17 augustus
Van de kou naar de warmte
Om 7.00 uur vertrekken we en rond 9.00 uur staan we aan de grens van
Botswana. Hier mogen we uiteraard weer de gebruikelijke
grensformulieren invullen. We worden vrij vlot doorgestempeld om
Namibië uit te komen en rijden de paar honderd meter door
niemandsland naar de grenspost van Botswana. Hier mogen we ook weer
formulieren invullen en weer een stempeltje rijker mogen we de truck
weer in voor nog eens een paar uur hobbelen.
Onderweg dromen we wat weg totdat Wijnand ineens hard remt. Wachtend
op de klap zet ik me schrap, maar de klap blijft uit. Wel zien we
ineens een jonge kudu over de weg rennen met twee honden er
achteraan; de kudu beland in een hek en de honden grijpen de kudu...
tsja, dit is dan toch wel de minder leuke kant van de natuur.
We rijden door en doen toch wel wat langer over de 700 km dan
gepland en daarom rijden we meteen door naar het vliegveld in Maun
voor de vlucht over de Okavango Delta.
De Okavango Delta in Botswana is de grootse binnenlandse delta ter
wereld. Dit enorme moerasgebied wordt gevoed door de Okavango, een
1600 km lange rivier die ontspringt in het hoogland van Angola en
uitmondt in de Kalahari. De Okavango gedraagt zich tot in het
uiterste noorden van Botswana als een normale tropische rivier.
Maar dan stuit zij op een zogenoemde ‘panhandle’ en vertakt in tal
van stromen. De hierdoor gevormde binnenlanddelta (15.000 km2) is de
grootste ter wereld en bestaat uit een systeem van rivierarmen en
stroompjes, beboste eilanden, riet-, lelie- en papyrusvelden,
grasvlakten en savanne. Redenen voor de vertakking zijn het egale
oppervlak, de zanderige ondergrond en het geringe verval van slechts
16 m over de laatste 200 km. Het water doet er een half jaar over om
vanuit Angola naar de zuidelijkste punt van de delta bij Maun te
komen. Dit heeft tot gevolg dat het zuidelijk deel van de Okavango
Delta de enige plaats is met een omgekeerd seizoen; juist in de
droge tijd is de delta op zijn natst.
Het water dat de delta binnenkomt is ongewoon puur vanwege het
gebrek aan landbouw en industrieën langs de Okavango.
Om 16.00 uur gaan we met zijn vijven aan boord van een klein cessna
vliegtuigje. We stijgen op en al meteen is duidelijk dat dit geen
rustig vluchtje gaat worden; we hebben erg veel last van de wind. De
delta vanuit de lucht bekijken is heel mooi en al gauw zien we de
eerste dieren onder ons voorbij schieten; drinkende buffels,
olifanten die waden door het water, giraffes, bokjes en zebra’s.
Eilandjes, rivierstroompjes, moerassen en binnenmeren. En vooral ook
veel groen. Voor de dieren moet het vast een paradijsje zijn!
Als de vlucht bijna ten einde is zijn we blij dat we het vliegveld
weer in zicht hebben. Zo turen door een zoeker van een videocamera
doet geen wonderen voor je als het vliegtuigje zo onrustig vliegt...
Eenmaal op vaste bodem zijn we de ‘bijna-misselijkheid’ al snel weer
kwijt al zien we nog wel een paar spierwitte gezichten beteuterd
langs de kant zitten. Die hebben blijkbaar nog meer last gehad.
We rijden naar onze camping en overal waar we kijken zien we lieve
ezeltjes; Maun word dan ook wel Donkey-city genoemd. Eenmaal op de
camping beland zetten we snel onze tent op (we raken geoefend!) en
schuiven we aan bij het eten. De jakhalzen die we eerder over de
campsite hadden lopen hebben we nu verruild voor honden en de
restjes eten worden dan ook vrolijk door Wijnand (en mij)
uitgedeeld.
En het moet even gezegd; de temperatuur is hier zeer ok, dus geen
koude nachten meer!
