helaas niet goed te zien, maar af en toe komt er een kopje boven het gras uit. Dat zijn dan onze eerste leeuwen die we zien! Omdat er niet veel te zien is rijden we verder en daar vinden we onze tweede groep leeuwen! Onder een boom, lekker in de schaduw. Maar ook deze zijn niet zo heel goed te zien omdat het nogal ver weg is, zelfs voor de 400 mm lens. Jammer, maar we hebben in ieder geval al wel leeuwen gezien.

‘Leeus is sosiale roofdiere, en kom voor in groepe van tot 30 diere. Leeu het al diere soos olifante en seekoeie gevang. Die mannetjie gee ’n magtige brul wat oor lang afstande weerklink, maar dit is die wyfie wat gewoonlik die jagwerk doen. Hulle paar dwarsdeur die jaar, met 'n hoogtepunt in die herfs of vroeë winter. Een tot vier welpies word gebore na 'n draagtyd van drie maande.’

In de middag gaan we lunchen bij Halali Restcamp waar ook een waterpool is. Vol verwachting lopen we naar de waterpool, we hebben immers vanochtend een heleboel wild gezien bij de pool, maar helaas zijn er alleen wat olifanten. Ahum. Kijken we nu al niet meer op van een olifant...? Maar dit keer zijn er ook wat kleintjes blij, die goed beschermd worden door de stevige dames, erg vertederend om te zien. Verder wild blijft uit en na onze lunch rijden we weer verder.

Na een stoffig ritje komen we aan het eind van de middag aan in Namutoni Restcamp. De campsite is minder mooi dan de vorige, maar hier is ook een waterpool. Na de tent opgezet te hebben vertrekken we dan ook meteen richting pool, maar behalve een mooie zonsondergang zien we geen wild. Dat geeft maar weer aan dat dieren heel erg onvoorspelbaar zijn en dat je dus gewoon ook geluk moet hebben. Vanaf dat moment besluiten we dan ook alle gamedrives te doen die we kunnen doen deze vakantie!

Ik ga me nog even opfrissen voor het eten en dat opfrissen lukt zeker! Ijskoud water... Dat wordt dan maar opwarmen aan het kampvuur dat inmiddels lekker hoog opgestookt wordt. We hebben vandaag weer een braai en ineens zijn daar weer allemaal jakhalzen om ons heen, het zijn er erg veel. Als je met je lampje naar de wc loopt zie je overal oogjes uit het donker opdoemen...

’s Nachts slapen we in op het gebrul van leeuwen en het gesluip van de jakhalzen om onze tentjes...


15 augustus
Hamsteren!

Weer vroeg opstaan, want om 6.15 uur vertrekken we weer voor de gamedrive; je moet er wat voor over hebben om de dieren te zien, toch? En de meeste kans om wild te zien is rond zonsopkomst en zonsondergang, dan gaan de dieren nl. op pad. Weer levert deze gamedrive niet veel meer op dan een paar wildebeesten, een struisvogel en een hele hoop bokjes en ten slotte verlaten we Etosha.

We stoppen bij een dorpje waar we voor de komende 11 dagen boodschappen moeten doen. Volgens Elbie is er verder niets meer te krijgen en vooral in Zimbabwe wordt het moeilijk. En dus doen Elbie en Wijnand boodschappen (wat een geregel voor 21 mensen!) en slaan wij ook water, cola, whisky, bier, chips en energierepen in. Maar waar laten we het allemaal? Nou, dat is snel bekeken en even later zitten we helemaal klem tussen de zakjes en flessen. De hele truck wordt volgestouwd en elk plekje wordt benut. Ook zijn er spullen gekocht voor dorpjes in Zimbabwe van het geld dat is ingezameld door onze groep. Die spullen moeten ook nog in de truck, maar met wat pas- en meetwerk past alles er uiteindelijk in.

Rond 14.00 uur komen we aan bij het Waterbergplateau, waar we een mooie camping hebben. We krijgen eerst een lekkere lunch en daarna hebben we wat tijd voor onszelf. Een gedeelte van de groep besluit het plateau op te gaan, maar aangezien het al best laat is hebben wij daar niet zo’n zin in en relaxen we wat.

In de namiddag loopt er een dik-dik (een soort bokje) rond onze tent met hele mooie ogen en hoewel het op zijn hoede lijkt te zijn, is het niet echt bang want we kunnen redelijk dichtbij komen. Erg lief beestje!


16 augustus
Cheetah’s, luipaarden en kou...

Vertrek om 7.00 uur. We hebben vandaag ongeveer 450 km te rijden over de inmiddels o zo vertrouwde gravelwegen. Tegen de middag komen we aan in Buitepos, we kamperen op Zelda’s Farm. Het is vandaag een heldere dag, maar best fris, al doet de zon aardig haar best om ons wat op te warmen. Zelda’s Farm is een kleine campsite en er scharrelen wat gevonden dieren rond. Er is bijvoorbeeld net een jonge oryx binnen gebracht van een paar dagen oud die ze gevonden hadden in de omgeving. Het beestje wordt hier dan opgevangen. Ook hebben ze een wrattenzwijntje, een pumbaa, die de hele dag buiten is, maar zodra de zon onder gaat staat ie te trappelen om naar binnen te gaan want dan heeft ie het koud. Binnen heeft ie nl. een eigen ‘slaapzakkie’ waar hij lekker in kan kruipen...! Erg grappig beestje en inderdaad, we zien hem trappelen van ongeduld om naar binnen te gaan.