18 augustus
‘Leipe mocro’-tocht
Jaja, vandaag gaan we, voor zover we die nog niet van de truck
hadden, een houten kont krijgen! Na gisteren de Okavango Delta
vanuit de lucht bekeken te hebben gaan we dat vandaag doen vanaf het
water; in uitgeholde boomstammen gaan we door de delta varen, dan
gaan we te voet naar de hippo’s lopen, lunchen en vervolgens weer
terug in de mokoro. Vooral dat lopen tussen het wild vind ik wel wat
spannend, hoewel de mokoro’s bij nader inzien ook niet zo degelijk
lijken te zijn. Na een goede 2 uur rijden komen we aan bij de plek
waar we te water gaan.
Ik heb nog de neiging om een slanke kleine pooler uit te kiezen,
aangezien we niet te veel gewicht willen hebben, maar veel keus
hebben we niet; een vrouwtje heeft al bepaald dat ze ons wil hebben.
Even later zitten we dus met zijn tweën in een boomstam en worden we
voortgeduwd door een vrouwtje met een lange stok. Hoewel het erg
rustgevend is voelen we beiden dat onze achterwerken het zwaar zat
gaan krijgen en ik zie Martijn al van de ene bil naar de andere
switchen. Met beleid uiteraard, anders liggen we om en dat willen
we natuurlijk niet hebben met onze foto-apparatuur die we na lang
wikken en wegen toch maar mee hebben genomen (gelukkig wel in een
waterdichte zak). Nooit gedacht dat zo’n uitgeholde boomstam zo
onstabiel zou zijn; bij de minste beweging kapseizen we al bijna en
krijgen we water binnen. Echt relaxed is het dus niet en na alle
soorten standjes al geprobeerd te hebben zijn we blij als we weer
even de benen kunnen strekken op vaste bodem.
Op naar het volgende avontuur; te voet naar de hippo’s! Aangezien we
daarvoor door de bushbush moeten lopen zouden we ook wel eens ander
wild tegen kunnen komen. Vlug blader ik door ons wildlife-boekje en
mijn oog valt op het kopje 'wat te doen als je oog in oog staat met
een leeuw'; “Kijk de leeuw strak aan en begin hard te schreeuwen.
Ren
niet weg, want dan wordt zijn jachtinstinct geprikkeld en zal hij je
zeker bespringen. Loop vervolgens rustig naar achteren, terwijl je hem
strak aan blijft
kijken en af en toe tegen hem schreeuwt. Het dier zal door het voor
hem onbekende gedrag in verwarring raken en zal uiteindelijk zijn interesse verliezen en ervandoor gaan."
Dat hoop je dan.
Ok, even een opsomminkje maken: wilde beesten, wandelingetje, geen
wapens... Is dit verstandig? Ach, de gidsen schijnen zich geen zorgen te
maken. En dus kuieren wij maar achter de rest aan. We moeten in een
lang lint lopen en voorop, achterop en in het midden loopt een
gids. Duidelijk niet geheel op mijn gemak kijk ik om me heen, toch
wel raar om zo hier te lopen. En voordat ik tijd heb om verder na te
denken staat de groep stil en moeten we snel terug lopen. Mijn hart slaat
over. Het blijkt dat er zeer dichtbij (lees: andere kant van het
bosje) een olifant staat te eten! Zo’n groot beest en je ziet hem
gewoon niet, ook al iets wat redelijk beangstigend is... We moeten
stil zijn en de spanning in de groep is voelbaar. We lopen in een
boog om de olifant heen en lopen uiteindelijk snel door.
Ondertussen heb ik spijt van het feit dat ik mijn teva’s heb
aangedaan (op aanraden van Elbie) want ik heb al ontelbaar veel
doorns in mijn voeten gehad en zelfs het savannegras steekt overal
doorheen. (Om maar te zwijgen over de zwarte voeten die na 3 dagen
boenen en schrobben nog steeds zwart bleven...)
Na zo’n 3 kwartier te hebben gelopen komen we aan bij de hippopool.
We hebben geluk volgens de gids want er zijn er nu drie in het
water.

‘Seekoeie
is 'n rivierbewoner wat bedags naby water bly en snags die water
verlaat om te wei. Hulle word ook in damme gevind. Seekoeie is
grasvreters. Op hulle nagtelike togte trap hulle breë voetpaaie oop.
Hulle merk hul gebiede deur die mis met die stert stukkend te slaan
en te sprei. Een kleintjie word in afgesonderde rietbeddings naby
water gebore na 'n draagtyd van agt maande.’
Af en toe komen er een paar koppen omhoog en iedereen staat gereed
met zijn camera voor het gewilde plaatje; nijlpaard met open bek.
Helaas voelen de dieren zich blijkbaar erg op hun gemak, want de
open bek blijft uit. Die moeten we dus in de herkansing gooien! De
beesten maken wel een leuk geluid; het lijkt net of ze ons
uitlachen. ‘Hahaha’, gaat het zo af en toe en al laten ze zich niet
zo heel goed zien, horen kunnen we ze dus wel. Na deze eerste
ontmoeting met hippo’s gaan we weer aan de wandeling terug beginnen.
In de verte zien we nog een paar olifanten maar verder hebben we
(helaas of gelukkig?) geen ‘close encounters’ meer.
Na onze lunch zoeken we het ‘planken-reet-bootje’ weer op en kunnen
we weer zo’n anderhalf uur ‘genieten’ van de mokoro-tocht.
Uiteindelijk staan we dan, met pien in de kont, weer bij de jeeps en
kunnen we nog 2 uur terughobbelen naar ons kamp...
19 augustus
Close encounter
Wederom gaat de wekker vandaag vroeg. We maken ons klaar voor de
gamedrive in Moremi NP. We herhalen nog even de instructies, geen
felle kleren aan, en kijken of de rest van onze groep zich daar ook
aan heeft gehouden. Hmm, niet iedereen is gehuld in safarikleuren en
even staan we voor de lastige keuze om nu juist niet of juist wel
bij de felgekleurde personen te gaan zitten. In het laatste geval
heb je natuurlijk wel meer kans op een ‘close encounter’. Maar we
kiezen voor de verstandigste optie en stappen niet bij de
‘kleurtjespersonen’ in de jeep. Zo, nou kan er vandaag niets meer
misgaan. Toch?
Na zo’n ruim 2 uur gereden te hebben in een open jeep zijn we
inmiddels allemaal veranderd in deelnemers aan een
noordpoolexpeditie; dik ingepakt, capuchons op, dekens over de
knieën. Wat een wind en wat een kou zo ’s morgens vroeg!
Uiteindelijk komen we verkleumd bij de southgate van Moremi aan,
maar omdat het nu droge tijd is zijn de dieren allemaal naar het
noorden getrokken waar meer water is. We hebben dus nog zo’n 2 uur
te rijden voor we het eerste wild zien.
De eerste dieren die we zien zijn een paar struisvogels die over de
weg lopen en vanaf dat moment wordt het een film die aan ons voorbij
trekt. Olifanten kruisen ons pad, olifanten nemen een stofbad,
olifanten takelen bomen toe en olifanten verorberen takken en
bladeren. Verder zien we natuurlijk weer de gebruikelijke bokjes,
zebra’s, bavianen en de leuke ‘blauwbal’-aapjes die, om de vrouwtjes
te lokken, felblauwe ballen hebben met een felrood piemeltje. En dan
gaan ze vooral zo wijd mogelijk met de poten zitten zodat ze hun
gevalletje goed kunnen tonen...
Bij een waterpool aangekomen zien we waterbokjes, nijlpaarden en een
grote vogel die we wel eens van wat dichterbij willen bekijken. Onze
gids wil er blijkbaar een mega-close up van maken en rijdt nog
verder dan de bedoeling is en ja hoor, we zitten vast met ons
voorwiel en de jeep slaat af. Na een paar pogingen om de jeep weer
aan de praat te krijgen lijkt onze jeep inmiddels verzopen en hij
wil niet meer starten. Ok, we staan hier in the middle of nowhere en
naast ons water met hippo’s en drinkende olifanten. Hmmm. Wat nu?
Gelukkig zien we in de verte de andere jeep met de rest van onze
groep aankomen en we gebaren dat we in de problemen zitten. Eenmaal
bij ons aangekomen barst het gekakel los; hier zo’n 100 meter
vandaan ligt een groep van 7 leeuwen! Ok... Even op een rijtje
zetten; we staan hier met een kapotte auto, rechts van ons een
aantal hippo’s, recht voor ons een olifant en op 100 meter afstand
een groep leeuwen??? Spannend zo’n gamedrive.

Onze chauffeur staat wat onder de motorkap te loeren, maar het is
duidelijk dat ie er geen kaas van gegeten heeft. De chauffeur van de
andere wagen komt ook even een blik werpen, maar samen weten ze nog
minder dan mijn linkerteen (en geloof me dat is weinig) en vanaf dat
moment wordt deze gamedrive gebombardeerd tot een waar avontuur...