Zelda’s Farm heeft ook cheetah’s en een luipaard. Ik dacht dat we hier een cheetahfarm zouden bezoeken zoals er wel meer zijn in Namibië; waar je in een truck over het terrein tussen de cheetah’s gereden wordt, maar helaas is dat hier niet. We krijgen ze alleen te zien tijdens voedertijd, achter een hek. Het is ons net iets te veel dierentuin en we vinden er dan ook niet zo veel aan zo.

De cheetah’s (jachtluipaarden) zijn overigens gevangen omdat ze voor veel overlast zorgden bij de boeren. Ze vallen het vee aan en de boeren schieten de cheetah’s om die reden af. Het is dus kiezen tussen 2 kwaden; óf in gevangenschap leven óf afgeschoten worden. De cheetah’s die bij Zelda leven hebben overigens wel een groot terrein ter beschikking en ze worden gevoerd, dus zo slecht zullen ze het wel niet hebben. Ook het luipaard heeft een groot verblijf en jaagt regelmatig op konijnen en ander klein wild dat zich binnen de hekken van zijn terrein durft te wagen. Het zijn ontzettend mooie beesten, maar ik zie ze toch liever in het wild.

‘Ofskoon beweer word dat die elegante jagluiperd ’n spoed van meer as 100 km per uur kan haal, kan hy waarskynlik nie vinniger as 75 km per uur oor kort afstande hardloop nie. Hy is nietemin die vinnigste dier op aarde. Die jagluiperd verskil van die luiperd op grond daarvan dat sy kolle solied is. Die kop het 'n duidelike 'traanstreep' vanaf die oog na die mondhoeke. Die liggaam is slank en gebou om vinnig te kan beweeg. Die toonnaels kan nie terugtrek nie. Hulle verkies oop savanna omdat hulle spoed nodig het om hul prooi te vang. Twee tot vier kleintjies word gebore na 'n draagtyd van drie maande.’

     

In de namiddag bezoeken we een stam, maar het toneelspel wat ze opvoeren is duidelijk gemaakt voor de toeristen en valt dus gruwelijk tegen. Ze hebben bijv. geen dierenvelletjes aan maar gekochte kleden waar de labels nog aan hangen. Nee, dit is niet ons idee van een bezoek aan een authentieke stam!

Na de ook al wat frisse dag, belooft het een frisse nacht te gaan worden en onze groep verplaatst zich naar het kleine,  maar warme barretje dat bij de campsite hoort. We warmen ons hier wat op onder het genot van een springbokkie, een groen pepermunt likeurtje met Amarula, en vervolgens verdwijnen we richting tent.

Ik ben al lichtelijk koud over mijn hele lijf en dit wordt naarmate de nacht vordert alleen maar erger. Sterker nog, ik doe geen oog dicht en elke seconde van de nacht maak ik bewust mee. Mijn voeten zijn ijsklompjes, mijn lijf is door en door koud, de kou aan mijn gezicht kan ik op de een of andere manier ook niet verdragen en het puntje van mijn neus voel ik niet eens meer, wat een ellende!

Het is stikdonker en tot overmaat van ramp moet ik er voor het eerst uit vannacht! Ik heb geen idee hoe laat het is, maar de minuten kruipen langzaam voorbij. Ik hoop het tot de ochtend uit te kunnen houden, want om er nu uit te moeten in die kou... En dan is het ook nog best een eind lopen naar de wc’s. Intussen hoor ik het luipaard grommen, het lijkt een beetje op een motor die maar steeds niet wil starten. Dan ineens wordt het luipaard overstemd en hoor ik een haan kraaien. Gelukkig, het is dus bijna ochtend en ik tel de minuten af voor het licht wordt. Maar waarom blijft het dan nog zo lang donker? Nu ben ik het zat en ga in de duisternis op zoek naar mijn lampje. Ik kijk op mijn horloge en wat blijkt? Het is kwart voor 1 ’s nachts! Heb ik weer; een haan die van de wap is... Nog zoveel uren te gaan dus. Dat red ik dus niet meer en dus sta ik met een hoop gefoeter op (inmiddels is Martijn ook wakker) om te gaan plassen. Ik heb geen zin om zo ver te lopen en dus kies ik voor de dichtsbijzijnde ‘wc’; achter onze tent... Een hele opluchting in ieder geval. Nu ik Martijn ook subtiel wakker heb gemaakt (ahum) stel ik voor om onze slaapzakken aan elkaar te ritsen, zodat ik misschien wat warmte van hem kan jatten, krijgt hij wat van mijn kou ;-). Helaas scheelt dat niet veel en mijn kou is zo overheersend dat ook Martijn het nu koud heeft. We zitten de nacht uit, maar we zijn blij als het dan eindelijk licht begint te worden en we op kunnen staan.


17 augustus
Iglotentje

Onze tent is veranderd in een iglo! De tent is helemaal bevroren aan de binnenkant en ik vind het dus niet vreemd dat ik het zo koud heb gehad. Ben benieuwd hoe de anderen deze nacht zijn doorgekomen, want die hebben het al eerder koud gehad; ik nog niet in mijn lekker warme slaapzak. Tot nu dan.

Nou daar kom ik snel achter. Gezien de rest ben ik niet de enige die een belabberde nacht heeft gehad; ze zien er allemaal bevroren uit, sommigen hebben zelfs de hele inhoud van de tas aangetrokken in de slaapzak (dat zal lekker slapen) en er staan er een paar zich op te warmen aan de hete stoom van de fluitketel. Wat een kou, wat een kou. En dat hier in Afrika!

We breken de bevroren tent af en naderhand ontdooien we onze vingers onder de warme kraan. Hoop niet dat we nog veel van deze nachten zullen krijgen. Elbie verzekert ons dat de nachten in Botswana en Zimbabwe allemaal warmer zullen zijn, dus daar gaan we dan maar vanuit.


Vorige
  Naar boven  Volgende