We moeten uitstappen en dus staan we met 9 personen midden in de
savanne. Ergens herinner ik me vaag de woorden “het is strikt
verboden om uit je auto te stappen” maar daar lijkt onze gids zich
niets van aan te trekken. Eén geluk; het is maar goed dat we niet
bij de kleurtjespersonen in de jeep zijn gestapt... Iedere jeep die
voorbij komt wordt vervolgens aangehouden (en er rijden er ook zo
veel), maar niemand weet raad.
Ondertussen is de andere chauffeur zo aardig om met onze groep in
zijn wagen even naar de leeuwen te rijden zodat wij ze ook kunnen
zien. En zo stappen we in de auto op weg naar de leeuwen. Ze liggen
pal langs het pad waar we op rijden en we stoppen op een afstand van
een paar meter. Het mannetje laat ons even een gevaarlijke tandenrij
zien, maar hij eindigt zijn boze blik in een slome geeuw. Gelukkig
zijn ze lui en het gros ligt lekker te slapen in de schaduw van de
bomen. Eén leeuwin is wel alert; zij houdt haar ogen continu gericht
op een paar giraffen die nieuwsgierig op een afstandje staan te
kijken, maar wijselijk niet dichterbij komen. Wat ontzettend gaaf om
ze zo van dichtbij te kunnen zien en ik moet zeggen dat ze er
redelijk aaibaar uitzien, zo liggend in aandoenlijke houdingen. Zo
wrijft er een met zijn poot over zijn snuit, ligt er een lekker op
haar rug en een ander heeft zich half tegen een boom aan genesteld.
Net een stel poesjes. Onze camera’s maken overuren en na een paar
minuten hebben we meer dan 200 foto’s van ze geschoten. Van 7
leeuwen in verschillende poses...
Vol adrenaline keren we weer terug naar de rest van onze groep en
blijkbaar is het probleem met de auto voorlopig nog niet opgelost.
De nog rijdende jeep duwt de onze uit het gat en daarna moeten we
allemaal mee helpen de auto te duwen, maar de motor slaat nog steeds
niet aan. We krijgen een sleepkabel van een aardige voorbijganger te
leen, want zelfs dat hebben onze chauffeurs niet in de uitrusting
zitten. Dan ineens is er een man van het park met een (volgens
Martijn gave) jeep, hij kijkt een keer onder de motorkap en ziet
meteen wat het probleem is. Een man met kennis dit keer. Vervolgens
krijgt onze chauffeur een flinke uitbrander waarom we in hemelsnaam
met zo’n gare bak aan het rijden zijn en waarom hij helemaal geen
communicatiemiddelen in zijn jeep heeft zitten. De man is duidelijk
‘not amused’ en wij kunnen hem alleen maar gelijk geven. Wat een
stelletje idioten en wat een gare bak hebben we onder onze kont...
Met een draadje wordt het probleem vervolgens in een minuutje
opgelost en de jeep kan er weer voor jaren tegenaan. Waarschijnlijk
net zo lang als het draadje het vol houdt. Ach ja, Afrika...
We vervolgen onze tour en we gaan de leeuwen nog een keertje
bekijken. Onze chauffeur denkt iets goed te moeten maken en wil ons
een zeer ‘close encounter’ kado doen. Dat blijkt als hij bijna over
een paar leeuwinnen rijdt en verschrikt springen ze op. Wat is dit
nu weer? Had hij ze niet gezien ofzo? Dan rijdt hij van de weg af en
rijdt nog verder richting leeuwen; we naderen tot op een meter
afstand! En alsof dat nog niet genoeg is, begint hij ze te jennen
met gas geven. De leeuwen raken duidelijk geïrriteerd en wij
inmiddels ook. Wij willen helemaal die beesten niet verstoren, maar
gewoon lekker lui slapende leeuwen fotograferen. Vonden we hem net
al een idioot, hij heeft zichzelf inmiddels opgewerkt tot
über-idioot. Wat als nu de auto afslaat en weer niet wil starten?
Staan we voor de verandering stil TUSSEN de leeuwen. En meneer de
chauffeur zit veilig in zijn cabine, wij zijn de hapklare brokjes...
Ik ben blij als de auto het blijft doen en we de leeuwen weer
achterlaten, naar mijn idee is onze chauffeur in alle opzichten
onverantwoord bezig en ineens is de gamedrive een heel stuk minder
leuk geworden. De pech met de auto heeft ons ruim een uur gekost en
dus moeten we na de late lunch nog flink doorrijden om het park op
tijd te kunnen verlaten. Het wordt al schemerig als we nog steeds op
zandpaden rijden en ineens beseft onze chauffeur dat we wel eens
geen licht zouden kunnen hebben. Ach ja, dat kan er dan ook nog wel
bij. Hij controleert de lampen en tot onze opluchting hebben we wel
licht, weer een meevaller. Helaas blijkt het wel heel weinig licht
te zijn en daarom rijden we, de ezels ontwijkend, erg langzaam over
de weg. Na nog zo’n uur rijden in het
pikkedonker arriveren we weer op onze camping, waar Elbie vol
ongeloof onze verhalen aanhoort.
20 augustus
Overal wild
Vandaag rijden we naar Kasane, een flinke afstand van zo’n 600 km.
We hebben problemen met de accu. De truck wil niet starten en met
zijn allen (lees: de mannen) moeten we hem aanduwen. Na een stevig
duwtje in de rug doet hij het, gelukkig. We zijn amper op weg en
onze gamedrive is in volle gang; links staat een olifant, recht voor
ons steken giraffes over en rechts een sabelantilope. En dat gewoon
tijdens onze rit van A naar B, niks geen park of reservaat dit keer.
Voor het eerst mogen de dames ook niet te ver weg voor de nodige
bosplasjes omdat het te gevaarlijk is. Maar ach, inmiddels zijn we
volleerde bosplassers, dus wat minder privacy langs de kant van de
weg kan er dan ook wel bij...
Ineens zien we een heleboel gieren zweven in de lucht, er moet een
dood dier liggen. En ja hoor, langs de kant van de weg ligt een dode
zebra, onze eerste roadkill dus die we zien! Honderden gieren
storten zich op de zebra en het is werkelijk één grote
schranspartij; de gieren zitten helemaal in de zebra gekropen en
krioelen over elkaar om ook een hapje van die smakelijke zebra te
bemachtigen. Het is een smerig gezicht, maar daarentegen ook erg
fascinerend...
Eenmaal aangekomen in Kasane, rijden we eerst het stadje in om te
pinnen en om Afrikaanse randen en euro’s om te wisselen naar
Amerikaanse dollars, iets wat zeer moeilijk gaat en behoorlijk wat
tijd kost. Daarna rijden we door naar de camping. Na jakhalzen,
honden en bavianen op de campings gehad te hebben gaan we hier voor
het serieuzere werk; Elbie waarschuwt ons voor olifanten op de
camping...
We zoeken dus maar een strategisch plekje voor onze tent op; zo veel
mogelijk olifant-proof, alhoewel zo’n olifant waarschijnlijk niet
echt tegengehouden wordt door een simpel hekje...
’s Avonds is het pillentijd! Vandaag beginnen we met onze
Malaronepillen tegen malaria (voor Vic Falls), maar eerlijk gezegd
heb ik nog geen mug gezien deze vakantie...
21 augustus
Chobe gamedrive en boottocht
Al weer een vroege dag; om 5.45 uur begint onze gamedrive door Chobe
NP. Martijn en ik hadden al besloten alle gamedrives te doen die we
konden doen en lange tijd zag het er naar uit dat wij de enige
geinteresseerden waren. Was er dus eerst weinig animo voor deze
gamedrive, Elbie was er nl. niet echt enthousiast over, vandaag zijn
we met zijn vijftienen op weg naar het wild. Hoezo kuddedieren...?
Gelukkig hoeven we vandaag niet zo ver te rijden om bij de ingang
van het park te komen, dus onze gamedrive kan meteen al beginnen!
Langs de weg staat een reusachtige kudu heel trots te poseren, maar
het is nog donker en dus krijg we hem niet fatsoenlijk op de
gevoelige plaat vastgelegd. Jammer.
Chobe is ongeveer 11.700 km2 groot en heeft geen omheining. In 1939
werd het beschermd gebied. Chobe is vooral bekend om het grote
aantal olifanten dat hier leeft; er leven in dit park meer dan
50.000 olifanten! Kuddes kunnen soms uit meer dan 100 olifanten
bestaan. Door het park lopen twee rivieren, de Chobe en de Linyanti.

We zijn net het park binnen of onze chauffeur krijgt een melding van
zoals hij zelf zegt; iets speciaals. (Gelukkig hebben we nu wel een
gids met een bakkie!) Hij trapt het gaspedaal wat verder in en een
paar minuten later sluiten we achteraan in een rij van auto’s,
allemaal wachtend op dat ’ene speciaals’. De gids laat ons nog even
in spanning, maar als we langzaam dichterbij komen zien we waar het
om draait; leeuwen! Geen mannetje dit keer, maar wel welpjes! Ze
zijn in tegenstelling tot de leeuwen van Moremi erg actief en speels
en ze rollen met zijn allen door het zand. Helaas zijn ze nog wel
erg ver weg en is het ook nog net iets te donker om goede foto’s te
maken. Maar even later krijgen we de hulp van de zon die net opkomt
en de leeuwen krijgen een gouden gloed. Net als de meesten
fotograferen we er op los en volgen we de capriolen van de kleintjes
op de voet. Een dapper konijn laat zijn snuffert even zien en
voordat we het beseffen rennen er 4 leeuwen achter het beessie aan,
gaaf! Ze stuiven weg, maar het konijn weet uiteindelijk te ontkomen.
Hè, wat jammer nou.
We laten de leeuwen achter en rijden weer verder. Ineens weet onze
gids zich als een ware speurneus te ontaarden en gaat op onderzoek
uit. Hij vertrouwt het niet. Een vogel die hoog in een boom zit
maakt een bepaald geluid en dat doet hij alleen als er een leeuw,
een slang of een luipaard in de buurt is. Aangezien we nog geen
luipaard hebben gespot, zou het wel errug gaaf zijn als we die hier
nu tegen zouden komen. We blijven even wachten, de chauffeur rijdt
wat op en neer, maar na een kwartier houdt hij het voor gezien. Nou,
we kunnen in ieder geval vertellen dat we een ‘bijna-luipaard’
hebben gezien.
Nog steeds geen luipaard dus, maar wel wordt het vierde lid van de
Big
Five nu ook gesignaleerd; de buffel, al staat ie nogal verscholen
achter een ‘bossie takkies’. Verder zien we nog het gebruikelijke;
bokjes, giraffes, wrattenzwijntjes en vogels maar verrassend weinig
olifanten. Raar, als je weet dat er nou juist hier zo veel zouden
moeten zitten.
Rond 9 uur arriveren we weer bij ons kamp en ik heb het gevoel dat
ik er al een hele dag op heb zitten, maar we hebben nog een hele dag
te gaan! We schuiven voor de tweede keer aan bij het ontbijt
en smikkelen van de zelfgemaakte tosti’s die we maken op de nog
gloeiende kolen en warme as van het kampvuur van gisteravond. De
rest van de dag kunnen we luieren, zonnen en lezen totdat we om 3
uur worden opgehaald voor de boottocht over de Choberivier, een must
volgens Wijnand.
Na een paar uur relaxen hebben we dat ook wel weer gezien en we zijn
blij dat we op weg kunnen gaan voor de boottocht. Eenmaal aangekomen
bij het water blijkt dat we met nog een paar andere groepen op de
boot moeten. Het is behoorlijk heet en ondanks dat we op het water
zitten is er maar weinig verkoeling van de wind. Wel alles binnen
boord houden want de krokodillen schijnen hier groter te zijn dan in
de Okavango en onderschat vooral ook de humeurigheid en
gevaarlijkheid van die schattige hippo's niet... Nee, een
zwemtochtje zie je hier niet zitten.
Heel veel verschillende vogels (zoals de bee-eaters en visarend),
waterbokjes, olifanten, een sabelantilope, apen en krokodillen
trekken aan ons voorbij. En vooral ook heel veel nijlpaarden die
tegen het einde van de dag uit het water komen. De buffel hebben we
eindelijk op fotografeerafstand, maar het nijlpaard met open bek
blijft ook deze keer uit, jammer! Het is een erg mooie boottocht
waarbij we heel veel wild zien en we sluiten af met een drietal
olifanten die door de rivier waden (de kleinste gaat helemaal
onder!) en een hele mooie zonsondergang.

Vorige
Naar boven
Volgende